Plattelandseducatie op maat van scholen in Haspengouw

Plattelandsbeleving en landbouweducatie komen in Haspengouw in een stroomversnelling dankzij een LEADER-project waar de provincie Limburg en negen gemeenten financieel toe bijdragen. Tot dusver zorgden geëngageerde boeren en tuinders er op eigen houtje voor dat kinderen niet vervreemden van de landbouw, weliswaar met de ondersteuning van Plattelandsklassen en het netwerk ‘Boeren met Klasse’. De komende drie jaar wordt een goed geolied geheel uitgebouwd van kijkboerderijen, een ‘binnen-bij-boeren’-dag, plattelandskranten, een digitaal boek voor het lager onderwijs, en voor het secundair onderwijs leerrijke excursies bij de verschillende schakels van de agrovoedingsketen. Voor leerkrachten zal het nog nooit zo eenvoudig geweest zijn om landbouw- en plattelandseducatie op te nemen in het leerplan.

In het gemeentehuis van Riemst werd vrijdag het startsein gegeven voor het LEADER-project ‘Het begint in … Haspengouw’. Dit is één van de zeven projecten die eind vorig jaar goedgekeurd werd door de plaatselijke werkgroep van plattelandsactoren. Limburgs gedeputeerde van Landbouw en Platteland Inge Moors is in haar nopjes met het project. Zij ziet tot haar eigen spijt de kennis over landbouw bij kinderen (en volwassenen) achteruitgaan en hoopt dat dit project alvast in Haspengouw het tij kan keren.

Koken kost geld, dus zorgt de provincie Limburg samen met Vlaanderen en Europa voor een cofinanciering van bijna 113.000 euro op een totale projectkost van ruim 173.000 euro. De resterende 35 procent wordt bijeengebracht door Landelijke Gilden-Plattelandsklassen en door de negen gemeenten die participeren. Zij dragen elk 3.000 tot 5.000 euro bij, a rato van hun inwonersaantal. Het gaat om Borgloon, Heers, Herk-de-Stad, Hoeselt, Kortessem, Riemst, Sint-Truiden, Tongeren en Wellen. In Landelijke Gilden en Plattelandsklassen vinden de gemeentebesturen een gedreven projectpromotor, respectievelijk projecttrekker. Beide organisaties hebben veel ervaring in het bouwen van bruggen tussen boer en burger om de vervreemding van de landbouw tegen te gaan.

Peter Bruggen, algemeen secretaris van Boerenbond, spreekt van “twee organisaties die een stevig fundament leggen onder een project waar veel mensen actief aan zullen meewerken”. Samen zullen zij ervoor zorgen dat leerkrachten uit het lager en secundair onderwijs niet meer naast het aanbod landbouw- en plattelandseducatie kunnen kijken. In het kader van dit project gaat extra aandacht uit naar digitale educatieve pakketten als aanvulling op de boerderijbezoeken. Plattelandsklassen gaat immers mee met zijn tijd, en heeft zijn aanbod aangepast aan de multimediale manier van lesgeven. “We doen veel meer dan een alternatief aanbieden voor Bos- en Zeeklassen”, herinnert Bruggen aan de manier waarop het voor Plattelandsklassen allemaal begon in 1987.

Projectcoördinator Karlijn Van Duffel (Plattelandsklassen) legt uit wat de scholen in Haspengouw de komende drie jaar zoal mogen verwachten: “We ontwikkelen een digitaal lessenpakket voor het lager onderwijs over de in Haspengouw vaak voorkomende landbouwtakken fruitteelt, akkerbouw en pluimvee.” In afwachting van het digitaal schoolboek ‘Ons dagelijks bord’ (met links, filmpjes, enz.) namen we een kijkje in de papieren versie. In enkele minuten tijd is onze kennis opgefrist over de mestkringloop, de groeicyclus van de champignon, de vermeerderingswijze van aardbeien en kunnen we het malste stukje vlees op een koe of varken situeren. We worden er mee geconfronteerd dat we minder groenten eten dan goed voor ons is, leren het concept voedselkilometers kennen en herinneren ons weer dat een koe vier magen heeft.

In de loop van het project worden in elke deelnemende gemeente ‘binnen-bij-boeren’-dagen georganiseerd. Zo’n dag biedt net dat tikkeltje extra ten opzichte van een bezoek aan een boerderij. Karlijn Van Duffel: “Door op één dag alle leerlingen uit bijvoorbeeld een vijfde leerjaar uit te nodigen op de boerderij, willen we een ‘evenements-gevoel’ creëren. Boeren en tuinders die actief zijn in andere deelsectoren komen die dag naar de bezoekboerderij. Een varkensboer kan bijvoorbeeld enkele biggen meenemen naar het fruitbedrijf waar de kinderen te gast zijn en vertellen over zijn activiteit. Zo komen kinderen op één plek meer te weten over fruit, varkens, kippen, eieren, akkerbouw, enz. We willen de kinderen onderdompelen in een bad van landbouwweetjes en hoe kan dat beter dan door ze te laten voelen, proeven en ruiken. Zo’n ervaring op de boerderij blijft veel langer hangen bij de kinderen dan een les op school.”

Ter ondersteuning van de ‘binnen-bij-boeren’-dag wordt er een plattelandskrant uitgegeven die animo creëert rond de landbouw in een gemeente. Deelsectoren die sterk vertegenwoordigd zijn in de gemeente worden er extra uitgelicht. Aanvullend op de plattelandskranten komen er vakoverschrijdende werkblaadjes waarmee schooljuffen en -meesters uit het lager onderwijs de dag op de boerderij kunnen in- of uitleiden.

Op maat van de eerste graad van het secundair onderwijs worden drie excursies uitgewerkt. Van Duffel geeft de productie van suiker als voorbeeld: “Met de leerlingen kunnen we eerst een akkerbouwer bezoeken die suikerbieten teelt, vervolgens naar de Tiense Suikerraffinaderij afzakken voor de verwerking en tot slot een bezoek aan de supermarkt brengen om te achterhalen welke soorten suiker er allemaal verkocht worden.” Om de schoolgaande jeugd op de boerderij te krijgen, is het ideaal dat elke school in Haspengouw op wandelafstand een boerderij vindt die participeert aan dit project. “De ervaring leert dat het veel makkelijker is om landbouwers bereid te vinden om hun boerderij open te stellen dan scholen tot een excursie te bewegen”, zegt Karlijn Van Duffel. Aan dat laatste wil het LEADER-project ‘Het begint in … Haspengouw’ iets veranderen.

Met het enthousiasme bij de Haspengouwse landbouwers zit het inderdaad goed, getuige hun aanwezigheid op de projectvoorstelling. Voor fruitteelster Véronique Monard is het niet nieuw om leerlingen van de school uit het dorp een rondleiding te geven op het bedrijf dat ze samen met haar man Dominique Libert in Mechelen-Bovelingen uitbaat. “Ik verwacht dat de interesse van scholen door dit project zal toenemen zodat ik vaker een klas mag ontvangen”, zegt Véronique. Een halve dag vliegt volgens haar voorbij wanneer de kinderen leren hoe fruit geteeld wordt en uiteindelijk in de winkel terechtkomt. Goed ondersteund als ze zich weet door de gemeente en door Plattelandsklassen ziet Véronique het helemaal zitten om iets te doen aan de onwetendheid over landbouw bij de jeugd.

Bron: Vilt, 21 februari 2016