Verslag 'Themadag over landbouwverbreding' - 23 februari 2017

Op 23 februari organiseerde provincie Limburg een themadag over landbouwverbreding in het kasteel van Alden Biesen. Hier werden verschillende parallelle workshops georganiseerd. Elke workshop bestond uit een presentatie door een expert, een praktijkgetuigenis en de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De verschillende workshops hadden de volgende thema’s: plattelandseducatie, groene zorg, energie, hoevetoerisme, korte keten en agrarisch natuurbeheer. Doorlopend werd er ook een infobeurs georganiseerd waarop verschillende diensten die actief zijn in de multifunctionele landbouw aanwezig waren, waaronder ook het Departement Landbouw en Visserij. Gedeputeerde van Landbouw en Platteland van de provincie Limburg, Inge Moors, verwelkomde de genodigden. 

De verbredende activiteiten kunnen de kloof tussen stad en platteland dichten. Maar de landbouwer komt soms wel voor een aantal uitdagingen te staan met het opzetten van een bepaalde vorm van multifunctionele landbouw. Zo zijn er verschillende bijkomende competenties nodig en men moet over de nodige kennis beschikken over regelgeving en het financiële en ruimtelijke plaatje. Deze themadag was voornamelijk gericht op land- en tuinbouwers. Hieronder volgt een kort verslag van de workshops die het Vlaams Ruraal Netwerk bijwoonde.

Workshop over groene zorg

Tijdens de workshop over groene zorg stelde Katlijn Vander Meeren van Steunpunt Groene Zorg eerst het algemeen kader voor, gevolgd door een getuigenis van een zorgboerin. Een zorgboerderij is een bedrijf, vereniging of particulier initiatief dat zijn land- en tuinbouwactiviteiten openstelt voor mensen uit kwetsbare groepen. De ‘zorggast’ kan er op vrijwillige basis meedoen met de gewone bezigheden. Het kan dus gaan om verschillende types land- en tuinbouwbedrijven, maar ook om bedrijven met aanverwante activiteiten, zoals een paardenmanege, kinderboerderij of dierenasiel. De zorggasten zelf kunnen komen uit zeer uiteenlopende doelgroepen, gaande van personen met een beperking tot mensen in kansarmoede of ex-gedetineerden. 

Via het Departement Landbouw en Visserij kan er een subsidie van 20 euro voor een halve dag tot 40 euro voor een hele dag verkregen worden voor de opvang van een zorggast. Het vormt een soort van maatschappelijke waardering en compensatie voor de tijd en energie die de land- en tuinbouwers er in steken.

Workshop over energie

Het Innovatiesteunpunt heeft onderzoek gevoerd naar het besparingspotentieel van land- en tuinbouwbedrijven in de provincie Limburg. Laurens Vandelanootte van het Innovatiesteunpunt gaf hier meer toelichting over. Hiervoor hebben ze energiescans uitgevoerd bij 30 Limburgse bedrijven in de melkvee-, varkens- en de fruitteeltsector. Het Innovatiesteunpunt deed ook aan implementatiebegeleiding en resultaatsopvolging. De energiescan bestaat uit een analyse van de energiefactuur, een analyse van op welke manier de land- en tuinbouwer best kan besparen op energie, een analyse van de huidige energieproductie en een overzicht van de haalbare technieken en tot slot het slim aansturen van elektriciteit. Bij dat laatste stemmen ze het eigen verbruiksprofiel af op de eigen energieproductie. Tot slot volgde ook nog advies over subsidies, waarbij werd vermeld dat men VLIF-steun kan krijgen voor frequentie gestuurde koelcompressoren. Met de CO2-reductie die het innovatiesteunpunt realiseerde in de fruitteelt, bespaart men evenveel als de uitstoot van 10 000 000 km met een dieselwagen. Het ging om een besparing van 23 kWh per ton fruit.

Workshop over korte keten

An Detelder van het Steunpunt Hoeveproducten gaf een mooi overzicht over de regelgeving waarmee men rekening moet houden wanneer men start in de korte keten. Daarbij zei ze ook dat het vroeger vrij gemakkelijk was, maar dat je tegenwoordig vrij professioneel moet zijn wanneer je start met de verkoop van eigen producten. De perceptie om te starten in de korte keten is dat er veel bijkomende administratie, bijkomende controles, bijkomende eisen, meer werk en hoge investeringen bij komen. Deels klopt deze perceptie wel. De rendabiliteit hangt samen met het ondernemerschap.

Daarnaast moeten starters rekening houden met de wetgeving van het FAVV, de handelswetgeving, de wetgeving ruimtelijke ordening, de wetgeving omtrent etikettering, het VLIF, de belastingen, BTW, opleidingen, enzovoort. De eerste stap is dat je een onderscheid moet maken tussen primaire producten of verwerkte producten. Dit is nodig omdat voor beide andere regelgeving geldt.

Tot slot volgde er nog een getuigenis van hoeveslagerij Ter Hees. Zij zijn in 2005 begonnen met de hoeveslagerij omwille van een betere prijs, productfierheid, de band tussen producent - product - consument en om alles meer in eigen handen te hebben. Het nadeel is dat er meer werk bij komt kijken en dat er meer moet worden geïnvesteerd.   

Workshop over agrarische natuurbeheer

Tot slot gaf agrobeheercentrum Eco² een workshop over agrarisch natuurbeheer. De agrobeheergroep is een lokaal samenwerkingsverband van landbouwers die gebiedsgericht landschaps- en natuurbeheerwerken uitvoeren. In 2010 waren er vijf agrobeheergroepen in Vlaanderen, in 2015 waren dat er 15 en nu zijn het er zo’n 31. Ze doen aan graslandbeheer of botanisch beheer, waterconservering, erosiebestrijding, landschapsbeheer en akkernatuur. Daarnaast levert Eco² een aantal agrodiensten, zoals agroservices, agro-bedrijfshulp, en agro-aannemingen. Qua financiële mogelijkheden kan men nagaan welke steun van toepassing is onder de beheersovereenkomsten, de VLIF-steun voor niet-productieve investeringen en agroforestry.