Bebossing

Met de maatregel "bebossing" wil de Vlaamse overheid de uitbreiding van het bosareaal stimuleren. De bosuitbreiding moet structureel bijdragen aan de realisatie van de instandhoudingsdoelen (IHD) en kan tegelijkertijd de impact van deze IHD op landbouw beperken. Elke hectare bosuitbreiding in functie van IHD die via deze maatregel wordt gerealiseerd, dient niet elders bij landbouwers gezocht te worden. De uitbreiding van de bosoppervlakte en de daaraan verbonden opslag van CO2 komt ook het klimaat ten goede. Tegelijkertijd bevordert deze maatregel een goede bosbouwkundige praktijk.

De totaal te bebossen oppervlakte moet minstens 0,5 ha bedragen, of minstens 0,25 ha wanneer deze aansluit bij bestaand bos. De aangelegde bossen moeten minstens 25 jaar in stand gehouden worden.

De steun voor bebossing die wordt toegekend, kan worden opgesplitst in drie onderdelen:

  • Aanlegsubsidie

De aanlegsubsidie kan aangevraagd worden voor de aanplant van gemengde bossen met inheemse standplaatsgeschikte soorten of van populier met een standplaatsgeschikte inheemse onderetage. Deze steun kan verhoogd worden voor het aanbrengen van bescherming tegen wildschade. De steun voor wildbescherming kan ook verkregen worden wanneer uitsluitend beheerwerken worden uitgevoerd om via natuurlijke verjonging tot een geslaagde bebossing met inheemse soorten te komen.

  • Inkomenscompensatie

Landbouwers die de aanlegsubsidie bebossing ontvangen of die via natuurlijke verjonging tot een geslaagde bebossing komen, kunnen gedurende de eerste 12 jaar subsidie krijgen voor de inkomensverliezen die zij hebben bij de omzetting van landbouwgrond naar bos.

  • Onderhoudssubsidie

Wie in aanmerking komt voor de inkomenscompensatie krijgt gedurende de eerste 12 jaar ook een subsidie voor het onderhoud van deze bebossingen.

Op periodieke tijdstippen zal een beoordelingscommissie de aanvragen beoordelen aan de hand van een aantal objectieve en meetbare criteria en rangschikken volgens een puntensysteem.