Burgers kunnen best leven met landbouwbeleid van EU

In een nieuwe Eurobarometer-enquête vindt de Europese Commissie steun voor de doelstellingen van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Van de 27.822 respondenten, waarvan duizend landgenoten, hecht slechts een kleine minderheid geen belang aan landbouw en platteland. De meesten rekenen op landbouwers om hen te voorzien in een gediversifieerd aanbod van kwaliteitsvolle voedingswaren. De Belgen onder de respondenten hechten veel belang aan de zelfvoorziening van de EU. Landbouwers een redelijke levensstandaard garanderen, schuiven zij naar voor als een prioriteit voor de EU. Van de (inkomens)steun die Europa aan landbouwers verstrekt via het GLB heeft twee derde van de Belgische respondenten al gehoord.

Een nieuwe Eurobarometer-enquête laat uitschijnen dat de doorsnee Europeaan landbouw en platteland naar waarde schat en zich grotendeels kan vinden in het landbouwbeleid van de Europese Unie. De Europese Commissie maakte landenfiches zodat we de antwoorden van de duizend Belgen kunnen vergelijken met die van de andere Europeanen. In totaal namen bijna 28.000 mensen deel aan de enquête.

Van landbouwers verwacht men dat ze divers en kwaliteitsvol voedsel produceren, het welzijn van dieren waarborgen en het milieu beschermen. Meer dan de doorsnee Europeaan hecht de Belg belang aan zelfvoorziening in voedsel op Europees niveau. Drie belangrijke prioriteiten voor het landbouwbeleid van de EU komen in de enquête naar voren: verzekeren dat landbouwproducten gezond, veilig en kwaliteitsvol zijn; aan de consument redelijke voedselprijzen garanderen en landbouwers een redelijke levensstandaard. De Belgische respondenten zetten de levensstandaard van de boeren op één in plaats van op drie.

Tussen 2013 en nu zijn meer Europeanen zich ervan bewust dat er zoiets bestaat als een Europees landbouwbeleid. Van de steun die landbouwers via het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben de meeste deelnemers al gehoord. Weinigen kennen de details van de inkomenssteun aan landbouw en één op de drie hoort het zelfs in Keulen donderen. Dat het GLB niet alleen voor landbouwers maar ook voor burgers voordelen biedt, daar kan twee derde van de respondenten inkomen. Hoewel de burgers hier en daar eigen accenten leggen, kunnen ze zich heel goed vinden in de doelstellingen die de EU nastreeft. Zo vindt acht op de tien het een goede zaak dat jonge mensen aangemoedigd worden om in de landbouw te werken.

Als je het de man in de straat vraagt, dan vervult de EU haar rol best goed met het huidige landbouwbeleid. Aan de verwachtingen op vlak van voedselvoorziening wordt voldaan. Telkens meer dan de helft van de respondenten is er ook van overtuigd dat het GLB bijdraagt aan plattelandsontwikkeling, redelijke voedselprijzen en milieu- en klimaatbescherming. Anderzijds is één op de drie daar niet akkoord mee. Bij de verdienste van het GLB om landbouwers een redelijke levensstandaard te garanderen, worden de meeste vraagtekens geplaatst.

De inkomenssteun aan landbouw slorpt ongeveer 40 procent van het totale EU-budget op. Deze hulp is het equivalent van ongeveer één procent van de overheidsuitgaven van de 28 lidstaten. Op de vraag of dit te veel, te weinig of net genoeg is, komt geen eenduidig antwoord. Wel zijn er meer Belgen (41%) dan Europeanen in het algemeen (29%) die dit nog te weinig vinden. Bijna de helft van de Europeanen en Belgen adviseert de EU om meer financiële steun te verstrekken aan landbouwers. Voor ongeveer één op de drie respondenten is het goed zoals het nu is en een minderheid (13% in EU, 15% in België) wil minder geld naar landbouwers zien gaan.

Europa verlaagt de subsidies aan landbouwers indien zij niet in regel zijn met de normen inzake dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Dat vindt een burger desgevraagd niet meer dan normaal. Momenteel betaalt de EU landbouwers om hun landbouwpraktijken te ‘vergroenen’ zodat ze gunstiger zijn voor het milieu en het klimaat. Negen op tien respondenten vindt deze milieubewuste aanpak in het landbouwbeleid een goede zaak.

Meer info: Eurobarometer

Bron: Vilt, 11 januari 2016