Burende Boeren op zoek naar meer draagvlak voor sector

Om het draagvlak voor de landbouwsector in het sterk verstedelijkte Mechelse arrondissement te vergroten en de kloof tussen boer en burger te verkleinen, slaan zes partners die actief zijn in de regio de handen in elkaar. Concreet moet het ‘Burende Boeren’-project werken aan een versterking van de korte keten, het verhogen van het milieubewustzijn bij landbouwers en het valoriseren van agrarische nevenstromen. Over twee jaar en een half moeten die doelstellingen gerealiseerd zijn. “Samen moeten we de toekomst voor land- en tuinbouw als één van de economische speerpunten van onze regio verzekeren”, aldus gedeputeerde Peter Bellens.

Lang aanslepende en felbevochten vergunningsprocedures zijn allicht één van de meest tastbare symptomen van het voortdurende gevecht dat de land- en tuinbouwsector in ons land moet leveren om op een minimum aan draagvlak te kunnen rekenen. De “macht van de klacht”, om het met de woorden van Gert Van de moortel, provinciaal voorzitter van projectpartner Boerenbond, te zeggen. De grote uitdaging is dan ook om de gapende kloof tussen boer en burger opnieuw te verkleinen. “Het is niet eens zo lang geleden dat we allemaal een landbouwer als buur hadden”, verwijst Rurant-voorzitter Peter Bellens naar een tijdperk waarin dat draagvlak nog een evidentie was. 

Als coördinator van het Burende Boeren-project wil Rurant daar alvast in de streek rond Mechelen iets aan veranderen. Samen met intercommunale IGEMO, het Innovatiesteunpunt, de provincie Antwerpen, RESOC Mechelen, Boerenbond en 12 gemeenten, is het de bedoeling dat de projectpartners verschillende concrete acties op touw gaan zetten die boeren en burgers weer dichter bij elkaar brengen en bij de consument meer bewustzijn creëren over het reilen en zeilen op de landbouwbedrijven waar hun dagelijkse kost wordt geproduceerd.

Vertrekpunt om de actie op touw te zetten, was de “urgente uitdaging” om de plaats voor land- en tuinbouw in het buitengebied te behouden. De sector heeft volgens de initiatiefnemers heel wat antwoorden in huis op de uitdagingen waarmee de peri-urbane regio rond Mechelen geconfronteerd wordt. “Helaas wordt die potentiële rijkdom vaak over het hoofd gezien en verwaarloosd – zowel door stadsbewoners als door de rurale ondernemers zelf”, zo klinkt het.

Binnen drie thematische pijlers zal aan die globale doelstellingen gewerkt worden: boer-overheid, boer-buurt en boer-industrie. Het luik buur-overheid zal getrokken worden door Rurant en wil via een participatief proces plannen maken voor een lokale voedselstrategie, met acties om lokale producten tot bij de burgers te brengen. Initieel zal een inventaris worden opgesteld van alle korte ketenactoren. Inspiratiesessies en -vergaderingen moeten uiteindelijk uitmonden in gemeentelijke actieplannen.

Het boer-buurt-verhaal zal getrokken worden door IGEMO en moet resulteren in concrete acties die het milieubewustzijn op landbouwbedrijven verhogen. Landbouwers zullen met elkaar ervaringen uitwisselen die de verschillende omgangsvormen met het thema milieu illustreren. Het Innovatiesteunpunt zet zijn schouders onder het boer-industrie-luik. De valorisatie van agrarische nevenstromen is een absolutie prioriteit, en ook het ontwikkelen van innovatieve producten en diensten in de korte keteneconomie staat op het takenlijstje.

“Het is belangrijk dat alle stakeholders in dit verhaal niet in hun cocon blijven, maar intensief gaan samenwerken om elkaar te inspireren en te stimuleren”, aldus Rurant-voorzitter Peter Bellens. “De uiteindelijke doelstelling is het verzekeren van de toekomst voor land- en tuinbouw als één van de economische speerpunten van deze regio. Vanuit Europa, Vlaanderen en de provincie investeren we de volgende twee jaar meer dan 120.000 euro in dit project. Een vierde van die middelen zijn subsidies van de provincie Antwerpen.”

Bron: VILT, 27 januari 2016