Verslag themadag 2 'Grasduinen in het gras' - 25 juni 2013

Op dinsdag 25 juni vond de tweede uitwisseling in de themareeks “Grasduinen in het gras” plaats, ditmaal in samenwerking met Eco². In Beernem focusten we ons op het (collectief) beheer van gras voor milieu- en natuurdoeleinden. Na een theoretische voormiddag trokken we  het Beernemse Beverhoutsveld in.

Martine De Roo, schepen van landbouw in de gemeente Beernem, nam als eerste het woord. Zij nam ons in haar verhaal mee door de Beernemse beleidsgeschiedenis rond milieu. In 1995 werd het Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan (GNOP) goedgekeurd, waarin onder andere voor het Beverhoutsveld de natuurpotenties in kaart werden gebracht. En dat waren er nogal wat: in dit oude heidegebied van circa 450 hectare vond men landbouwpercelen, poelen, graslanden, dreven, … terug. Via de uitwerking van het GNOP kon de gemeente, bij het uit pacht komen van landbouwgronden, het beheer door een aanpalende landbouwer laten uitvoeren. In 2009 werd een perceel, zonder aanpalende pachter, uit pacht genomen – het beheer hiervan werd via aanbesteding opgenomen door het net opgerichte Eco² en een agrobeheergroep (ABG).

Mathias D’hooghe, regiocoördinator van Eco² en nauw betrokken bij de ABG Beverhoutsveld, pikte naadloos in op het verhaal van schepen De Roo. Hij ging in op het concept van een ABG en focuste daarna op het Beverhoutsveld. Hier wordt door 7 landbouwers op een viertal percelen een onderhoudscontract uitgevoerd (maaien met nabegrazing, zonder bemesting of bestrijding, met verschraling als doel). Dit werkt wonderwel en Mathias ziet dan ook nog vele mogelijkheden in de toekomst (meer percelen, openbaar groen, gemeenschappelijk materiaal).

Als laatste kwam Filip Jonckheere, bedrijfsplanner van de Vlaamse Landmaatschappij, aan het woord. Hij ging in op de beheerovereenkomsten (BO) waar grassen aan te pas komen. En dat bleken er 7 te zijn – enkel bij BO Kleine Landschapselementen komt er geen gras aan te pas! Bij de BO’s water, natuur, perceelsrandenbeheer, erosiebestrijding, weidevogelbeheer, akkervogelbeheer  en botanisch beheer speelde het grasland steeds een min of meer belangrijke rol. De toekomst ziet hij positief in, maar Filip herhaalt wel de nood aan een sterke monitoring en aan een goede begeleiding van (groepen van) landbouwers bij de uitvoering.

Na de lunch gingen we op terreinbezoek. Drie percelen werden bezocht. Het eerste perceel bevindt zich in de categorie “fase 1” van botanisch beheer maar leek door de sterke aanwezigheid van de paarse koekoeksbloem, de ratelaar en veel andere bloemen in een verdere fase te staan – dit had vooral te maken met het zeer natte karakter van het perceel. Het atypische karakter van het eerste perceel werd duidelijk bij het bezoek aan een tweede, nabijgelegen, perceel dat zich in fase 3 van botanisch beheer bevond. Een derde perceel werd al in 1998 uit pacht genomen (eerste perceel dat via het GNOP werd behandeld – zie hoger) en wordt al een zevental jaar botanisch beheerd. Ondertussen heeft de landbouwer ook het onderhoud van de aangrenzende houtkant en wilgen overgenomen.

Het was mooi om te zien hoe individueel en collectief beheer van grasland plaats kan vinden en hoe men aan botanisch beheer kan doen. Het aanstekelijke verhaal van graskenner Filip bracht alle aanwezigen veel bij en zodoende keerden we met veel interessante verhalen terug naar huis.

Foto's:

Perceel 1:

 

Perceel 2:

 

Perceel 3:

 

Presentaties:

 

Meer info: