Verslag 'Van plattelandsdorp naar multimodale hub' - 9 maart 2017

Mobiliteit heeft in het gewone leven veel impact, zowel wat betreft tijdsgebruik als financiën. Een gemiddeld gezin gebruikt 12 % van zijn inkomen voor zijn transport, twee derde daarvan is bestemd voor de eigen wagen. Daarnaast is het een thema waar velen een mening over hebben. Over hoe het ‘beter’ kan. Over hoe het ‘anders’ moet. Over autovrije dorpscentra. Over meer parking bij de winkels enz. Het besef neemt toe dat ruimtelijke ordening en duurzame mobiliteit samen moeten bekeken worden. Zo kan een verdichting in de dorpskern aangegrepen worden om een betere toegankelijkheid van voorzieningen te maken voor fietsers en wandelaars.

Kris Peeters, mobiliteitsdeskundige stelde vast dat nieuwe woorden in onze taal dikwijls nieuwe praktijken voorafgaan. Zo ook op deze studiedag.

De talrijk opgekomen aanwezigen hoorden Els Van den broeck, Mobiel 21, praten over de wensbus  en de dorpsmeerijdienst. Deze evolutie brengt mee dat we misschien op een andere manier over collectief vervoer moeten nadenken in het STOP-principe. Meerijden of het delen van voertuigen zou bijvoorbeeld ook tot die sfeer kunnen behoren. Wetend dat de helft van de verplaatsingen minder dan 5 km lang is, stelde Els vast dat compactere dorpen misschien ook wel een vermindering van het aantal autokilometers kunnen meebrengen.

Dit werd deels door Peter Vanden Abeele, maat ontwerpers, ondersteund. Een concreet dorp vraagt maatwerk en algemene ideeën zoals ‘alles bouwen in de kern’ blijken op het terrein niet haalbaar. Peter kon voor Gooik-kern binnen een masterplan enkele interventies voorstellen waardoor de publieke ruimte mensvriendelijker werd en bruikbaarder voor evenementen o.a. met een slim parkeerbeleid. Wandelen en fietsen kwamen aan bod door het concept ‘dorpslus’.

Wout Baert, Fietsberaad, kon met beeld en woord overtuigen om een fietsbeleid op te zetten. De belangrijkste reden dat iemand kiest voor de fiets, is de snelheid.

Dat bleek ook uit de enquête die Bert Meulemans, Landelijke GIlden, presenteerde. Het vraagt soms moed van de lokale bestuurders om zone 30 of een weg ‘uitgezonderd fietsers’ in te stellen. Zo getuigde een aanwezige ex-schepen dat zij de verkiezingen hadden verloren wegens het autovrij maken van een plein.

Nils Wuytens, VUB Mobi, bracht een enthousiast verhaal over de technologische mogelijkheden die in de pipeline zitten. Vooral de smartphone en de cloud blijken daarin een belangrijk aandeel te hebben. Een ding is zeker: mobiliteit gaat een dienst worden. In Finland is het al zover. Betalen voor gepast transport zal het hebben van een voertuig vervangen.

Marja Hermans, Welzijnsschakels zette de aanwezigen terug met beide voeten op de grond. De reportage ‘ik geraak er niet’ (zie hieronder) bevat zoveel cliffhangers dat je je afvraagt of we als samenleving mobiliteit wel als een basisrecht zien voor iedereen. ‘Neem iedereen mee in de boot’ zei Marja, ook diegenen zonder computer of diegenen die uit noodzaak een auto moeten kopen.

Kris Peeters stelde in zijn eindwoord vast dat het over keuzes maken gaat. Veel zaken zijn zelf te beslissen. Keuzearchitectuur kan daarbij behulpzaam zijn. Wie de trap gemakkelijker maakt dan een lift of de fiets sneller dan de auto bij een verplaatsing, zal het aantal duurzame keuzes zien toenemen.

Wordt vervolgd.

Verslag: Karel Lhermitte, Landelijke Gilden (Plattelandsacademie)

Dit is de link naar de website van Landelijke Gilden met het verslag en extra informatie.