Verslag Studiedag 'Leven en beleven op het platteland' - 26 september 2017

Het Vlaams Ruraal Netwerk organiseerde op dinsdag 26 september 2017 een studiedag over de beleving op het platteland. Met dit infomoment wilden we de aanwezigen inspireren én informeren over de verschillende mogelijkheden die er bestaan om de beleving op het platteland te verhogen binnen het huidig Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO III). 

Hiertoe gaven Nadine Vantomme en Hylke Colpaert van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een toelichting over de PDPO III-maatregelen ‘versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen’, ‘versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking’ en ‘LEADER’. Daarna werden inspirerende projecten toegelicht, die onder deze maatregelen konden worden gestart. Zo werd een rondleiding georganiseerd in de Kolonie van Weldadigheid te Merksplas, werden de projecten ‘De Beleverij’, ‘School@Platteland’ en ‘Streekeigen Fruit: haalbaar voor iedereen!’ toegelicht. De studiedag werd afgerond met een rondleiding op ‘De Kleine Boerderij’ te Merksplas.

LEADER

Hylke Colpaert van VLM lichtte de LEADER-maatregel toe. LEADER tracht via een bottom-up aanpak te komen tot de ontwikkeling en uitvoering van een gebiedsgerichte visie van een LEADER-gebied op lange termijn. In Vlaanderen zijn er momenteel twaalf LEADER-gebieden. LEADER werd verder uitgewerkt in vier submaatregelen: Opmaak van lokale ontwikkelingsstrategieën, uitvoering van lokale ontwikkelingsstrategieën, samenwerkingsprojecten en tot slot de werking van plaatselijke groepen. De begunstigden, en het bedrag of percentage overheidssteun dat men kan ontvangen, verschillen per submaatregel. LEADER beschikt over een totaalbudget van 33,6 miljoen euro. De cofinanciering gebeurt door de Europese Unie, Vlaanderen en de provincies.

Opmaak lokale ontwikkelingsstrategie

Deze submaatregel omvat de voorbereiding, opmaak en selectie van LEADER-gebieden op basis van hun gebiedsgerichte beleidsplannen. De opmaakvergoeding bedraagt maximaal 20 000 euro per ontwikkelingsstrategie. Per LEADER-gebied kan worden ingezet op drie thema’s uit een lijst van 15 thema’s, zoals streekidentiteit, leefbare dorpen, armoede en kwetsbaarheid, landbouw- en natuureducatie ...

Uitvoering lokale ontwikkelingsstrategie

Deze maatregel focust op het uitvoeren van de projecten binnen de geselecteerde LEADER-gebieden. De oproep voor en de selectie van plattelandsprojecten gebeurt door de Plaatselijke Groep. Ook de dagelijkse opvolging van deze projecten gebeurt door hen. Hiervoor kan maximum 65% cofinanciering verkregen worden.

Samenwerkingsprojecten

Deze maatregel focust op samenwerkingsprojecten binnen de eerder opgemaakte lokale ontwikkelingsstrategie. Het kan zowel gaan om interterritoriale projecten (binnen België) als om transnationale projecten (binnen de Europese Unie of met derde landen). Hiervoor wordt een maximumfinanciering van 95% voorzien. De beslissing over deze projecten wordt genomen door Vlaams minister Joke Schauvliege, die bevoegd is voor plattelandsbeleid. De adviezen worden gegeven door het Provinciale Managementcomité en de Technische werkgroep.

Werking plaatselijke groepen

Deze maatregel verleent steun voor de werking van Plaatselijke Groepen, het verwerven van expertise en het dynamiseren van het gebied. De Plaatselijke Groep bestaat uit publieke en private organisaties. Er wordt een coördinator aangesteld als aanspreekpunt voor het gebied, de procedures worden uitgeschreven in een draaiboek en in werking gesteld nadat de lokale strategie is goedgekeurd. Het gaat om het frequent plaatsen van projectoproepen, de maatregel bekend maken, projecten selecteren, projecten opvolgen en evalueren, en het gebied dynamiseren.

Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland (door investeringen en door samenwerking)

De maatregelen ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen’ en ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking’ worden, net zoals de LEADER-maatregel, beheerd door de VLM. De maatregel ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen’ bestaat op Vlaams niveau uit vijf deelthema’s:

  1. Beleving op het platteland kansen geven met respect voor de streekidentiteit
  2. De open ruimte vrijwaren en ontwikkelen
  3. Aandacht voor kwetsbare groepen op het platteland
  4. Leefbare dorpen
  5. Naar een functioneel wegennet op het platteland

Projecten kunnen via een projectoproep per provincie worden ingediend door gemeentelijke overheden, provincies, vzw's, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Het subsidiabel bedrag bedraagt maximaal 65% van de kosten. De projecten moeten gelegen zijn in het afgebakend plattelandsgebied.

De maatregel ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking’ bestaat op Vlaams niveau uit acht deelthema’s:

  1. Proefprojecten beperkt tot volgende thema’s: 'Milieu en biodiversiteit', 'Klimaat', 'Armoede in de landbouw- en plattelandsgemeenschap', 'Aan landbouw gerelateerde sociale economie projecten', 'Toeristische projecten met landbouwlink'.

  2. Samenwerking tussen kleinschalige marktdeelnemers rond voorzieningen, hulpbronnen, plattelandstoerisme

  3. Samenwerking in de korte toeleveringsketen i.v.m. plaatselijke markten en afzetbevorderingsactiviteiten

  4. Gezamenlijke acties m.b.t. klimaatmitigatie, adaptatie, milieuprojecten

  5. Samenwerking in de toeleveringsketen rond biomassa (m.b.t. voeding, energieproductie, industriële processen)

  6. Diversificatie landbouwactiviteiten naar gezondheidszorg, sociale integratie, gemeenschapslandbouw, onderricht milieu en voedsel

  7. Samenwerking rond erfgoed

  8. Samenwerking rond armoede 

Ook hier kunnen projecten ingediend worden via een projectoproep per provincie. De voorwaarde hierbij is wel dat er samenwerking is tussen minimum twee verschillende organisaties. Gemeentelijke overheden, provincies, vzw’s, stichtingen, vennootschappen en verenigingen met een winstoogmerk en publiekrechtelijke rechtspersonen. 

Het subsidiabel bedrag bedraagt maximaal 65% van de kosten. Enkel de dienstverleningsprojecten zijn subsidiabel. Het omvat volgende kostensoorten: werkingskosten, personeelskosten, overheadkosten, externe prestaties, bijdrage in natura en beperkte investeringskosten. Inkomsten moeten in mindering gebracht worden. Deze projecten kunnen worden uitgevoerd in heel Vlaanderen uitgezonderd de grootsteden en de centrumsteden.

Kolonie van Weldadigheid te Merksplas

We gingen op bezoek bij de Kolonie van Weldadigheid te Merksplas, waar we vanuit het bezoekerscentrum een rondleiding kregen. Hier zijn een aantal projecten gestart die gesteund worden met LEADER-middelen.

Geschiedenis van de Koloniën

Er zijn zeven Koloniën van Weldadigheid in België en Nederland. Het algemene doel achter de zeven koloniën was om armoede aan te pakken. Men kan het beschouwen als een grootschalig maatschappelijk experiment van generaal Johannes Van den Bosch, dat plaatsvond aan het begin van de negentiende eeuw in de Verenigde Nederlanden. In zeven jaar tijd werden daar de zeven Koloniën van Weldadigheid opgericht. In de Belgische Kempen zijn nog restanten van de twee koloniën: kolonie 5 in Wortel en kolonie 7 in Merksplas.

In Hoogstraten en Merksplas werd bijna 1000 hectare onaangeroerd land bewerkt tot landbouwgrond, bossen en grote gebouwen met dreven. Aanvankelijk werden arme stedelingen naar hier gestuurd om er te leven van de landbouw en nijverheid. Toen België onafhankelijk werd, werden de Wortel- en Merksplas-Kolonie omgevormd tot overheidsinstellingen. Armen, waaronder landlopers en bedelaars werden er verplicht naartoe gestuurd om te werken. De Koloniën waren eigenlijk zelfvoorzienend. Tot 1993 woonden en werkten er landlopers. Er liepen wel een aantal zaken mis. Zo was het rekenmodel te positief opgesteld, waren er te weinig opbrengsten en hadden diegenen die uit de steden afkomstig waren te weinig landbouwkennis.

Er werden vrije en onvrije Koloniën gesticht. Niet iedereen kon of wou werken. De Kolonie in Merksplas werd eigenlijk opgericht als onvrije of strafkolonie. Daar was een nog strenger regime met zelfs militair toezicht.

Met de afschaffing van de wet op de landloperij in 1993 kwamen de twee Koloniën aan hun einde. De voormalige Koloniën vervullen vandaag de dag nog steeds sociale, justitiële en welzijnsfuncties en er zijn mensen die aan land- en bosbouw doen. De Koloniën worden ook steeds meer en meer erkend als erfgoed. Ze zijn momenteel in de running om te worden erkend als UNESCO-werelderfgoed. In 2018 zal geweten zijn of ze worden erkend of niet. Daarnaast kan de burger op verschillende manieren genieten van het landschap van de Koloniën.

Landloperskapel

De gebouwen van de Koloniën waren van de hand van architect Victor Besme. Alles is met elkaar verbonden door grote dreven. Ook de prachtige landloperskapel is van de hand van Victor Besme. Ze werd in de 19e eeuw gebouwd en toen was de architectuur van deze kapel ongezien. De kapel is zeker een bezoekje waard. De unieke lichtinval valt onmiddellijk op. De kapel werd met LEADER-middelen gerestaureerd en heeft nu ook een herbestemming gekregen, want nu kan je er ook feestjes en evenementen organiseren.

Wandelnetwerk

De Koloniën beschikken over een uniek landschap. Met LEADER-middelen werd een wandelnetwerk ontwikkeld. Kempens Landschap vzw is hoofdpromotor. Om er te wandelen is ook een kolonie-app ontwikkeld die kan worden gebruikt zonder dat men mobiele data moet aanzetten en zonder dat GPS-ontvangst nodig is. Het wandelnetwerk kan worden beschouwd als de grote kapstok met daarin de andere elementen, zoals de paardenschuur, waarin feestjes worden georganiseerd en waarvan de zolder wordt gebruikt als logeerplaats voor de jeugdbeweging. Daarnaast leeft het idee om er hotelkamers van te maken en zal er een omkleedruimte worden voorzien voor de voetballers die spelen op het aanpalend plein. Tot slot realiseerde men ook met LEADER-middelen een databank met luchtfoto’s van het landschap aan de hand van drone-fotografie.

De Beleverij

Er is een groeiende vraag naar beleving van het platteland. Landbouwers voelen dit aan en willen hier op inspelen, maar geven vaak aan dat er te weinig tijd is om activiteiten rond agrotoerisme op het platteland uit te werken. Daarom startte Rurant vzw het project ‘De Beleverij’. Dit project verkreeg PDPO III-steun onder de maatregel ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door samenwerking’. Het doel is om met een lerend netwerk te starten over hoe je als landbouwer kan starten met agrotoerisme.

De indicatoren voor het welslagen van dit project zijn:

  • Kennisdoorstroom
  • Vijf ervaringsdeskundigen
  • Het opmaken van een toolkit voor starters
  • Tien boeren die beleefactiviteiten opstarten op hun bedrijf
  • Een gediversifieerd belevingsaanbod
  • Een netwerk van boeren die gezamenlijke belangen behartigen
  • Tien boeren die mee ondersteund worden vanuit het lerend netwerk na afloop van het traject
  • Overzichtswebsite of andere gezamenlijke marketingtool

Er worden tien bijeenkomsten georganiseerd waarbij een aantal thema’s aan bod komen, zoals plattelandstoerisme, innovatie, vergunningen en aansprakelijkheid, marketing … Het is belangrijk dat de landbouwer in het achterhoofd houdt wat de klant wil.

School@Platteland

School@Platteland is een project onder PDPO III-maatregel ‘Versterken omgevingskwaliteit en vitaliteit van het platteland door investeringen’. Een school gaat een samenwerking aan met een boerderij of een andere openluchtlocatie op het platteland waar de leerlingen kunnen leren volgens het principe van ‘outdoor education’. In West-Vlaanderen zijn er momenteel veertien trajecten lopende.

De boerderij vormt een zeer leerrijke leefomgeving. Leerlingen onthouden zaken blijkbaar langer aan de hand van ‘outdoor education’. Inagro is promotor van dit project en het project wordt samen met VIVES ondersteund. Het openluchtonderwijs is gebaseerd op drie pijlers: de eindtermen worden gekoppeld aan een rijke leer- en leefomgeving, de persoonlijke en sociale ontwikkeling en een fysieke buitenactiviteit.

Streekeigen fruit: haalbaar voor iedereen!

Tot slot werd het project ‘Streekeigen fruit: haalbaar voor iedereen!’ toegelicht en werd een rondleiding gegeven op ‘De Kleine Boerderij’.

De Kleine Boerderij

De Kleine Boerderij is een plantentuin in Merksplas. Het vormt een privé-initiatief in handen van Jan Oprins. De familie Oprins heeft ‘De Kleine Boerderij’ en zijn omliggende gronden in pacht. In de tijden van de landlopers-Kolonie was dit een straftuinbouwschool, maar nu is het opengesteld voor het brede publiek.

Het doel van ‘De Kleine Boerderij’ is om een kennis- en opleidingscentrum te zijn. Daarnaast willen ze mensen begeesteren met alles wat met natuur te maken heeft, en mens en natuur dichter bij elkaar brengen. In eerste instantie primeert de natuur in ‘De Kleine Boerderij’. Ze organiseren ook een aantal evenementen zoals de dag van de wetenschap, begeleide wandelingen, yogacursussen …

Eigenlijk was deze omgeving niet geschikt om planten op te kweken. Daarom hebben ze kanaaltjes gegraven zodat het overtollige water in de winter kan worden afgevoerd. Nu is de plantentuin vrij uniek. Zo staan er een aantal unieke soorten en bezitten ze een grote collectie van bamboe.

Streekeigen fruit= haalbaar voor iedereen!

Dit LEADER-project bestaat uit de aanplanting van een ‘demonstratie fruittuin’. Dit met onder andere streekeigen variëteiten die het goed doen op de Kempense zandbodem. In de fruittuin zullen ook informatieborden worden geplaatst bij de fruitsoorten. Er is ook een werkatelier / leslokaal / polyvalente ruimte voorzien. Tot slot wordt ‘De Kleine Boerderij’ ingericht als educatief centrum, ook omtrent dit thema. Het ultieme doel van dit project is om aan kennisdeling te doen en opleidingen te organiseren. Ook hier geldt dat de natuur primeert. Het project heeft geen commerciële doeleinden.