Verslag 'Alternatieve financiering van landschapsontwikkeling’ 28/02/2010

Eén van de taken van het Vlaams Ruraal Netwerk is het bijwonen van studiedagen van andere beheersdiensten/organisaties/… die te maken hebben met plattelandsontwikkeling. Daarom was de aanwezigheid op het symposium omtrent ‘alternatieve financiering van landschapsontwikkeling’ ook een must. Dit symposium ging door op 28 januari in het Geuzenhuis te Gent en werd georganiseerd door Universiteit Gent (Afdeling Mobiliteit & Ruimtelijke Planning) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM).

De kwaliteiten en de toekomst van het platteland staan al enkele jaren in de belangstelling. Begrippen als ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘beeldkwaliteit’ komen hierbij steeds meer op de voorgrond. Diverse overheden, natuurbewegingen en landbouwers investeren reeds heel wat middelen in het beheer en de inrichting van de open ruimte. Vanuit de overtuiging dat landschapskwaliteit ook de verantwoordelijkheid is van al wie er werkt, woont of recreëert, werd er op dit symposium nagegaan op welke manier het (financieel) draagvlak voor landschapsontwikkeling kan worden verruimd. Een brede, diverse en goed gedragen financiële basis kan dan voldoende stimulansen bieden voor de landbouwer die, in het kader van functieverweving en -verbreding, een actieve rol als landschapsbouwer opneemt.

Met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en inspirerende voorbeelden uit Vlaanderen en Nederland wordt in het symposium afgetast welke kansrijke instrumenten zich hiervoor aandienen, welke de randvoorwaarden zijn en of er momenteel een maatschappelijk en politiek draagvlak voor bestaat in Vlaanderen.

Jan Verboven van de VLM opende het symposium, waarbij hij sprak over belangrijke begrippen, zoals verankering, verbreding (hoe een regio stimuleren?), vervlechten (economische met niet-economische activiteiten), … die thuishoren binnen alternatieve financiering van landschapsontwikkeling. Ook moeten er volgens hem aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan, zoals: streven naar een ruimtelijke- en omgevingskwaliteit, diensten die geleverd worden door zowel landbouwer en andere private bedrijven, een enthousiast coherent netwerk vormen, …

Daarna kwam de tweede organiserende partij aan het woord, namelijk Universiteit Gent (AMRP), die werd vertegenwoordigd door Roeland Cappon. Hij had het over het project ‘Multifunctionaliteit en lokale identiteit als paradigma's voor een duurzame en competitieve landbouw’, kortweg het MUSICAL-project genoemd. De probleemstelling binnen zijn toedracht was: Is landschap en natuur enkel de verantwoordelijkheid van de overheid en grondgebruikers? Het antwoord was uiteraard ‘nee’ en dit heeft dhr. Cappon uitgelegd aan de hand van analyses en mogelijke alternatieve financieringsmechanismen (AFM’s) met hun specifieke kenmerken. Het overzicht en de kenmerken van de AFM’s waren dan ook de rode draad doorheen zijn presentatie. Zijn toedracht werd verduidelijkt door voorbeelden te geven van regio’s zoals het Meetjesland en de Leievallei. Conclusies zoals o.a. welke randvoorwaarden er zijn voor alternatieve financiering vormden het slot van de tweede spreker.

De derde spreker van deze studienamiddag was niemand minder dan Ignace Schops, directeur van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland en drijvende kracht achter het Nationaal Park Hoge Kempen. Hij had het over alternatief financieren in Belgisch Limburg. Dhr. Schops had het ook over projecten die van NIMBY (Not In My BackYard) naar PIMBY (Please In My BackYard) projecten worden omgevormd.

Na de pauze namen Sylvie Fosselle en Stefan De Brabander van de VLM het woord.Hun thema handelde rond het ECO²-project, meerbepaald de ‘Landschappelijke buffering in de Gentse Kanaalzone’.. De term “ECO²” is voortgesproten uit de termen economie en ecologie, nl. “economie x ecologie = ECO²”.Sylvie Fosselle was als eerste aan de beurt, zij heeft ECO² gesitueerd. Ook de fundamenten van ECO² waren een belangrijk onderdeel van de presentatie, zo kregen de randvoorwaarden ook een belangrijke invulling binnen de toedracht.Uiteraard was het begrip ‘landschapsontwikkeling’ ook zeer belangrijk, zo liet de VLM onder andere het verschil zien tussen een landschap in de huidige situatie en hoe het er zou uitzien na ECO², namelijk na de combinatie landbouwgebruik - landschap.

Stefan De Brabander nam het woord dan over van Sylvie. Hij ging dieper in op een belangrijke component, namelijk de financiering landschapsbouw. Het onderscheid werd gemaakt tussen de overheid enerzijds (conform EU staatssteun) én de bedrijven en bewoners (geen staatssteun) anderzijds. Op de vraag hoe de bewoners en bedrijven kunnen financieren, werd er gesproken van een gebiedsfonds. Het laatste item in hun aandeel binnen het symposium was het ‘procesverloop’. Het procesverloop bestaat uit 3 fases: productvorming, productvermarkting en als laatste fase de productie. Een paar tussentijdse bevindingen/conclusies: nood aan goede trekkers, nood aan samenwerking tussen overheden, de actoren zowel individueel als collectief benaderen, …

Vooraleer de paneldiscussie van start ging, mocht Ger van de Oetelaar van ‘Streekrekening Groene Woud’ ook zijn insteek geven. Deze man uit Nederland heeft een vernieuwend en uniek initiatief uit de grond gestampt (in samenwerking met Rabobank).Wat het unieke concept inhoudt? Bedrijven gaan vrijwillig een deel van hun kapitaal op een spaarrekening plaatsen. De rente of een deel van de rente gaat naar het Streekfonds. Het Streekfonds gaat dit geld dan gebruiken voor financiële ondersteuning van duurzame projecten. Eén van de voordelen van dit concept is dat de donateur de gift van de inkomsten- of vennootschapsbelasting kan aftrekken. Dat de rekening transparant is, kunnen we ook bij de voordelen rekenen. Bij de nadelen/zwakten wordt er ondervonden dat de acquisitie nog grotendeels afhankelijk is van één persoon én dat de Rabobank vooralsnog geen particuliere rekeninghouders accepteert.

Voor het slotwoordje van Peter Van Bossuyt (tewerkgesteld bij het kabinet van Vlaams Minister voor Leefmilieu, Natuur en cultuur Joke Schauvliege) was er een paneldiscussie met de sprekers en met vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid, de bedrijfswereld en de Boerenbond. Deze paneldiscussie stond onder leiding van Hans Leinfelder van de Universiteit Gent. De drie thema’s die werden besproken waren de volgende:

  • In Nederland is er de invoering van de wegentaks. Vinden jullie dat dit ook voor België moet kunnen en dat de mensen bijvoorbeeld meer betalen voor in groene zones te mogen rijden?
  • Vinden jullie dat bedrijven meer moeten investeren in groene bufferzones?
  • Wie zal er werk moeten maken binnen België voor de financiering van de plattelandsontwikkeling: de overheid, provincies, bedrijven, …?

Gezien de massale opkomst (± 120 personen) blijkt dus wel degelijk dat dit een onderwerp is die de veel aandacht trekt en effectief ook krijgt. We kunnen dus besluiten dat dit symposium een zeer goed initiatief was, met een zeer belangrijk onderwerp, ook naar de toekomst toe!