Verslag themadag 3 'Grasduinen in het gras' - 24 september 2013

De themareeks “grasduinen in het gras” werd op 24 september 2013 afgesloten met een focus op de optimalisatie van grasbeheer. In het auditorium van het ILVO (Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek) werd besproken hoe we, met respect voor natuur en landbouw, grasbeheer kunnen optimaliseren.

De eerste spreker, Joost Baert, focuste zich op het thema van soort- en rassenkeuze. Hij vertrok van de vraag of Engels raaigras dan niet volstaat voor een intensieve landbouw met respect voor natuur en milieu? Hiervoor overliep hij de landbouwkundige waarde-inschatting van voedergrassen, met aandacht voor opbrengst in functie van stikstofbemesting en kwaliteit (verteerbaarheid). Uit zijn presentatie kwamen de “voordelen” en “nadelen” van Engels raaigras voor landbouw en voor natuur duidelijk naar voor. Tot slot werden mengsels van grassen en van grassen en klavers onder de loep genomen. Deze kan men bekomen via verbetering, kruising en/of menging. Ook op de kansen die nieuwere klaversoorten of kruiden zouden kunnen bieden, werd ingegaan. Besluit: Engels raaigras haalt een mindere drogestofopbrengst maar is superieur op het vlak van verteerbaarheid. Een compromis opbrengst/kwaliteit kan gevonden worden in mengsels van Engels raaigras met andere grassoorten en/of met klaver.

 

Alex De Vliegher nam de micro over en vertelde ons meer over graslandvernieuwing, vlinderbloemigen en graslanduitbating in het kader van milieuvriendelijk graslandbeheer. Hieruit leerden we dat het tijdstip van vernieuwing een hoog effect heeft op het nitraatstikstofgehalte – een element dat in een demonstratieproject verder wordt uitgezocht. Het beste compromis tussen voor- en nadelen zou graslandvernieuwing begin/midden september zijn. Ook het bijzaaien werd onder de loep genomen. Daarna ging Alex verder op het aspect van vlinderbloemige voedergewassen: luzerne, rode en witte klaver werden geanalyseerd met betrekking tot hun mogelijkheden in combinatie met grassen. Hieruit bleek dat luzerne beter in combinatie met gras wordt gezet dan in monocultuur en dat de combinatie van raaigras met klaver de voorkeur wegdraagt. Tot slot haalde Alex voorlopige resultaten uit het Europese project MULTISWARD over graslandgebruik in het najaar aan. De vermelde onderzoeken zijn nog niet afgelopen dus de resultaten zijn voorbarig.

Als laatste spreker nam Bert Van Gils het woord. Hij bracht de aandacht op grasland onder natuurbeheer, waarbij zowel weidevogelbeheer als botanisch beheer aan bod kwamen. Eén derde van de landbouwoppervlakte wordt namelijk als gras beheerd. Als men dit combineert met de positie als belangrijkste vorm van ruwvoeder en het grote belang van gras voor de ecologie, blijkt graslandbeheer zeer belangrijk te zijn voor zowel landbouw als natuur. Bert lichtte twee onderzoeken naar intensief, botanisch en weidevogelbeheer op grasland toe. Het ene onderzoek focust op beheersgrasland en toonde aan dat de drogestofproductie langzaam daalt bij verminderde of nulbemesting, maar dat het type bodem hierin een grote rol speelt. Qua “landbouwkundig verlies” valt het verminderen van VEM en ruw eiwitgehalte bij weidevogel- of botanisch beheer goed mee, net zoals de chemische bodemvruchtbaarheid. Een tweede onderzoek betreft een nog niet-gepubliceerd onderzoek over graslanden onder natuurbeheer. De resultaten hiervan zullen pas in 2014 beschikbaar zijn, maar er werd al een tip van de sluier opgelicht: in het onderzoek werd vertrokken van drie verschillende types van reeds lopende uitbating. Men kan reeds effect zien op de productiehoeveelheid, maar de VEM-kwaliteit blijft wel op peil. We kijken dus al uit naar de publicatie van deze studie! Tot slot riep Bert nog op om na te denken of de datum van 15 juni wel voor alle types van beheer en alle doelstellingen een correcte datum is – misschien kan hierin wel gedifferentieerd worden?

Na de lunch trokken we de velden rondom de gebouwen van ILVO in.

Bij ILVO worden nieuwe gras-en klavercultivars veredeld, waarbij veelbelovende soorten jarenlang worden vermeerderd en beoordeeld. Zodra een cultivar op de Belgische of een buitenlandse rassenlijst ingeschreven is, kan die in de handel komen. Vooraleer een nieuw ras op een rassenlijst toegelaten wordt, moet het eerst strenge testen doorstaan. Elk nieuw gras- of klaverras moet beter scoren (voedingswaarde, opbrengst, ziektetolerantie, persistentie enz. ) dan de bestaande rassen waarmee het vergeleken wordt. De veredeling van zo’n nieuwe cultivar kan wel tot 15 jaar duren, wist Joost ons te zeggen!

Daarna zetten we koers richting het tweede proefveld, namelijk dat met soja.

Joke Pannecoucke (ILVO) wist ons te vertellen dat een deel van het “sojaveld” beschermd is, want blijkbaar is soja erg geliefd onder duiven, konijnen, etc. Vorig jaar werd er voor de eerste keer een proefveld met soja geplant, maar dit bleek echter niet zo succesvol. Dit jaar hopen ze op een beter resultaat om zo ook alsmaar betere soja te bekomen.

Alex De Vliegher nam ons hierna mee voor de laatste twee veldbezoeken. Een aantal proeven en resultaten die naar voor kwamen in zijn presentatie konden we nu gaan bekijken op het veld. Zo konden we de verschillen zien bij de gewassenkeuze en bemesting. De verschillende teelten die aan bod kwamen bij het derde proefveldbezoek waren kuilmaïs, voederbieten en uiteraard de verschillende sneden gras.

Bij het laatste proefveld kwamen verschillende grassoorten in beeld, al dan niet gecombineerd met rode en/of witte klaver bij verschillende eenheden stikstof. In totaal werden er twaalf proeven met en twaalf proeven zonder klaver uitgevoerd. De grassoorten die we er konden zien, waren Engels raaigras, rietzwenkgras en festulolium. Ook mengels Engels raaigras met andere grassoorten in twee verhoudingen werden uit de doeken gedaan door Alex.

Na deze zonnige en leerrijke laatste themadag rond gras keerden we terug richting ILVO waar iedereen nog een drankje werd aangeboden ter afsluiting.

Hieronder vindt u de presentaties terug: