Verslag Bootcamp ‘Projectontwikkeling op het platteland’ – 14 maart 2016

De uitdagingen op het Limburgse platteland zijn legio: de economische leefbaarheid en in het bijzonder de rendabiliteit van de land- en tuinbouw, de kwaliteit van het woningbestand en de landschappelijke omgeving, het voorzieningenniveau, de sociale cohesie, de vergrijzing, de bestuurskracht van de plattelandsgemeenten … Op diverse bestuursniveaus wordt op deze uitdagingen geanticipeerd en ook diverse plattelandsorganisaties zetten zich in om de toekomst van het Limburgse platteland te waarborgen. Met het nieuwe programma voor plattelandsontwikkeling geven de Europese Unie, de Vlaamse overheid en de provincie Limburg andermaal een sterke financiële impuls aan de Limburgse plattelandsontwikkeling.

Om de genoemde uitdagingen van het Limburgs platteland om te zetten in nieuwe kansen en opportuniteiten, is vaak een creatieve en innovatieve aanpak nodig. Ook nieuwe samenwerkingsverbanden en co-creatie tussen organisaties kunnen bijdragen aan een sterke plattelandsontwikkeling.

De provincie Limburg en de twee Leadergroepen ‘Kempen-Maasland’ en ‘Haspengouw’ organiseerden daarom op 14 maart 2016 een interessante bootcamp over innovatieve projectontwikkeling en over het organiseren van een goed projectmanagement. Twee inspirerende sprekers zetten de aanwezigen alvast op weg naar een creatieve invulling van het PDPO III-programma. Inge Moors, gedeputeerde voor landbouw en platteland, verwelkomde iedereen en gaf een kort overzicht van het verloop van deze interessante voormiddag.

 

De eerste spreker was Marc Heleven. Hij is een cross-industry expert en professioneel web searcher inzake innovation inpiration. Hij is ook coauteur van "Not invented here". Marcs taak bestond er voornamelijk in de aanwezigen te inspireren en hen aan te zetten om out of the box te gaan denken. Aan de hand van voorbeelden en interactie met de zaal wees hij er iedereen op dat we nog teveel in hokjes denken en vaste denkpatronen hebben. Uiteraard zou deze uiteenzetting niet geslaagd zijn, mochten we geen tips krijgen om creatief te gaan denken. Daarom kregen we zeven tips mee, zoals het ‘omgekeerd denken’, nieuwe en niet voor de hand liggende verbindingen maken, outsiders uitnodigen bij de bespreking van je projectidee …

En wat is ‘cross-industry’ nu eigenlijk? Hierbij wil Marc alleen maar duidelijk maken dat de grenzen tussen de sectoren vervagen en dat er soms al oplossingen voor je probleem zijn aangereikt, maar dan in een andere sector bijvoorbeeld. Ook daarvan hebben we een paar voorbeelden mogen horen. Het in vraag stellen van alles rondom ons kan ook inspirerend werken, zoals waarom je op tv kan stemmen voor je favoriete idool en moet je bij verkiezingen wel nog naar een stemhokje?

 

Na deze inspiratiesessie konden we luisteren naar Nele Smets en Lies Lambert. Zij zijn impactcoaches voor Tweeperenboom en begeleiden organisaties om te groeien, te versnellen en wendbaar te zijn in een snel veranderende wereld. Meer bepaald hadden zij het over copywriting en projectmanagement, het omzetten van de inspirerende ideeën naar de praktijk dus.

Voor een business plan is het belangrijk om eerst een structuur te hebben, waarbij je moet denken aan je klant, wie en wat je nodig hebt binnen je organisatie, welke kosten je idee met zich meebrengt … Ook het schrijven van een business plan zelf vergt voldoende aandacht, dit gaat namelijk niet altijd volgens de manier waarop je het dacht te doen. Het is belangrijk om in scenario’s te denken (worst case scenario) waarbij je de klant voorop stelt. Je moet namelijk ook denken aan zijn of haar leesgemak: wees zo concreet mogelijk, gebruik actieve werkwoorden, schrap overbodige woorden etc.

Lies en Nele sloten af met drie grote conclusies:

  1. Niet lineair plannen;

  2. Door nu al concreet te denken, vind je nieuwe invalshoeken;

  3. Door planning te bekijken vanuit standpunt van de klant, ontdek je misschien nieuwe potentiële inkomsten.

 

Koen Dirix (PG Haspengouw) en Karel Leysen (PG Kempen-Maasland) mochten de voormiddag afsluiten. Zij brieften de aanwezigen over de voortgangsrapportering en de communicatierichtlijnen voor de LEADER-gebieden in Limburg. De voortgangsrapportering is opgebouwd uit de inhoudelijke rapportering, de financiële rapportering, de kosten- en betaalbewijzen en als laatste de bijkomende bewijsstukken (verslagen, gevoerde communicatie …). Koen legde hierbij ook de nadruk op de naleving van de wet op de overheidsopdrachten, mits er sancties worden opgelegd bij het niet-naleven hiervan en dus een belangrijk onderdeel vormt van de inhoudelijke rapportering.

Het tweede deel van hun presentatie bracht de belangrijke communicatieverplichtingen naar voren. Zo moet er altijd rekening gehouden worden met de verplichte logo’s en de slagzin. Op de website van het Departement Landbouw en Visserij vindt u ook het volledige overzicht.