Steun voor flexibele GLB-vergroening in Parlement

In het Europees Parlement heeft de commissie Landbouw zich uitgesproken over de hervorming van het landbouwbeleid (GLB). De europarlementsleden dringen aan op meer flexibiliteit in de beoogde 'vergroening'. Ook het pleidooi voor de verlenging van de suikerquota komt voor (Vlaamse) boeren als geroepen. Maar men wil ook de toeslagrechten in de 27 lidstaten sneller dan voorzien gelijktrekken.

Het is voor het eerst in de geschiedenis dat het Europees Parlement zijn stempel mag drukken op de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Vooraleer het Europees halfrond zich in maart in plenaire zitting uitspreekt over het GLB, was het de beurt aan de europarlementsleden van de commissie Landbouw.

Uit de resultaten van de stemming blijkt dat zij kiezen voor een meer flexibele 'vergroening' van het landbouwbeleid. Een derde van de inkomenssteun voor een landbouwer mag daar van afhangen, maar de europarlementsleden willen die landbouwer dan wel meer kansen geven om aan de drie vergroeningsmaatregelen te voldoen. Voor de ecologische focusgebieden betekent dat bijvoorbeeld een meer geleidelijke invoering zodat niet van vandaag op morgen zeven procent van het akkerland meer ecologisch moet worden uitgebaat.

De commissie Landbouw in het Europees Parlement wil voorts uitzonderingen op de vergroeningsmaatregelen toestaan voor bedrijven kleiner dan tien hectare en vindt versoepelingen gerechtvaardigd voor bedrijven kleiner dan 30 hectare. Dat zou onder meer kunnen tegemoet komen aan de verzuchting dat de verplichte gewasdiversiteit moeilijk haalbaar is voor kleinere bedrijven.

Landbouwers die zich reeds milieuvriendelijke landbouwpraktijken eigen hebben gemaakt en een milieu-certificaat kunnen voorleggen, hoeven geen bijkomende inspanningen te doen om aanspraak te kunnen maken op de 30 procent 'groene inkomenssteun'. Wat zij aan inspanningen doen, moet wel minstens gelijkwaardig zijn aan de drie vergroeningsmaatregelen (blijvend grasland, gewasdiversiteit en ecologisch focusgebied) in het Europees landbouwbeleid.

Landbouwcommissievoorzitter Paolo De Castro maakte van de gelegenheid gebruik om het Europees landbouwbudget te verdedigen. "Ambitieuze doelstellingen brengen hoge kosten met zich mee. Nog meer besparen op de middelen voor het GLB is daarom simpelweg onaanvaardbaar." De Castro richtte zich ook tot de EU en de lidstaten met de vraag om vaart te zetten achter een akkoord over de Europese meerjarenbegroting. Daarop is het wachten om het landbouwbeleid na 2013 (2014, nvdr.) definitief vorm te geven.

Ondertussen staat al vast dat het landbouwbeleid tot en met 2014 bij het oude blijft omdat de hervorming niet tijdig klaar geraakt. De globale daling van het landbouwbudget en de eerste stap tot herverdeling tussen de lidstaten zullen volgend jaar wel al een zichtbaar effect hebben op de bedrijfstoeslag van landbouwers.

Door entiteiten als sportclubs en luchthavens uitdrukkelijk uit te sluiten van landbouwsteun wil de commissie Landbouw garanderen dat de Europese inkomenssteun enkel bij actieve landbouwers terechtkomt. Lidstaten zouden de mogelijkheid krijgen om deze uitsluitingslijst uit te breiden of in te korten.

Het verschil in inkomenssteun tussen landbouwers uit verschillende lidstaten is de commissie een doorn in het oog. Nog sneller dan de Commissie wil zij evolueren naar (meer) gelijkheid. Tegen 2019 zou elk toeslagrecht in Europa evenveel waard moeten zijn, al verzachten de europarlementsleden de bittere pil enigszins voor landbouwers in de oude lidstaten. Daar zouden de toeslagrechten toch 20 procent hoger mogen uitvallen dan het EU-gemiddelde omdat een strengere herverdeling het voortbestaan van landbouwbedrijven op de helling zou zetten.

Het voorstel van de Europese Commissie om de hoogste bedrijfstoeslagen af te romen, kan op veel bijval rekenen in de landbouwcommissie van het Europees Parlement. Maar nog meer besparen op de steun aan grote bedrijven, wil men niet doen. In het voorstel van de Commissie zal geen bedrijf nog meer dan 300.000 euro per jaar ontvangen. Bedragen boven de 150.000 euro worden afgeroomd met een percentage dat begint bij 20 procent, maar 40 en 70 procent bedraagt voor de schijven boven 200.000 euro en 250.000 euro inkomenssteun. "Het geld dat op die manier niet uitgegeven wordt, gaat naar het plattelandsbeleid van dezelfde regio", benadrukken de parlementsleden.

Verder lezen we in het GLB-standpunt van de europarlementsleden een pleidooi voor het behoud van de suikerquota en een grote bezorgdheid over de financiële risico's die landbouwbedrijven lopen door de volatiliteit van de prijzen van grondstoffen en landbouwproducten. Eén van de aanbevelingen is om instrumenten voor risicobeheer, zoals een inkomensverzekering, te financieren met middelen uit pijler 2 (plattelandsontwikkeling). In pijler 1 (inkomenssteun aan landbouw) zouden de landbouwers daar immers zelf voor opdraaien. Door de lagere bedrijfstoeslag worden ze in dat laatste scenario nog kwetsbaarder voor de grillen van de markt, en net dat willen de europarlementsleden vermijden.

Wanneer het Europees Parlement in voltallige vergadering haar standpunt heeft ingenomen, starten de onderhandelingen met de lidstaten die het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de komende zes jaar verder vorm zullen geven. Maar eerst dienen de Europese staatshoofden en regeringsleiders op 7 en 8 februari een akkoord te vinden over de meerjarenbegroting voor de periode 2014 tot 2020.

Bron: Vilt, 24 januari 2013