"Jonge boeren moeten bereid zijn levenslang te leren"

De gemiddelde leeftijd van een landbouwer is in Vlaanderen de afgelopen jaren continu gestegen, van 50 jaar in 2007 tot 54 jaar in 2016. Slechts 10 procent van de boerderijen wordt geleid door iemand jonger dan 40, terwijl 16 procent ouder is dan 65. Net daarom vroeg het Departement Landbouw en Visserij aan Jannes Maes, sinds 2017 voorzitter van de Europese jongerenkoepel CEJA, om een opiniestuk te schrijven in het nieuwe Landbouwrapport. “Het is plezierig om vast te stellen dat men zelden nog de noodzaak aan jongeren in onze sector in vraag stelt”, steekt hij van wal. Zet hij alle uitdagingen voor jonge landbouwers op een rijtje, dan wordt de lijst wel ongemakkelijk lang. Het zal dus nodig zijn dat de volgende generatie landbouwers beter geschoold is dan de vorige.

Eén op de vijf Vlaamse boeren en tuinders is tussen 50 en 54 jaar oud. De doorsnee boer is een man van 54. Het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders in land- en tuinbouw bleef met ongeveer 10 procent constant. Slechts 13 procent van de bedrijfshoofden ouder dan 50 jaar beschikt over een vermoedelijke opvolger. De generatiewissel stelt vooral problemen bij de kleinere bedrijven. Steeds kapitaalintensievere productiesystemen, in combinatie met de crisissituatie in de landbouw, veroorzaken een grote mate van onzekerheid. Kinderen hebben hierdoor niet altijd interesse meer om het bedrijf van hun ouders over te nemen.

Jongere bedrijfsleiders zijn doorgaans beter opgeleid. Slechts 17 procent van hen beschikt enkel over praktijkervaring, terwijl dat voor de oudere landbouwers nog steeds 48 procent bedraagt. Hoe groter het bedrijf, hoe sneller de bedrijfsleider een hogere landbouwopleiding genoten zal hebben. CEJA-voorzitter Jannes Maes verdedigt op EU-niveau de belangen van jonge landbouwers. In eigen naam schreef hij een opiniestuk over zijn achterban in het nieuwe Landbouwrapport. Hij deed dat op vraag van het Departement Landbouw en Visserij.

Jongeren brengen niet enkel hun jeugdige dynamiek mee. Maes leest in het Landbouwrapport de bevestiging dat jonge landbouwers heel vaak goed opgeleid zijn, en zij combineren in hun aanpak managementinzichten met werklust en zijn zich heel bewust van de impact van hun activiteiten. “Als jonge land- en tuinbouwers ondersteund worden door een gunstig ondernemersklimaat zijn zij bovendien in staat de perfecte klimaatondernemers te worden.” De sector heeft volgens hem voortdurend nood aan individuen die bereid zijn om hun kennis, talent en ambitie te investeren in de boerenstiel. “Bereidheid om via een keuze voor het beroep meteen ook een keuze voor het leven te maken, om steeds grotere risico’s te nemen, niet in het minst het risico om door bepaalde drukkingsgroepen buiten de maatschappij geplaatst te worden.”

Om de generatiewissel in de landbouw te vergemakkelijken, moet je eerst weten waar het nu mogelijk misloopt. Jannes Maes somt de uitdagingen op: “Van toegang tot grond, financiële middelen en arbeid tot moeilijkheden zoals een slecht imago, een uitdagende ‘work-life balance’ en een steeds groter wordende afstand tussen landbouw en samenleving. Daarbovenop komen algemenere uitdagingen zoals de klimaatopwarming, veranderingen op vlak van biodiversiteit en steeds grotere financiële risico’s die een bijkomende druk zetten op onze activiteiten. Dat allemaal gecombineerd met een structureel inkomenstekort.”

Bron: Vilt, 3 januari 2019