Verslag studiedag ‘Innovatie, haalbaar voor iedereen!’ – 10 januari 2019

Tijdens de tweejaarlijkse land- en tuinbouwbeurs Agriflanders in Gent organiseerden we opnieuw een studiedag, deze keer over innovatie. Om de aanwezigen meteen te inspireren, stak prof. Xavier Gellynck van UGent van wal, en boog zich over de vraag waarom er onderzoek en innovatie nodig is. Innovatie moet gevaloriseerd worden, waardoor de productiviteit kan stijgen en we op die manier groei en welvaart kunnen creëren, en zo dus ook het welzijn van de mens kunnen verbeteren. Maar ook voor het individueel bedrijf is innovatie belangrijk. We kijken veelal naar anderen en wijzen hen met de vinger, terwijl we allemaal in hetzelfde schuitje zitten: we moeten competitief blijven, proberen te overleven …
Het zijn woelige tijden, geeft prof. Gellynck nog eens mee voor de duidelijkheid: er is schaarste in grond en in natuurlijke hulpbronnen; er is een toenemende voedselvraag, waarbij we wel een kanttekening moeten maken dat dit zich voornamelijk afspeelt in Azië, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. Maar ook veranderende voedingstrends spelen een rol, waarbij we het onderscheid moeten maken in trends (lange termijn) en hypes/modeverschijnselen (korte termijn).

Een sterk businessplan is bij innovatie een houvast . Ook hier moet je weliswaar kritisch durven zijn en het plan opnieuw bekijken na een tijd en bijvoorbeeld nieuwe opportuniteiten zoeken. Daarnaast kwamen onder andere ook innovatieve strategieën en markt- en organisatorische innovatie aan bod. De professor sloot zijn inspirerende toelichting af met ‘lean management’. We moeten oog hebben voor alle productiviteitsverhogende initiatieven die er zijn en de verliezen proberen te beperken. Met andere woorden: we moeten niet harder, maar slimmer gaan werken, ook op ketenniveau.

Evelien Cronin van ILVO nam als volgende spreker het woord. Zij had het over het Europese innovatie-ecosysteem voor landbouw, bosbouw en plattelandsontwikkeling, toegepast op Vlaanderen. Zowel de theorie als de praktijk kwamen aan bod tijdens haar presentatie. Een manier om sneller en effectiever innovaties in de landbouw, bosbouw en plattelandsontwikkeling tot stand te brengen is via interactieve innovatie. Deze vorm stapt af van de traditionele manier van innoveren, en zet in  op co-creatie (samen kennis opbouwen) en op bruggen bouwen, om beter te begrijpen wie wat wil. Zo maken we meteen de link naar het LIAISON-project. Dit project wil zorgen voor een betere rurale innovatie. Dit wil men doen door het linken van actoren, instrumenten en beleid. Dit gebeurt door verschillende netwerken, waarbij het effect van het EU-beleid invloed heeft op zowel regionaal als nationaal vlak.

Evelien had het ook over de verschillende rollen binnen een innovatie-netwerk en hoe zij allemaal in verhouding staan tegenover elkaar. Zo kwamen EIP-AGRI, EIP Operationele Groepen, maar ook bijvoorbeeld het Vlaams Ruraal Netwerk aan bod bij de uitleg over het praktijkverhaal.
Evelien rondde af met een warme oproep naar land- en bosbouwers, onderzoekers, agri-food bedrijfsleiders … om zich te registreren binnen haar LIAISON-project om hun interessante en inspirerende verhalen uit de doeken te doen en ‘rural innovation ambassadors’ te worden.

Vooraleer de koffiepauze van start ging, kwamen Marleen Mertens en Els Lapage van het Departement Landbouw en Visserij nog aan bod. Zij lichtten toe hoe PDPO-maatregelen die inspelen op innovatie, de landbouwers kunnen ondersteunen op hun bedrijf. Marleen had het over de VLIF-maatregel ‘steun voor innovatie in de landbouw’. Deze maatregel is in het leven geroepen om de weerbaarheid van landbouwers te verhogen. Maar ook voor landbouwers die met hun innovatieve ideeën niet in aanmerking komen voor reguliere VLIF-steun, omdat echt innovatieve investeringen niet op de limitatieve VLIF-lijst staan. Er zijn al twee oproepen geweest, in 2014 en 2016. Marleen is dan ook blij om de nieuwe oproep te kunnen lanceren tijdens onze studiedag. De thema’s bij deze oproep zijn ‘duurzaam waterbeheer’ en ‘overige investeringen’. In feite is dit dus een open oproep. Marleen sloot af met enkele voorbeelden, waarvan een aantal ook na de pauze werden toegelicht door de landbouwers of promotoren zelf.

Els kwam na Marleen aan bod en zij had het over de Europese Innovatie Partnerschappen. Dit is een nieuw instrument in de EU om innovatie én interactie tussen onderzoek en praktijk te stimuleren. Het sleutelelement daarbij is een zogenaamde Operationele Groep. Hierin zitten landbouwers, ngo’s, adviseurs, onderzoekers … Belangrijk hierbij is dat iedereen een actieve rol heeft en er dus geen toehoorders zijn. In de Europese Unie waren er in november 2018 854 Operationele Groepen (OG’s) en zijn er 3.200 geplande OG’s (o.b.v. resultaten van IDEA in september 2018). Momenteel zijn er 23 EIP OG’s in Vlaanderen. De maximale subsidie is lager dan bij de VLIF-steun voor innovatie, namelijk maximaal 30.000 euro. (Intussen is ook de oproep voor EIP-Operationele Groepen gelanceerd – deadline voor het indienen voor beide PDPO-maatregelen is 31 maart 2019).

Na de pauze vonden er twee workshops plaats, een over dierlijke productie en een over plantaardige productie.

Dierlijke productie

Hoe kunnen we de dierlijke sector begeleiden naar en ondersteunen bij innovatie? (Hanne Leirs – Innovatiesteunpunt)

Innovatiesteunpunt wil bruggen bouwen, en speelt een belangrijke rol op projectmatig vlak, dit onder andere ook voor de PDPO-maatregelen VLIF-steun voor innovatie en EIP-Operationele Groepen.

Wanneer Hanne ingaat op de VLIF-steun voor innovatie, vertelt ze dat er een bepaald budget is voor boeren die hele goede, vernieuwende ideeën hebben. Het probleem is dat het een vrij nieuwe maatregel is, en veel landbouwers hier niet voldoende van op de hoogte zijn. Hier zet het Innovatiesteunpunt in op communicatie. Zo organiseerden ze twee infomomenten ‘VLIF zoekt innovatie’. Het Innovatiesteunpunt heeft onder andere een kippenboer begeleid die de ’Stal Wash’ heeft uitgevonden, en een varkensboer die een scharrelstal voor varkens heeft uitgedacht.

Innovatiesteunpunt toetst ideeën af met het VLIF, biedt hulp bij het opstellen van dossiers en leest dossiers na. Maar ook aan de EIP Operationele Groepen biedt Innovatiesteunpunt steun indien dit gewenst is.

Er werden verschillende voorbeelden aangehaald, zoals de Operationele Groep ‘Bedrijfsstikstofbalans’. Binnen deze OG toetst men de haalbaarheid van het opstellen van een bedrijfsstikstofbalans op een melkveebedrijf met het oog op het reduceren van ammoniakemissies. In de presentatie zijn er ook andere voorbeelden terug te vinden.

Bart Vanackere - Akivar (getuigenis van een landbouwer)

Bart Vanackere en Mieke Baekelandt hebben in 2002 de ouderlijke hoeve in Ardooie overgenomen. In 2009 kwam er een uitbreiding naar 550 zeugen in een vierwekensysteem met nieuwbouw en grondige renovatie. In 2015 begonnen de ideeën te borrelen voor de bouw van een nieuwe vleesvarkensstal voor 4 groepen biggen met een totaal van 5200 varkens. Ze dachten ook na over een AEA-systeem (ammoniak emissie arm systeem) en over een luchtwasser (die laatste is het niet geworden).

Uiteindelijk ontwikkelden ze een eigen systeem met een mestschuif onder de stal (kelder) waarbij de urine en de mest gescheiden blijven. Eigenlijk wordt de verse mest gebruikt in een vergister, waar gas wordt gemaakt. Die gas wordt op zijn beurt omgezet in warmte en elektriciteit waarbij de warmte gebruikt wordt om de groenten te fermenteren om nadien aan de varkens te voederen, en de elektriciteit gebruikt wordt in de stal. Mieke en Bart bouwden in 2016 een oude stal om naar een proefstal voor hun nieuwe systeem met VLIF-steun voor innovatie. Bleek dat ze toch wat bijsturing nodig hadden. Zo koekte de mest teveel aan en moest het koppel op zoek naar een ander type mestschuif. De zoektocht naar de juiste urinegoot-cleaner nam ook wat tijd in beslag.

In 2017 kwam de definitieve stal er en daarvoor hebben Bart en Mieke VLIF-steun voor innovatie ontvangen.

Plantaardige productie

Duurzaam telen? Telers nemen het initiatief om samen naar oplossingen te zoeken (Greet Ghekiere – Inagro vzw)

Greet had het over hoe we vanuit een mooie theorie tot een realistische praktijk kunnen komen, met EIP Operationele Groepen als katalysators voor innovatie. De optimale manier om dit te doen is door de telers zelf én in onderlinge samenwerking. Er werden in tota      al vier cases besproken. Het eerste voorbeeld ging over het variabel poten van aardappelen waarbij de vraag werd gesteld of het wel nuttig is om overal op het volledige perceel evenveel aardappelen te planten. Met de nieuwste plantmachines kan er in de praktijk al variabel gepoot worden, maar het ontbreekt de telers aan ervaring. Nochtans kan men hier wel bij varen door een uniformere oogst (opbrengst en kwaliteit) en duur pootgoed dat bespaard kan worden. Inagro was facilitator in deze case, al is coördinator een betere omschrijving. Inagro zette 4 landbouwers, 1 loonwerker, 1 machineconstructeur en 4 kennispartners samen om hun bestaande kennis en ervaring te inventariseren. Op vier verschillende percelen hebben ze variabel gepoot, waarna ze dit geëvalueerd en gedemonstreerd hebben. In 2019 hopen ze hierdoor een inzicht te krijgen in het werkelijk potentieel van variabel poten en welke meerwaarde dit met zich meebrengt. Men wil uiteindelijk de technologie ingang doen vinden in de praktijk, zodat er bijvoorbeeld met taakkaarten geen tijd verloren gaat met stoppen en instellen van plantafstanden op de computer in de tractor.
Daarnaast werden nog 3 andere cases toegelicht, zoals een over vaste rijpaden (‘controlled traffic farming’). Dat was ook de eerste EIP Operationele Groep waar Inagro aan meewerkte.

Tim Van Hulle – Sylva (getuigenis van een landbouwer)

De tweede praktijkgetuigenis in de workshop rond plantaardige productie was in duo. Tim Van Hulle van Sylva stak van wal. Hij gaf een woordje uitleg over het bedrijf. Sylva is een Belgische producent van bos- en haagplantsoen en doen dit al sinds 1936. Ze zijn echter al sinds 1750 actief in deze branche. Anno 2019 planten ze meer dan 100 verschillende soorten en gaat 80% van hun plantsoen naar EU-landen en 10% naar niet EU-landen. Er was echter een probleem, namelijk een hoge loonkost, werk- en tijdsdruk (seizoensactiviteit), versheid van sortering en homogeniteit van het plantsoen. Ze zochten daarom naar een duurzame, innovatieve, betaalbare en rendabele oplossing. Als gevolg hiervan hebben ze VLIF-steun voor innovatie aangevraagd, en dit voor een sorteermachine. Al in 1995 hadden ze een prototype gebouwd, weliswaar met nadelen. Na in contact te komen met een bedrijf dat instaat voor de machinebouw, hebben ze beslist een VLIF-steunaanvraag te doen.

Sander Mollet werkt voor deze machinebouwer. Hij vertelde dat zij het concept voor de ‘tree sorting machine’ uitgedacht hebben, namelijk een carrousel met drie lagen. Een van de grote problemen van de oude sorteermachine was dat de modder en bladeren de machine rapper deden verslijten. Bij de nieuwe machine bevindt alle mechaniek zich aan de binnenzijde, zodat er geen hinder meer ondervonden wordt van modder en bladeren. In de presentatie kunt u steeds meer details terugvinden. Zo hebben ze eerst een 3D-ontwerp gemaakt, waarna ze de mechanische en elektrische bouw van de machine gerealiseerd hebben. Sander geeft ons ook mee dat hij blij is dat er VLIF-steun voor innovatie bestaat, want zoiets kost veel geld.
De machine draait ondertussen voor het tweede seizoen bij Sylva, waarbij er stelselmatig testen en verbeteringen uitgevoerd worden.

Patricia De Clercq, secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij, sloot de dag af. Tijdens haar speech vatte ze de dag samen. Een van de dingen die ze daarover te zeggen had, was het volgende: “Van een ondernemer wordt verwacht dat hij inspeelt op de nieuwe mogelijkheden van de markt en met zijn bedrijf een welbepaalde richting uitgaat en indien nodig ook innovaties ontwikkelt. Het gaat er dus niet alleen om goede producten te produceren, maar om iets te produceren waarvoor een markt is en waarin hij zich kan onderscheiden van de rest.”
Hopelijk heeft het Vlaams Ruraal Netwerk met deze studiedag de aanwezigen hierbij verder op weg geholpen.