Niet alle starters in de landbouw zijn jonge veulens

Boer&Tuinder schetst het profiel van de landbouwondernemers die de afgelopen tien jaar gestart zijn. Dankzij een enquête van jongerenorganisatie Groene Kring en adviesbureau SBB, waaraan 830 (potentiële) starters en overlaters deelnamen, heeft men daar nu een beter beeld van. Blijkt bijvoorbeeld dat een nieuwbakken boer of tuinder niet per definitie jong is. Ook op je veertigste of vijftigste kan je nog een landbouwbedrijf overnemen. Zeven op de tien ondervraagden werkten namelijk eerst een tijd buitenshuis vooraleer ze de leiding namen over een landbouwbedrijf.

Voor sommigen is land- en tuinbouw een late roeping maar de grootste groep starters (85%) is tussen 21 en 40 jaar oud. De gemiddelde leeftijd van de starters ligt op 32 jaar. Na het volgen van een opleiding opteerde 70 procent van de ondervraagde ondernemers ervoor om tijdelijk buitenshuis te werken. Ze hadden hiervoor vier grote redenen: de beperkte omvang van het ouderlijk bedrijf, onduidelijkheid over de toekomstplannen van andere gezinsleden, nood aan bijkomende ervaring en onvoldoende economische kracht van het ouderlijk bedrijf.

Andere redenen die aangehaald werden om eerst buitenshuis te werken, waren de opbouw van vermogen (25%) en het ontbreken van duidelijke toekomstplannen (18%). 35 procent gaf als belangrijkste reden aan dat het niet mogelijk was om onmiddellijk in het bedrijf te stappen. Meer dan 70 procent van de jonge starters nam het bedrijf van de ouders over, terwijl slechts een tien procent van derden overneemt. Sommigen namen het landbouwbedrijf van een ander familielid dan de ouders over terwijl een derde groep via een andere weg in de landbouw is gerold.

Leen Schrevens van SBB zet in het ledenblad van Boerenbond ook de hinderpalen voor starters op een rij. Voor 65 procent van hen is dat het inschatten van de financiële haalbaarheid van hun onderneming. Voor 41 procent van de jonge ondernemers maken de administratieve verplichtingen het overdrachtsproces moeilijker. Wetgeving vormt voor 39 procent van de starters een belangrijke hinderpaal. Weinig ondervraagden (6%) zien het vinden van een geschikte kandidaat-overlater als een hindernis.

Bron: Boer en Tuinder