Mobiliteitsaanbod op platteland te beperkt

Het mobiliteitsaanbod is niet afgestemd op de noden van jongeren op het platteland. Dat zegt jongerenvereniging KLJ op basis van een enquête bij 619 plattelandsjongeren. Een auto is noodzakelijk als je je efficiënt wil verplaatsen op het platteland, zo klinkt het. Dat blijkt uit de cijfers: 76 procent gaat met de auto naar het werk, en 66,5 procent gebruikt de auto om naar een vrijetijdsbesteding te gaan. Het openbaar vervoer “faalt door een gebrekkige dienstregeling” en wordt opvallend weinig gebruikt. De mobiliteitskwestie hangt ook nauw samen met de al dan niet bereikbaarheid van voorzieningen. KLJ pleit voor een efficiënt en doordacht ruimtegebruik, waar eenzelfde ruimte verschillende functies kan invullen.

Als het van jongeren afhangt rijden er niet minder maar meer bussen op het platteland. Het gebrek aan een afdoend aanbod bussen en treinen zorgt ervoor dat plattelandsjongeren massaal voor de auto kiezen. Dat staat te lezen in de resultaten van een KLJ-enquête bij plattelandsjongeren. Volgens de jeugdvereniging faalt het openbaar vervoer op het platteland door een “gebrekkige dienstregeling”. Er is minder infrastructuur voor het openbaar vervoer op het platteland en de frequentie is lager, waardoor de wagen veruit het belangrijkste vervoersmiddel wordt.

Voor al wie zich een auto kan veroorloven, hoeft het beperkte vervoersaanbod geen probleem te zijn. Maar voor wie niet over een auto beschikt ligt dat anders, aldus KLJ: “Jongeren op het platteland die niet kunnen beschikken over een auto, worden geconfronteerd met mobiliteitsproblemen. Ze vinden moeilijker werk, kunnen sociaal geïsoleerd geraken omdat een verplaatsing naar vrijetijdsactiviteiten te omslachtig is.” KLJ citeert daarbij een onderzoek van vorig jaar waaruit bleek dat maar liefst 67 procent van de mensen in armoede moeilijk werk vindt door een gebrek aan mobiliteit.

66,5 procent van de plattelandsjongeren geeft aan met de auto naar hun vrijetijdsbesteding te gaan, 45,5 procent gaat met de fiets. Het openbaar vervoer wordt erg weinig gebruikt: slechts 5 procent neemt de trein, tram of bus. 76 procent van de ondervraagde jongeren verplaatst zich met de auto naar het werk. Het openbaar vervoer wordt door 13 procent gebruikt voor woon-werkverkeer. Studerende jongeren gebruiken vaker de fiets (43,8%) en het openbaar vervoer (50,3%) dan werkende jongeren. Nog opvallend is dat milieuvriendelijkheid slechts voor 5 procent de belangrijkste reden is voor het gebruik van een bepaald vervoersmiddel.

Naast het feit dat het zonder auto geen evidentie is om je op het platteland flexibel en efficiënt te verplaatsen, blijven volgens KLJ ook het aantal ‘voorzieningen’ op het platteland achteruitgaan. Diensten en voorzieningen trekken zich terug en vestigen zich in de centrumgemeente of de dichtstbijzijnde stad, zo klinkt het. Ook de zogenaamde kleine middenstand – bakker, beenhouwers en andere winkels – krijgen het steeds lastiger om het hoofd boven water te houden op het platteland.

KLJ neemt het aantal bankkantoren als voorbeeld: tussen 2001 en 2011 zijn 3.722 bemande bankkantoren verdwenen in België. In 2011 waren er nog 7.573 over en de komende jaren zullen er nog meer kantoren verdwijnen, zo voorspelt de organisatie. “Ook Bpost en NMBS sluiten meer en meer kantoren en stations. Het verdwijnen van lokale middenstand heeft zijn invloed op het leven in het dorp. Winkels en cafés zijn traditioneel ontmoetingsplaatsen, plaatsen waar mensen sociale contacten hebben.”

“De afstand naar bepaalde voorzieningen is één van de grootste nadelen van wonen op het platteland”, klinkt de conclusie. “Jongeren hebben behoefte aan verschillende voorzieningen in het dorp waar ze wonen. Deze behoefte lijkt te ontstaan uit de wens om in een levendig dorp te wonen. Winkels en andere voorzieningen dragen bij aan een bruisend dorpsleven. Meer dan te voorzien in behoeften aan levensmiddelen zouden de voorzieningen ontmoetingsplaatsen kunnen zijn."

KLJ houdt daarom een pleidooi voor een "efficiënt behoud" van de voorzieningen. Concreet gaat het dan niet noodzakelijk over de infrastructuur, maar wel over de diensten die de voorzieningen leveren. "KLJ is ervan overtuigd dat, in overleg met de bewoners, in elk dorp een beleid kan worden ontwikkeld waarbij via efficiënt ruimtegebruik de behoeften aan een woonst, vervoer, vrijetijdbesteding en andere voorzieningen kunnen ingelost worden", zo klinkt het.

Bron: Vilt.