Antwerpen op zoek naar sterke LEADER-projecten

De provincie Antwerpen gaat opnieuw op zoek naar LEADER-projecten. In totaal is er meer dan 1 miljoen euro beschikbaar voor plattelandsprojecten in 31 Antwerpse gemeenten. LEADER is een specifiek subsidieprogramma voor het platteland, gefinancierd daar Europa, Vlaanderen en de provincie. Projecten die in aanmerking komen hebben onder meer aandacht voor de leefbaarheid van het platteland, zijn duurzaam en vernieuwend.

Binnen de 31 Antwerpse gemeenten kunnen lokale besturen, organisaties, verenigingen en ondernemers opnieuw projectvoorstellen indienen om erkend te worden als LEADER-project. Via die LEADER-projecten kunnen lokale besturen, organisaties, verenigingen en ondernemers projectvoorstellen indienen die tot 65 procent betoelaagd kunnen worden, tot een maximum van 100.000 euro. Nieuwe projectideeën kunnen worden ingediend tot eind augustus 2016 om dan bij goedkeuring in 2017 van start te gaan.

De provincie Antwerpen telt drie LEADER-gebieden. Elke regio heeft zijn eigen thema’s waarrond projecten kunnen worden uitgewerkt: landbouw- en natuureducatie, het vrijwaren en ontwikkelen van open ruimte, streekidentiteit, agrobiodiversiteit en tot slot armoede en kwetsbaarheid in de landbouw- en plattelandsgemeenschap. Het beschikbare budget bedraagt dit jaar meer dan 1 miljoen euro. Projecten die in aanmerking komen besteden aandacht aan de leefbaarheid van het platteland, zijn duurzaam en vernieuwend, zijn het resultaat van een samenwerking tussen verschillende partners en overstijgen het lokale karakter. Vaak is ook een agrarische focus een must.

“Vorig jaar zijn er in de provincie Antwerpen 21 projecten goedgekeurd, voor een totaal subsidiebedrag van zo’n 500.000 euro,” aldus Peter Bellens, gedeputeerde voor Plattelandsbeleid en voorzitter van de 3 Antwerpse LEADER-gebieden. “Dat waren zeer diverse projecten: van de introductie van streekproducten in zorgkeukens tot verkeersveiligheid op landelijke wegen of de heroriëntatie van uittredende land- en tuinbouwsters op de arbeidsmarkt.”

Bron: Vilt, 26 mei 2016