Verslag Studiedag 'Hout' - 22 november 2019

Het verslag vindt u hieronder. De presentaties van de sprekers kunnen opgevraagd worden.

We geven u graag ook het slotrapport van het LEADER-project 'hout = goud' mee. Het rapport vindt u terug op de website van Regionaal Landschap Meetjesland.

Op vrijdag 22 november organiseerde het Vlaams Ruraal Netwerk een studiedag met als thema ‘Hout’. Want bomen, hagen, heggen … zijn waardevolle elementen in het landschap en nuttig voor landbouwers. Het derde Europees Programma voor Plattelandsontwikkeling PDPO III voorziet dan ook in steun om deze hagen, bomen en heggen aan te planten en te onderhouden. De studiedag werd georganiseerd in samenwerking met Agrobeheercentrum Eco2. In de voormiddag lieten we een aantal sprekers aan het woord, in de namiddag deden we twee terreinbezoeken.

Niet-productieve investeringen

Marleen Mertens, beleidsadviseur bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) van het Departement Landbouw en Visserij, lichtte de PDPO III-maatregel ‘niet-productieve investeringen’ toe. Actieve landbouwers kunnen steun krijgen voor investeringen die helpen de biodiversiteit te verhogen, erosie te verminderen, en de bodem en het waterbeheer te verbeteren. Investeringen rond natuur- en landschapsbeheer dus. Let wel, de landbouwer doet investeringen, maar die investeringen leveren hem geen extra inkomsten. Voorbeelden hiervan zijn: aanleg van kleine landschapselementen (KLE), poelen, erosiedammen, kleinschalige waterinfrastructuur en herstel van aanplantingen langs holle en publiek toegankelijke trage wegen. De landbouwer krijgt 100% steun voor de investeringen (dit is niet zo bij de andere VLIF-investeringen), al zijn er wel normbedragen. Elke investering heeft specifieke voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor steun. Die vindt u op de website van het VLIF. Als we kijken naar de evolutie van de maatregel in de periode 2015-2019, dan zijn vooral de investeringen in de aanleg van een autochtone haag en de aanleg van een autochtone haag met bescherming tegen vee populair. Qua geografische verdeling is de maatregel vooral populair in de provincie Vlaams-Brabant.

Agroforestry

Binnen PDPO III is er ook steun mogelijk voor agroforestry. Het Departement Landbouw en Visserij is beheersdienst van deze maatregel. Er is in Vlaanderen ook een consortium agroforestry, waar heel wat kennis wordt verzameld. Agrobeheercentrum Eco² is lid van dit consortium. Pim Balis werkt voor Eco², en is regiocoördinator in Vlaams-Brabant. Hij gaf meer uitleg over boslandbouw.
Boslandbouw of agroforestry is een combinatie van een reguliere landbouwteelt met een houtige component (ook een teelt). Eigenlijk is boslandbouw een moderne benaming voor wat we allemaal al kennen. Hoogstamboomgaarden, hagen, houtkanten en knotbomenrijen. Ze zijn nog steeds aanwezig in het landschap. Nu zijn er moderne systemen ontstaan zoals alley cropping (= planten van houtige elementen op rijen) wat handiger is om met landbouwmachines tussen te werken. Andere varianten zijn combinaties met landbouwdieren. Zo kunnen bomen en andere houtelementen beschutting bieden op een buitenloopweide voor varkens, runderen of kippen, of ze kunnen bijvoorbeeld als voederbomen dienen voor herten. Nog een variant kan een voedselbos zijn, bomen in combinatie met groente- of fruitteelt. Houtige elementen zorgen voor een verhoogde bodemvruchtbaarheid en maken de gronden en gewassen weerbaarder tegen de impact van de klimaatverandering. Voordelen van boslandbouw zijn een hogere totale biomassaproductie ten opzichte van een enkelvoudige, zuivere teelt. Er ontstaat een grotere diversiteit aan producten en boslandbouw heeft een gunstige invloed op biodiversiteit en op talrijke belangrijke ecosysteemdiensten.

Maar … nog te vaak denkt de landbouwer daar anders over. Want die bomen staan soms in de weg om de akker te kunnen bewerken. Een boom die niet gewild is, staat inderdaad in de weg en neemt veel plaats in. Maar als die boom een functie heeft, is dit genuanceerder. Alles is afhankelijk van de situatie en hoe je ernaar kijkt. Gemiddeld nemen houtige structuren 4 tot 8% plaats in op het landbouwperceel. Bij de inrichting van het perceel moet de landbouwer wel goed nadenken dat hij er goed door en tussen kan rijden met zijn machines. Want zodra de boom geplant is, is het achteraf moeilijk hem te verplaatsen. De bomen moeten ook gesnoeid worden. Dat vraagt zeker wat opvolging en dat is wat de reguliere landbouwers vaak onderschat hebben. Nemen bomen licht, water en voedingsstoffen op en gaan ze in concurrentie met de gewassen? Ja, dat klopt, maar de schaduwwerking en teeltrotatie is heel belangrijk. En alles hangt af van waar je welke gewassen laat groeien.

In verband met de steun kan tot 80% van de kosten gerelateerd aan de aanplant terugbetaald worden, mits voldaan is aan de voorwaarden.

Goed om te weten is dat er in Vlaanderen een consortium Agroforestry bestaat. Dit is een informeel netwerk van organisaties actief rond agroforestry. Het netwerk streeft naar het versterken en verbinden van kennis en ervaring, het uitbouwen van een ruimer netwerk. Meer informatie vindt u op de website www.agroforestryvlaanderen.be.

Meer info over agroforestry binnen PDPO III vindt u op www.lv.vlaanderen.be/nl/subsidies/perceel-en-dier/plant/aanplantsubsidie-voor-boslandbouwsystemen-agroforestry

Beheerovereenkomst kleine landschapselementen

Ook de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij kwamen aan bod. De focus lag op de beheerovereenkomsten voor het onderhoud van kleine landschapselementen (BO KLE): hagen, heggen, knotbomenrijen, kaphagen, houtsingels en houtkanten. Roald Steeno, bedrijfsplanner van de VLM gaf hier een toelichting over. Een beheerovereenkomst is een vrijwillige, vijfjarige overeenkomst tussen landbouwers en de Vlaamse Landmaatschappij om extra inspanningen te doen voor biodiversiteit, landschap, milieu en klimaat. In ruil voor zijn inspanningen krijgt de landbouwer jaarlijks een vergoeding voor het extra werk en het inkomensverlies. De bedrijfsplanners van de VLM begeleiden de landbouwer intensief van aanvraag tot het definitief sluiten van de overeenkomst. Ook na het sluiten kunnen landbouwers steeds terecht bij hun bedrijfsplanner. De vergoeding wordt deels door Vlaanderen en deels door Europa betaald met middelen uit het ELFPO. De VLM biedt beheerovereenkomsten aan voor erosiebestrijding, soortenrijk grasland, soortenbescherming (weidevogels, akkervogels, grauwe kiekendief en hamster), perceelsrandenbeheer, bloemenstroken, waterkwaliteit en onderhoud kleine landschapselementen (KLE).
In de namiddag nam Roald ons mee op het terrein en toonde hij enkele mooie voorbeelden van kleine landschapselementen onder beheerovereenkomst. Eén van de voorwaarden om steun te kunnen ontvangen, is dat de elementen behoren bij een landbouwperceel en dat het niet gaat om erfbeplanting. Het beheer mag wel worden uitbesteed. Het onderhoud gebeurt tussen 1 november en 15 maart en moet afgestemd zijn op het type KLE. De KLE of de bijhorende vegetatie mag niet beschadigd of vernietigd worden. In 2019 beheerden landbouwers 412 kilometer haag, 72 kilometer kaphaag, 20 kilometer heg, 34 hectare houtkant en meer dan 5100 knotbomen via een beheerovereenkomst met de VLM. De beheerovereenkomst kleine landschapselementen staat meer in detail uitgelegd op de website van de Vlaamse Landmaatschappij: www.vlm.be/nl/themas/beheerovereenkomsten

Beheer van houtkanten

Mathias D’Hooghe is regiocoördinator in Oost-Vlaanderen bij  Agrobeheercentrum Eco2 (ABC Eco²) en vertelde ons meer over hoe ABC Eco2 via een stappenplan het beheer van houtkanten en hagen aanpakt. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de aanwezige KLE’s: welke soorten er zijn, wat de dikte, de lengte en de breedte is. Er wordt ook gekeken hoe dringend het beheer is, of de KLE’s nog een functie hebben en of het terrein bereikbaar is met machines. En nog een andere belangrijke vraag die beantwoord moet worden: wie is de eigenaar? Dan wordt er een landschapsvisieplan opgemaakt. Dat is een gezamenlijke visie over welke doeltypes houtkant er in verschillende zones in de gemeente gewenst zijn. Dan komen we tot een richtlijn die als basis dient voor concrete keuzes over welke ingrepen aan houtkanten nodig zijn. De bedoeling van deze fase is om de neuzen in dezelfde richting te krijgen vóór de start van de werken. In een derde fase worden een beheerplan en tenslotte werkfiches opgemaakt. Daarin staat welk beheer wanneer moet gebeuren, hoe dat moet gebeuren, hoe de efficiëntie verhoogd kan worden.

Het tweede terreinbezoek bracht ons naar Asse, naar de ruilverkaveling Bollebeek. Hier zorgt ABC Eco² in het kader van het Loket Onderhoud Buitengebied (LOB) voor het herstel en beheer van houtkanten en andere houtige KLE's. Op de plek die we bezochten staat al 15 jaar een houtkant die met de ruilverkaveling in handen van de gemeente is gekomen. Het probleem hier is dat je een akker hebt, een houtkant, en terug een akker. Op den duur werd de houtkant zo groot en kwamen er opmerkingen van de landbouwers. Hoge houtkanten waren ook nooit de bedoeling van deze ruilverkaveling. Het zouden lage en beheerbare houtkanten blijven. En dus sprak de gemeente ABC Eco2 aan en ABC Eco2 sprak lokale landbouwers aan voor de beheerwerken. Zij maakten afspraken met de landbouwers die de aanpalende percelen bewerken over de planning van de werken, rekening houdend met de gewassen die er op dat moment groeien. ABC Eco² kreeg budget van de gemeente en ieder jaar pakken ze een stukje aan. Het gebied is ook heel interessant voor akkervogels. Momenteel wordt nog bekeken hoe de beheerresten (houtsnippers) verder gebruikt kunnen worden vb. voor energetische valorisatie of als aanrijking van de bodem.

Meer informatie over de werking van Eco² kan u lezen op de website: www.agrobeheercentrum.be