Verslag seminar ENRD ‘improving the delivery of Rural Development Programmes' - 9 december 2011

samenvatting vanwege de EC:

samenvatting op basis van eigen nota’s:

 

vraagstelling:

  • EIP: hoe zal dat er concreet uitzien?

EC: operationele groepen die samenwerking trekken.  De groepen kunnen zelf in de programmering beslissen wat ze willen. De operationele groepen komen met projecten die verband houden met nieuwe ontwikkelingen en kunnen financiering krijgen. Mogelijkheid om geëigende partners te vinden. Opgedane kennis kan worden meegenomen naar eigen werkzaamheden.

  • CSF >2014 hoe gaat dat in zijn werk?

Verschillende wetsvoorstellen in oktober 2011. CSF-funds, 5 fondsen samen. Sterke territoriale dimensie.

EU-beleidsdocumenten: begin 2012 en van daaruit kunnen de LS verder.

® workshops: how to improve the delivery mechanisms in the next programming period (3  parallelle workshops)

workshop A: hoe het ontwerp  van de programma’s verbeteren (sterkere strategische oriëntatie, betere gerichtheid  en coördinatie met andere beleidslijnen?

twee case studies:

Vier vragen voor discussie worden besproken en samengevat in plenaire vergadering:

  •  vraag 1: hoe hoge kwaliteit behalen voor programma’s en consultatieproces?

o   het goed doen vanaf het begin: een goed programma moet uitgaan van een goede strategie.

o   rol van het nationaal strategisch plan?

 

Strategie moet zorgen voor coördinatietussen de instrumenten en objectieven. Vraag is of we klaar zijn om dit te doen.

coherentie tussen regionaal en nationaal niveau mbt strategie. Geen pasklaar antwoord, want de LS zijn zo verschillend.

o   Een goede balans vinden en toch flexibel zijn. Geschikte instrumenten op EU-niveau is nodig.

  • vraag 2: Hoe ervoor zorgen dat programma wordt bepaald door strategie, EU-prioriteiten, SWOT,… eerder dan verleden en verwachtingen begunstigden?

o   theorie stemt niet steeds overeen met de praktijk

o   verzekeren dat de strategie de referentie is voor het programma en niet omgekeerd.

o   rekening houden met de resultaten van evaluaties

o   praktisch zijn, met oog voor toekomstige prioriteiten. 

  • vraag 3: balans tussen topdown en bottom up invloeden bij programma’s

o  consultatie: een hulpmiddel om coherentie te verkrijgen.

o   belangrijke rol voor de Rurale Netwerken

o   duidelijke doelstellingen

  • vraag 4: coördinatie met andere fondsen

o   bestaande nationale strategieën hebben voor plattelandsprogramma’s meerwaarde.

o   coördinatie met GLB pijler 1 mag niet worden verwaarloosd.

 

Workshop B: hoe de uitvoering van de programma’s effectiever maken en coördinatie tussen uitvoerende diensten bewerkstelligen

 twee case studies:

Vier vragen voor discussie worden besproken en samengevat in plenaire vergadering:

  • vraag 1: verzekeren effectieve coördinatie in de voedselketen. Welke zijn de belangrijkste issues mbt communicatie en hoe kunnen ze verholpen worden? Met welk instrument?

o   eensgezindheid tussen beheersautoriteit en betaalautoriteit

o   duidelijke lijnen en rolverdeling inzake verantwoordelijkheden tussen de uitvoeringsorganen.

o   geïntegreerde teams

o   internationale uitwisseling tussen de beheersautoriteiten

o   coördinerend orgaan nodig

  • vraag 2: wat kan de rol zijn van de Rurale Netwerken in ondersteuning uitvoering programma?

o   de verschillende organen meer bijeenbrengen

o   uitwisseling en ondersteuning bij de implementatie op regionaal niveau.

o   meer gebruik maken van bestaande netwerken

o   perceptie van onafhankelijkheid is belangrijk

o   nood aan constructieve dialoog met de beheersautoriteit

o   is geen lobby-orgaan 

  • vraag 3: hoe verzekeren dat programma’s gebruik maken van subsidiabiliteitsvoorwaarden en selectiecriteria om de steun te richten in lijn met de strategische prioriteiten

o   selectiecriteria belangrijk om doelstellingen te bereiken

o   doelstellingen moeten zo worden opgesteld dat je kan werken met selectiecriteria 

  • vraag 4: hoe significant is gebrek aan administratieve capaciteit op de uitvoering van een programma?

o   gevaar in te vaak gebruik van outsourcing

o   tijdens uitvoering meer gebruik maken van toezichtcomité en ongoing evaluatie

o   nood aan balans tussen nationale en regionale noden, met LAG autonomie om hun eigen prioriteiten en criteria uit te werken

 

Workshop C: hoe toegang tot subsidiëring faciliteren voor potentiële begunstigden.

twee case studies:

Drie vragen voor discussie worden besproken en samengevat in plenaire vergadering:

 

vraag 1: hoe kunnen we begunstigden bereiken en uitvoeringsregelingen maken, aangepast aan de context en mogelijkheden van de begunstigden.

vraag 2: hoe kunnen we  de administratieve complexiteit voor begunstigden beperken en goed beheer van programma’s  waarborgen

vraag 3: hoe kan het uitvoeringssysteem beter omgaan met complexe geïntegreerde  projecten, waaronder deze die meerdere EU-fondsen gebruiken.  

o   communicatiestrategie met meerdere kanalen

o   frequentie van info

o   detaillering van belang

o   niet alles online mogelijk, dus ook op papier werken

o   een oplossing voor alle begunstigden lukt niet.

o   universele aanpak lukt niet

o   snelheid van het proces is verschillend

o   meten van de efficiëntie

o   principe van proportionaliteit

Meer info: klik hier om doorverwezen te worden naar de website van de Europese Commissie voor alle info omtrent dit seminarie