Verslag Studiedag "Roodbont vee, Vlasparlee en hoppaté" 3/09/2009

 Op donderdag 3 september vond in Poperinge een studiedag plaats rond het thema plattelandserfgoed. De titel luidde ‘Roodbont vee, Vlasparlee en hoppaté’. Op deze dag kregen de ingeschreven personen de kans om naar verschillende sprekers te luisteren en te genieten van een bezoek in het plaatselijke Hopmuseum.

Om 9u30 werden we verwelkomd in het plaatselijk cafeetje gelegen aan de binnenkoer van het hopmuseum. Daar mochten we ons aanmelden en konden we genieten van een eerste koffie. Daarna werden we vriendelijk verzorgd ons naar een pittoresk zaaltje daarboven te begeven. Daar konden we plaatsnemen in klassieke stoeltjes om de sprekers te zien, die van op een podium hun verhaal deden. In de voormiddag werd de meer theoretische kant van het plattelandserfgoed voorgesteld om het dan in de namiddag meer vanuit een praktisch oogpunt te gaan bekijken.
De verwelkoming gebeurde door Marleen Baelde, schepen voor cultuur Poperinge. Zij vertelde ons wat meer over verscheidene zaken in het kader van de studiedag. We kregen bijvoorbeeld te horen dat het hopmuseum volledig vernieuwd werd in 2006 en in 2008 erkend is door Vlaanderen.

Daarna kwamen de sprekers aan beurt. We mochten eerst naar de toedracht van prof. dr. Yves Segers luisteren, die coördinator van CAG (Centrum Agrarische Geschiedenis) is en als docent rurale geschiedenis verbonden is aan het ICAG (Interfacultair Centrum voor Agrarische Geschiedenis), K.U. Leuven. Hij heeft een algemene inleiding gegeven omtrent wat ruraal erfgoed nu juist is, met als centrale vragen: ‘Wat is ruraal erfgoed?’, ‘Welke actoren zijn er?’ en ‘Wat weten we over rurale geschiedenis sinds 1800?’.
We kwamen onder andere te weten dat ruraal erfgoed zeer divers is. Hiermee bedoelen we dat het een zeer ruim begrip is, want het gaat van landbouwwerktuigen, over levend erfgoed tot archeologische vondsten. Ruraal erfgoed heeft ook een brede waaier aan thema’s, zoals: politiek, feesten, religie, sport en ontspanning, …
Als we de tweede centrale vraag onder de loep nemen, nl. die van welke actoren er allemaal zijn, komen we tot de conclusie dat het om een zeer breed draagvlak gaat. Er zijn tientallen actoren: musea, heemkringen, erfgoedcellen, Landelijke Gilden, … Ook vrijwilligers behoren hierbij. Daarna werd ook kort de historiografie toegelicht om zo tot een conclusie te komen, met onder andere de vaststelling dat er nood is aan een “volledige” ketenbenadering: de toenadering van agro en voeding.
Meer info: http://www.cagnet.be/

Daarna mochten we onze ogen even de kost geven en dit aan de hand van foto’s. Marc Demeyer, historicus en thema-archivaris landbouw en voeding aan het KADOC, toonde een paar foto’s van de fotocollectie van de Boerenbond, mits hij belast is met het beheer van de archieven van de Boerenbond. In een eerste luik gaat hij dieper in op de foto als historische bron, hierbij zijn verschillende type foto’s aan bod gekomen: kunstfoto’s, amateurfoto’s en professionele foto’s. In een tweede luik is hij dieper ingegaan op de fotocollectie van de Boerenbond, waar hij eerst kort de context geschetst heeft waarin de foto’s tot stand kwamen.  De collectie werd in verschillende onderdelen opgedeeld, nl.: de collectie personen, gebouwen en manifestaties, de technische collectie en de redactiecollectie.

De laatste spreker van de voormiddag was dr. Michiel Gerding, provinciaal historicus van Drenthe (NL). Dr. Gerding heeft ons wat meer uitleg gegeven omtrent de ontwikkelingen in de regionale geschiedenis van Drenthe. Zo kregen we te horen dat Drenthe een zeer ruraal gebied is en de bestaansbronnen vooral landbouwers en vee zijn. Er zijn ook veel historische organisaties/verenigingen en hoe meer lokaal die zijn, des te succesvoller. De regionale en lokale geschiedbeoefening wordt sinds enkele decennia ondersteund door provinciale opererende consulenten en hoewel de meesten van deze de nodige organisatorische en financiële ups en downs hebben doorstaan, vormen zij tegenwoordig overal wel een vast onderdeel van de provinciale ondersteuningsstructuur. Drenthe wil ook een cultuurroute maken waarlangs allerlei bezienswaardigheden kunnen worden opgemerkt en bezocht worden. Men wil als het ware dat de wandelroute een verhaal ‘vertelt’. 

Na dr. Gerding was er nog de mogelijkheid om vragen te stellen. Daarna mochten we allemaal eventjes de beentjes strekken om ons te verplaatsen naar het lokale café – restaurant “In de Vette Os”. Daar kregen alle deelnemers (±80 personen) de mogelijkheid om te genieten van een Poperings hoppebiertje: het “Poperings Hommelbier” en een heerlijke maaltijd. 

In de namiddag waren er nog vijf personen die ons wat meer bijleerden over het ruraal erfgoed en het verhaal van de streek. Herman Degryse mocht de spits afbijten. Hij is conservator van het Hopmuseum in Poperinge. In het huidige Hopmuseum werd gedurende meer dan een eeuw hop gewogen, gekeurd en gestapeld. Oorspronkelijk bestond de collectie in eerste instantie uit oud landbouwmateriaal dat bij (ex-)hopboeren werd opgehaald. Om het geheel aantrekkelijk te maken, werden grote zwart-wit foto’s van menselijke activiteiten met en rond hop opgehangen tussen de werktuigen. In 2006 werd het museum volledig vernieuwd.
Moderne materialen voor de presentatieborden, luistergidsen (in verschillende talen), filmbeelden en een hopquiz die als een ludiek en interactief medium over alle verdiepingen loopt, hebben allemaal een belangrijk aandeel in de vernieuwing van het Hopmuseum Poperinge.
Meer info: www.hopmuseum.be

Na de rondleiding in het hopmuseum mochten we terug in het zaaltje plaatsnemen en mocht Mathias Cheyns daar terug de ‘namiddagspits’ afbijten. Hij heeft het boek ‘Kort, rap en zonder blad’ geschreven, waarin hij meer dan 50 getuigenissen van hopboeren en plukkers heeft verwerkt. Hij vertelde ons eerst kort de geschiedenis van de hoppluk. Iedereen hielp toen mee met de hoppluk, van kinderen, over café-uitbaters tot externe arbeidskrachten. Na de korte lokale geschiedenisles heeft hij de verschillende fasen overlopen van hoe het boek tot stand is gekomen. Fase 1 was vanzelfsprekend het afnemen van de interviews, waar hij ook een aantal suggesties geeft voor het afnemen van een goed interview. Het verwerken van de interviews was fase 2. Het transcriberen van interviews is zeer belangrijk, hierbij heb je bijvoorbeeld de keuze om dit in de taal te doen waarin ze werden afgenomen of niet. Na het uitschrijven, werden ze vergeleken met elkaar. De laatste fase was dan het samenstellen van het boek. In tegenstelling tot vele boeken is het niet chronologisch opgesteld, maar thematisch.

De tweede spreker in de namiddag, Lieven Lamote, werkt voor de Provincie West-Vlaanderen en coördineerde tal van regionale erfgoedprojecten (bv: project Streekmuseum Westhoek). Een belangrijk item was dat landbouwcollecties tot de meer problematische soorten erfgoedcollecties behoren. De oorzaak hiervan ligt voornamelijk bij het feit dat deze landbouwcollecties in werkelijkheid zeer heterogeen en omvangrijk blijken. Twee depotconsulenten coördineren vanaf 2010 een gefaseerde aanpak om de verschillende spelers samen te brengen, prioriteiten af te bakenen en mee te helpen zoeken naar haalbare oplossingen.

De voorlaatste spreker is Brecht Dewaele, hij werkt net zoals Yves Segers, de eerste spreker, bij CAG. Hij werkt er onder meer aan het mondelinge erfgoedproject ‘Vlasparlee’ waarbij de mondelinge mémoires van ex-vlassers geregistreerd worden. Vlasparlee wil de persoonlijke herinneringen van de resterende rechtstreekse getuigen registreren en op een aanlokkelijke manier voor een breed publiek ontsluiten. Hierdoor zal ook de ruimere sociale geschiedenis van Zuid en Midden West-Vlaanderen herleven. Het project werd in januari 2008 vanuit het CAG opgestart. Vlasparlee kunnen we dus rekenen tot het mondelinge erfgoed. Na zijn uitleg konden we eventjes een videofragmentje bekijken.
Meer info: www.vlasparlee.be

Wim Chielens mocht dan uiteindelijk als laatste spreker letterlijk en figuurlijk zijn verhaal doen. Mr Chielens is directeur Woord aan de Kunstacademie in Poperinge en richtte daar de opleiding Westhoekvertellers op. De opleiding bestaat uit twee sporen:
- verteltechniek, werken met teksten, taal, waar vind je teksten, hoe integreer je ze in je verhaal;
- omgaan met (regionale) informatie om zo de belevingswaarde op te tillen.
Afgestudeerden maken tenslotte een eigen programma.
Eindigen deed onze laatste spreker door een verhaal te vertellen, namelijk dat van ‘De Haan die voor de rechter werd gedaagd.’

Na het goed gebracht verhaal was er een pauze om daarna van start te gaan met de voorstelling van Mathias Cheyns zijn boek ‘Kort, rap en zonder blad’. De stad Poperinge sloot deze studiedag succesvol af met een slotreceptie.