Landbouwgebied wordt in snel tempo vogelvriendelijker

De Vlaamse Landmaatschappij zendt bedrijfsplanners uit om zoveel mogelijk landbouwers te overtuigen om beheerovereenkomsten te sluiten. Overeenkomsten specifiek voor akkervogels hebben enkel zin in de regio’s waar bijvoorbeeld nog veldleeuweriken en gorzen voorkomen. In Vlaanderen is er zo’n 10.000 hectare waar akkervogels het naar hun zin kunnen hebben mits een betere inrichting van die gebieden. Heel wat landbouwers engageren zich daarvoor. Op een jaar tijd werd een forse toename gerealiseerd van de oppervlakte aan beheerovereenkomsten in de voornaamste akkervogelgebieden: van 443 naar 657 hectare (+48%).

Het is in de 10.000 hectare geschikt akkervogelgebied dat de bedrijfsplanners vorig jaar zoveel mogelijk landbouwers probeerden te overhalen om beheerovereenkomsten te sluiten. Van 2017 op 2018 steeg de oppervlakte beheerovereenkomsten in de voornaamste akkervogelgebieden van 443 naar 657 hectare. “In een groot deel van die gebieden dekken beheerovereenkomsten nu 6 procent of meer van het areaal af”, laat de Vlaamse Landmaatschappij weten.

Zo werd bijvoorbeeld in een 544 hectare groot deelgebied ten westen van Landen een toename gerealiseerd van 24 hectare naar ruim 44 hectare aan beheerovereenkomsten (ruim 8%). Ook in De Moeren in West-Vlaanderen liggen 95 hectare aan beheerovereenkomsten (ruim 11%). Zulke dekkingsgraden aan akkervogelvriendelijke maatregelen kunnen volgens experten volstaan om een verdere achteruitgang van akkervogels in die gebieden tegen te gaan.

Ook dit jaar wordt die aanpak voor akkervogels voortgezet. Elders probeert de overheid met de hulp van landbouwers om het weidevogels opnieuw naar hun zin te maken. Aan de benedenloop van de Zwarte Beek in Limburg ligt een weidevogelgebied van 1.000 hectare. Daar werden op ruim 162 hectare (of bijna 17%) beheerovereenkomsten voor weidevogels gesloten. Ook in de kustpolders in de buurt van Vijfwege voeren landbouwers op 23 procent van het areaal geschikt weidevogelgebied beheermaatregelen voor weidevogels uit.

De maatregelen voor akker- en weidevogels zijn gericht op het voorzien in voedsel en nestgelegenheid. Wanneer een landbouwer enkele hoekjes van een perceel kort voor de zomer inzaait met graan en dat in de aar laat overwinteren, dan weten akkervogels in putje winter waar ze naar toe moeten vliegen voor voedsel. Een kruidenrijke grasstrook is dan weer meer geschikt als zomervoedsel. Daarnaast biedt de grasstrook nestgelegenheid en het jaar rond schuilmogelijkheid. Weidevogels zijn vooral geholpen met een latere maaidatum van grasland en minder koeien op de weide tijdens het broedseizoen. Door die maatregelen neemt het broedsucces van de weidevogels toe en hebben ze voldoende tijd om hun jongen groot te brengen.

Bron: Vilt, 31 januari 2019