Studiedag 'Samenwerking loont!', georganiseerd door Vlaams Ruraal Netwerk, in Vilt

"Samenwerken is spreken, doen en vertrouwen"

Alleen ga je sneller, maar samen sta je sterker, zo luidt het gezegde. Dat geldt meer dan ooit voor de landbouwsector, waar samenwerking mogelijk is op heel veel verschillende manieren. Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde op Agriflanders een studiedag die volledig in het teken stond van samenwerken. Welke sociale competenties heb je nodig om vlot te kunnen samenwerken? En hoe gaat dat dan in de praktijk? 

Boeren in Vlaanderen doe je niet op een eiland. Er zijn je (boerende) buren, je toeleveranciers, je afnemers, de consument,… Kortom, als landbouwer ben je niet veel zonder goed functionerende samenwerkingen. Dat wilde het Vlaams Ruraal Netwerk op Agriflanders nog eens extra in de verf zetten met een studiedag die volledig gewijd was aan samenwerking. Onder meer Veerle Serpieters van het Innovatiesteunpunt ging dieper in op de cruciale succesfactoren van een goede samenwerking.

Het vertrekpunt is een lijst met verschillende paramaters. Ambitie is er zo eentje. “Het is essentieel om voor de start de ambities duidelijk te formuleren, zodat daarover alvast geen misverstanden bestaan. Er moet vervolgens voldoende engagement zijn om die ambities ook om te zetten in daden. Achter elke ambitie schuilen bepaalde belangen. Die moeten transparant zijn en duidelijk gecommuniceerd worden. Doorheen de samenwerking moet voldoende afgetoetst worden of aan elkaars belangen recht wordt gedaan."

“Niet alle partners hoeven trouwens gelijkwaardig te zijn”, aldus Serpieters, zolang daar maar duidelijkheid over bestaat. “Wie openlijk zegt voor zichzelf te gaan wordt vaak als onbetrouwbaar gezien binnen een samenwerking, terwijl die eigenlijk net heel berekenbaar is”, zo verrast Serpieters. “Verder is ook vertrouwen in de samenwerkingsrelatie onmisbaar. Het kan zijn dat bijvoorbeeld een bepaalde reputatie van één van de partijen het vertrouwen ondermijnt, terwijl een eenvoudig gesprek daarover al heel veel zou kunnen oplossen.” 

Daarbij moet je uiteraard steeds de soms ongemakkelijke waarheid erkennen dat je tussen twee organisaties staat: met één been in je eigen bedrijf en met je ander been in de samenwerking. “Een duidelijke structuur en doelstelling die afbakent wie wat doet en welke regels gelden, kan daarbij voor de nodige duidelijkheid zorgen”, aldus Serpieters. “Wie bestuurt? Welk gedrag wordt verwacht? Tenslotte zie je vaak dat er aan het begin van een samenwerking heel veel dynamiek ontstaat, maar dat die langzaam wegebt, waardoor de samenwerking verzwakt. Dan kom je in een vicieuze cirkel terecht.”

Landbouwers kunnen samen materiaal aankopen, hun producten samen vermarkten, samen gronden aankopen, samen gronden beheren, enzovoort. Over die laatste optie werd in een aparte groepssessie duchtig gediscussieerd. Samen gronden beheren gebeurt vandaag namelijk al in de praktijk via onder meer (seizoen)pacht. Maar als een perceel elk jaar door een andere landbouwer wordt bewerkt, dan stelt zich de vraag: wie ontfermt zich over de zorg voor de bodem op lange termijn? Want als eenmalige passant heb je er niet veel belang bij om extra energie of geld in de bodemzorg te steken.

Verschillende landbouwers getuigen over de erbarmelijke staat van een perceel dat voor hen bewerkt is door een andere landbouwer. Een aardappelperceel dat volledig kapot is gereden bijvoorbeeld, door een nat najaar. “Het probleem met seizoenpacht is dat het om een zakelijke transactie gaat op erg korte termijn en je geen enkele stimulans krijgt om samen met je collega’s die voor af na je op hetzelfde perceel actief zijn samen te werken rond duurzaam bodembeheer”, zo klinkt het.

“Misschien is een soort platform waarbij je samen een teeltschema opstelt en afspraken maakt wel een oplossing?”, zo wordt geopperd door een van de landbouwers die deelneemt aan de groepssessie. “Een goede rotatie heeft namelijk veel voordelen en enkel een gemeenschappelijk doel kan voor voldoende samenwerking zorgen. Of is er geen overkoepelende structuur mogelijk die de seizoenpacht beter kan organiseren? Een soort coöperatief concept misschien?”

Hoe kan een context gecreëerd worden waarin gronden makkelijker en beter samen kunnen beheerd worden? “In de eerste plaats is voldoende sensibilisering nodig omtrent het belang van een goede bodemzorg”, zo klinkt het in de groep. “Wie weet kan het samen beheren van gronden in sommige gevallen ook leiden tot het samen afzetten van producten? In elk geval zou bijvoorbeeld een soort modelcontract voor pachtovereenkomsten al een eerste stap kunnen zijn om het besef hierover te versterken.”

Ook ideeën die nadrukkelijk buiten de hedendaagse gangbare praktijk liggen komen op tafel. “Als de kwaliteit van landbouwbodems in het belang is van iedereen, zou het dan geen goed idee zijn om gronden op een gemeenschappelijke manier te beheren?”, zo klinkt het. “Misschien heeft de overheid hier wel een rol te spelen? Of zouden er verderop in de keten geen geïnteresseerde partijen zijn? Denk maar aan de groente- en aardappelverwerkers die zelf ook baat hebben bij gezonde en productieve bodems.” Het laatste woord lijkt hier alvast nog niet over gezegd. “Uitkijken naar welke accenten de nieuwe pachtwetgeving hieromtrent zal leggen.” 

Bron: Vilt, 27 januari 2017