Verslag studiedag ‘Landbouwer in de wereld’ – 17 juni 2014

Hier vindt u de link naar enkele foto's van deze studiedag.

De dag van vandaag zijn er heel wat maatschappelijke noden waarvoor niet meteen een oplossing bestaat. Soms ligt (een deel van) de oplossing misschien niet waar je het zou verwachten, bijvoorbeeld bij de landbouwer om de hoek. Op dinsdag 17 juni organiseerde het Vlaams Ruraal Netwerk, in samenwerking met Cera, een studiedag rond dit thema onder de titel ‘Landbouwer in de wereld’. Tijdens deze studiedag toonden we enkele voorbeelden van hoe landbouwers op dergelijke noden kunnen inspelen. Zo zijn er in Vlaanderen heel wat zorgboeren en –boerinnen. Maar ook op het vlak van landschapsbeheer, milieuproblematiek, … zijn er heel wat initiatieven waarmee boeren en hun buren dichter bij elkaar komen.

 

Dit infomoment ging door op de plantenkwekerij en zorghoeve Sint-Jansberg bij Jos en Jeanine Nelissen-Janssen in Maaseik.

De eerste spreker was Koen Vanheukelom, Provinciaal secretaris van Boerenbond Limburg en Landelijke Gilden. Hij had het over hoe een hedendaagse landbouwer kan inspelen op de huidige maatschappelijke noden, want die zijn anders dan vroeger. Waar landbouw vroeger vooral voedsel diende te produceren, zien we de laatste jaren bijkomende eisen op het vlak van kwaliteit, prijs, duurzaamheid, … Voedselproductie blijft de hoofdopdracht, maar daarnaast ziet Koen ook vier vragen vanuit de maatschappij naar landbouw toe: zorg voor onthaasten/recreatie/ontspanning; zorg voor groene energie en klimaatneutraliteit; zorg voor zij die het nodig hebben en ; zorg voor landschaps- en natuurbeheer.

- Wat de vraag naar zorg voor recreatie en onthaasting betreft, merkte Koen op dat hoevetoerisme de laatste 10 jaar enorm is gegroeid. De markt is er, nu moet er gewerkt worden aan innovatieve invullingen. Vergeet hierbij het economische luik niet: het is de bedoeling dat het iets opbrengt voor de landbouwer en dus bedrijfseconomisch relevant is. Mogelijke pistes met groeimarges zijn ontvangst van klassen en scholen, inzetten op speciale belevingen (verjaardagen, bedrijfsfeestjes, …) en kampeertoerisme.

- Op het vlak van zorg voor groene energie ziet Koen opnieuw heel wat kansen voor de landbouw. Hij merkte wel op dat de overheid en de maatschappij vaak een dubbele houding aannemen: langs de ene kant zijn ze vragende partij, maar langs de andere kant merkten we vaak het NIMBY-effect wanneer het gaat over windmolens, en is de wetgeving (vooral inzake ruimtelijke ordening) soms tegenstrijdig. Landbouwers moeten de kans krijgen om stappen te zetten om groene energie op te kunnen wekken. Communiceer hierbij ook wat er gebeurt en breng een positief verhaal rond de rol van land- en tuinbouw, doorspekt met concrete voorbeelden.

- De derde maatschappelijke nood waar landbouw kan op inspelen is de zorg. Vroeger kwamen mensen met beperkingen gewoon op landbouwbedrijven in de buurt helpen en was er automatisch een soort van zorg. Maar door de professionalisering van de landbouwbedrijven en de veranderde arbeidswetgeving werd er geleidelijk aan op steeds minder bedrijven externe hulp aanvaard. Intussen zijn er ook in Vlaanderen al heel wat zorgboeren en –boerinnen, maar de vraag blijft stijgen. Koen roept op om een uitweg voor de financiële hamvragen te zoeken.
- Een laatste nood die landbouwers kunnen invullen is landschaps- en natuurbeheer. Hier spelen de vakorganisaties ook op in? In de toekomst verwacht hij hier nog een serieuze groei te zien.

Samenvattend: land- en tuinbouw kan op vele vragen een deelantwoord bieden, maar hierbij moet worden opgemerkt dat dit niet automatisch van elke landbouwer kàn en màg verwacht worden. Die blijft in de eerste plaats iemand die voedsel produceert, en dat goed wil doen. Een aantal landbouwers willen ook andere pistes bewandelen en inspelen op de vragen van de maatschappij, maar hiervoor dienen ze maatschappelijk beloond te worden en moeten ze zelf de afweging maken of het combineerbaar is.

 

De tweede spreker was Kris Debruyne. Hij is zelf een zoon van een zorgboerin en werkt bij Cera. Dit is “een coöperatie die bruggen wil bouwen”, zoals Kris het verwoordt. Cera wil mensen met elkaar in contact brengen die dit in normale omstandigheden niet zouden doen. Men werkt er rond verschillende maatschappelijke thema’s, zoals: armoedebestrijding en sociale inclusie, land- en tuinbouw en duurzame ontwikkeling, zorg in de samenleving, lokale initiatieven in het onderwijs, … . De coöperatie is ook medeoprichter van verschillende sectoroverschrijdende instanties zoals het CAG (Centrum voor Agrarische Geschiedenis), Innovatiesteunpunt, Steunpunt Groene Zorg, Boeren op een Kruispunt, etc.

De opdracht van Cera als maatschappelijk investeerder is projecten financieren, maar ook stimuleren en integreren. Sinds het ontstaan van de coöperatie wordt er ingezet op land- en tuinbouw, sinds enkele jaren aangevuld met duurzame ontwikkeling en platteland. Want landbouw positioneert zich volgens Kris steeds meer tussen markt en maatschappij: zo wordt er onder andere meer aan landbouwverbreding gedaan, wat resulteert in een extra inkomen voor de landbouwer. Volgens Kris zullen er ook eerder groepen mensen een land- of tuinbouwbedrijf overnemen in de toekomst, want voor een individu wordt dit stilaan veel te duur.

Ook de lokale verbondenheid wordt hoog in het vaandel gedragen, zo zijn er projecten rond groene zorg en is er het Boerenburenplan. Binnen dit Boerenburenplan zijn er een 20-tal unieke projecten.

Ook de befaamde wedstrijd ‘Vrouwelijk talent op het platteland’ wordt door Cera mee georganiseerd. Jeanine Janssen, mede-eigenares van de Sint-Jansberg, is een winnares van deze wedstrijd. De thema’s zijn analoog aan de thema’s die ook binnen PDPO III een grote rol zullen spelen. Als afsluiter vertelde Kris ons dat iemand die een succesvol project wil opstarten over drie capaciteiten moet beschikken, namelijk verbondenheid, verlangen en het vermogen (zowel op gebied van tijd als vaardigheden).

Presentatie Kris - Cera (.pdf 1.08 MB)

Daarna mocht Karolien Horckmans van vzw Kempens Landschap haar verhaal doen over het PDPO II-project ‘Landschap en landschapszorg hand in hand in de kolonies’. Dit project was trouwens ook een laureaat bij onze eigen prestigieuze wedstrijd Prima Plattelandsproject 2013, onder het thema ‘duurzaam beheer van de open ruimte’. Hier wordt u doorverwezen naar meer informatie omtrent deze wedstrijd.

 

Na een situering van de beide kolonies, namelijk Wortel en Merksplas, hoorden we dat het project uit twee delen bestaat. Enerzijds de begrazing van de open ruimte in de dreven door het Kempisch heideschaap en anderzijds de aanmoedigingspremie voor landbouwers om landschappelijk onaantrekkelijke hoge teelten te vervangen door lagere gewassen. Zo werken landbouwers samen met derden om het landschap en de natuur op vraag van de maatschappij te verzorgen.

 

Het project stopt echter niet na hun PDPO-subsidies (Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling). Deze mooie resultaten openden deuren en creërden een heus hefboomeffect. Zo werd de kudde uitgebreid van 40 naar 250 dieren, werden er extra subsidies gegeven voor de verdere begrazing voor de periode 2013 – 2015 binnen Interreg IVB, toont men aan dat er een draagvlak is bij de landbouwsector om in dergelijke regelingen in te stappen, etc.

De werking van Kempens Landschap als vereniging heeft trouwens ook een prijs gewonnen bij de Europa Nostra Awards 2014, en dit in de categorie ‘Bijzondere inzet’!

 

 

Voor de lunchpauze mocht Veerle Konings nog het woord voeren. Zij en haar man baten het enige professionele landbouwbedrijf in Heppen uit: de Immerthoeve, een hoeve tussen de huizen. Samen met de omwonenden startten ze het Boerenburenplan-project ‘Buren composteren bij de boer’ op. In Leopoldsburg zal de verwerking van het groenafval in het containerpark betalend worden. Daarom hebben Veerle en haar man hun bedrijf open gesteld voor de buren om er hun groenafval te deponeren. Zelf zijn ze met de groep eerst naar een ‘composteermeester’ geweest  om er te leren hoe je alles best aanpakt om zo optimaal mogelijk te kunnen composteren. De composteervakken werden samen gebouwd. Veerle vertelde ons ook dat het niet enkel om het composteren ging, maar dat er hierdoor een hechte band wordt gecreëerd met de buren: er is al een excursie geweest naar een composteerbedrijf, naar een cultuurcentrum, … Dit type samenwerking met de buren is geen unicum in Heppen: in het kader van het project ‘Dorp met toekomst’ werd er ook een petanqueterrein aangelegd, wat de samenhang tussen de buren nog versterkt. Het feit dat ze kunnen rekenen op de goodwill van de buren is belangrijk voor de toekomst van het bedrijf, want de mensen hebben beseft wat het landbouwbedrijf voor hen kan betekenen. Een inspirerend voorbeeld ter afsluiting van deze voormiddag dus!

 

De jongvolwassenen van de zorghoeve Sint-Jansberg stonden in voor de zeer smakelijke lunch. Dit vormde alvast een mooie inleiding voor de eerste spreker van deze namiddag: Jeanine Janssen. Samen met haar man Jos Nelissen baat ze dit tuinbouwbedrijf, en tevens zorghoeve, uit. Sinds 2011 zijn ze officieel begonnen met de zorghoeve. Het begon met twee mensen met autisme, maar ondertussen zijn er al 27 jongvolwassenen en volwassenen die komen meehelpen op het bedrijf. De bedoeling is om hen waar mogelijk terug te laten doorstromen naar de maatschappij. Dit doen ze door hen te laten meehelpen op het bedrijf, excursies te maken, workshops te laten volgen, … Uiteraard doen ze dit niet alleen. Groene Zorg en Landelijke Thuiszorg zijn maar een paar van de partners. Ze zijn steeds op zoek naar nieuwe partners. Een mogelijke nieuwe partner zou ook bijvoorbeeld een maatschappelijk assistente van een OCMW kunnen zijn, haalde Jeanine aan. De zorgvragers komen uit de hele provincie Limburg, er is zelfs iemand die wekelijks van Schaarbeek naar Maaseik trekt om mee te helpen op hoeve Sint-Jansberg. Het feit dat Jeanine en Jos zich specifiek richten op mensen met autisme, en zich hiervoor bijgeschoold hebben en een missie-visie hebben, maakt hen uniek. Dit maakt dat ze de vraag zelfs amper kunnen bijhouden. Jeanine en Jos laten de mensen helpen bij het verzorgen van de planten en bloemen, het klaarzetten van bestellingen, het onderhoud van de serres, … en in de zomermaanden wordt er op het fietsterras catering voorzien. Er is ook een knuffelzone bij de konijnen, een zelfpluktuin met verschillende groenten, … . De mensen die bij Jos en Jeanine komen worden voor heel diverse taken ingezet en kunnen zo ontdekken wat hen het meeste ligt en welke richting ze uit willen. Na haar inspirerende en enthousiasmerende uitleg, deed ze haar verhaal verder uit de doeken tijdens een rondleiding op het bedrijf.

 

Onze laatste spreker was Dirk Uten, coördinator van het project ‘Nieuwe Kansen Geven’ (NKG). Het concept achter dit project is jongeren terug zin doen krijgen. Vijftien procent van de jongeren verlaat immers de school zonder diploma. Zo haalde hij het voorbeeld van een jongere aan die ook op de zorghoeve van Jeanine en Jo heeft vertoefd. In het begin werkte hij bijna de ganse week mee op Sint-Jansberg. Daarnaast hielp hij een halve dag mee op het containerpark. Langzamerhand ging hij meer en meer werken op het containerpark en minder op de zorghoeve, tot hij uiteindelijk full-time tewerkgesteld werd bij het containerpark en daar zelfs nieuwe ideeën heeft kunnen uitwerken. Dit principe van communicerende vaten is succesvol, volgens Dirk.

 

Men laat bij het project altijd de jongere zelf kiezen wat ze willen (autonome motivatie). Zo is iemand die geïnteresseerd was in techniek bij een Fietspunt terecht gekomen, waar hij nog steeds zeer graag werkt. Volgens Dirk zijn er drie voorwaarden om tot een succes te komen: de jongere dient zelf gemotiveerd te zijn, ze moeten ook effectief iets kunnen bijbrengen, én er is een goede, warme begeleiding nodig van de zorgverstrekker. Zorgboeren en –boerinnen verrichten op dat vlak vaak schitterend werk. Zij zijn ook inspirerende voorbeelden voor andere sectoren waar zorg nog niet zo goed is ingeburgerd.

Dirk vertelde nog dat ze er naar streven om good practices uit te wisselen met de mensen die een lerarenopleiding volgen, zodat ook zij op de hoogte zijn van de situatie en mogelijkheden.

Folder project 'Nieuwe Kansen Geven' (.pdf 1.06 MB)