Verslag studiedag ‘Wat draagt de woonsector bij aan plattelandsontwikkeling?’ – 26 april 2012

Op 26 april werd door de Plattelandsacademie van de Landelijke Gilden een studievoormiddag georganiseerd in Leuven met als thema ‘Wat draagt de woonsector bij aan plattelandsontwikkeling?’.

Als eerste spreker kwam Paul Willems van de studiedienst van de Vlaamse regering aan het woord. Hij vertelde de aanwezigen dat er een flinke bevolkingsgroei zal zijn van 6,1 naar 6,6 miljoen vooral in grootsteden, en dat het aantal huishoudens zal stijgen van 2,6 naar 2,9 miljoen. Daarnaast blijft de veroudering van de bevolking ook verder duren.

Johan Cokelaere, architect bij A33, toonde een aantal voorbeelden onder de titel dorpse woningen, landelijk bouwen. Volgens hem moet er anders gebouwd worden in landelijke context dan in steden, omdat de karakteristieken van de omgeving meegenomen moeten worden. Maar door de wetgeving is dit niet altijd eenvoudig, zo stelde hij.

Bewoners waarderen het dorp. Of niet? Dit was de centrale vraag in de presentatie van Oswald Devisch, docent aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Hij lichtte de projecten ‘Naar interactieve dorpsontwikkelingsvisies’ en ‘Mooiste dorpen van Haspengouw’ toe, en vertelde dat landelijke dorpen transformeren, wat een impact heeft op de leefbaarheid van deze dorpen. Hier is een goed ruimtelijk beleid en inzicht bij de burger nodig. Dorpen verliezen namelijk hun identiteit, onder andere omdat bij renovaties vaak geen rekening wordt gehouden met de eigenheid van de gebouwen.

Koen Heughebaert van Zonnewindt vzw schetste het ontstaan van deze vzw binnen de schoot van BeauVent cvba. Daarna ging hij dieper in op wat Zonnewindt vzw doet, namelijk sensibilisatie en educatie rond duurzame ontwikkeling, zoals onder andere duurzaam verbouwen, en duurzaam (ver)bouwadvies.

Een praktijkvoorbeeld van cohousing werd gegeven door Luk Jonckheere, voorzitter van Samenhuizen vzw. Hij gaf met name meer uitleg over ‘La Grande Cense’ in Tubize, waar hij zelf één van de 22 woonsten in een voormalige vierkantshoeve bewoont. Hij belichtte ook de verschillende motieven om te kiezen voor cohousing, zoals het gevoel van verbondenheid, goed nabuurschap, ecologische motivatie, … .

De burgemeester van Herne, Kris Poelaert, trachtte met zijn presentatie een antwoord te bieden op de vraag of het gemeentelijk woonbeleid een verschil maakt. Hij stelde dat de mogelijkheid bestaat om als gemeente je eigen woningbeleid uit te tekenen. In het beleidsplan van Herne werden betaalbaar wonen en seniorenbeleid als prioriteiten naar voor geschoven. In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan heeft men de visie kunnen uitwerken. En de RUP’s zijn volgens Kris Poelaert de manier om deze visie in de praktijk waar te maken.

Pascal De Decker, docent van de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel stelde dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen vandaag goed woont. Hij vertelde dat het stijgend aantal woningen dat in de toekomst nodig zal zijn, wordt onderschat. Verder raakte hij ook het probleem van de vergrijzing, de migratie, het dalende aantal gezinnen met kinderen, en de mismatch bij de woningen tussen bestaande voorraad en nieuwe vraag aan. Hij zei ook dat door bepaalde subsidies woningen niet betaalbaarder maar net duurder worden. Volgens hem zijn de woningprijzen wel sterk gestegen, maar zijn er geen noemenswaardige betaalbaarheidsproblemen, met uitzondering van de huurders.

Meer informatie en de presentaties kan u vinden via volgende website: www.plattelandsacademie.be