Verslag Studiedag 'Waterkwantiteit' - 23 oktober 2018

Hier kunt u alvast het beeldverslag bekijken. Het verslag zelf vindt u hieronder.

We herinneren ons allemaal ongetwijfeld nog de grote droogte van afgelopen zomer. Ook omgekeerd kan plotse hevige regenval voor problemen zorgen. Tijdens deze studiedag wilden we bekijken wat er allemaal gebeurt rond dit thema binnen Vlaanderen, en binnen de Vlaamse landbouwsector.

Eerst werd het groter geheel geschetst: in de voormiddag kwamen we meer te weten over de aanpak van droogte- en waterschaarste en over wateroverlast op Vlaams niveau. Ook de acties die de provincie West-Vlaanderen neemt omtrent waterkwantiteit kwamen aan bod.

Nadien volgden toelichtingen over waterkwantiteit op Vlaams landbouwniveau. Het Departement Landbouw en Visserij gaf uitleg bij het ‘Actieplan Water’ en ILVO gaf meer uitleg over een droogte-indicator die werd ontwikkeld.

In de namiddag werd het praktisch. Verschillende PDPO III-maatregelen die inzetten op het verbeteren van de waterkwantiteit werden toegelicht met op het einde een getuigenis van een landbouwer over de PDPO III-steun die hij heeft gekregen om de waterkwantiteit op zijn bedrijf te verbeteren.

Afsluiten deden we met een bezoek aan het diepvriesgroentenbedrijf Ardo dat deel uitmaakt van het projectconsortium F2AGRI. Dit Europees Interreg-project verdeelt gezuiverd afvalwater via een irrigatienetwerk van Ardo naar de aangesloten landbouwbedrijven.

Waterkwantiteit: Vlaams niveau

Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) en Stroomgebiedbeheerplannen i.k.v. Kaderrichtlijn Water – Niels Van Steenbergen (De Vlaamse Waterweg)

“Droogte heeft te maken met weinig neerslag die valt, daar kunnen we niet veel aan doen. Maar waterschaarste heeft te maken met watervraag, wateraanbod, en daar kunnen wel op inspelen.”

Niels Van Steenbergen legde uit wat het plan van aanpak was voor de opmaak van ‘Waterschaarste- en Droogterisicobeheer-plannen’. Deze plannen zullen geïntegreerd worden in de Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027.

Aanleiding was de waterschaarste en droogte van 2017, die was uitzonderlijk. “Maar vandaag wordt deze droogte als uitzonderlijk beschouwd, terwijl het in de toekomst misschien wel normaal wordt.”

In juni 2017 stelde minister Schauvliege het CIW aan als droogtecoördinator en gaf het de opdracht om een droogteplan uit te werken. Het CIW vroeg de werkgroep ‘Waterkwantiteit’ om een plan van aanpak uit te werken.

Niels Van Steenbergen legde uit hoe deze plannen tot stand zijn gekomen.

Voorts gaf hij ook nog een toelichting over de Vlaamse Droogtecommissie en had hij het over de droogte van 2018.

Het beeldverslag vindt u hier.
Meer informatie: www.integraalwaterbeleid.be 

Acties provincie West-Vlaanderen i.k.v. waterkwantiteit – Bart Naeyaert (provincie West-Vlaanderen)

Gedeputeerde Bart Naeyaert van de provincie West-Vlaanderen had het over de specifieke situatie van zijn provincie. West-Vlaanderen is een landbouwprovincie wat maakt dat de uitdagingen met betrekking tot water hier heel reëel zijn. De irrigatiebehoefte is in deze provincie erg groot.
Bart Naeyaert lichtte de huidige waterbeschikbaarheid toe en ook de projecten die op stapel staan (bv. nieuwe spaarbekkens) en mogelijkheden die nog onderzocht worden (bv. hergebruik van oude waterleidingen uit de vlasindustrie). “Op allerlei manieren moeten we bekijken om meer watervoorraden te genereren.”

Maar ook het besef dat er rond drainage moet nagedacht worden, is er: “er zal altijd een evenwicht moeten zijn tussen een teveel aan water en een watertekort”.  Het beeldverslag vindt u hier.

Voorstelling Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) – Charlotte Boeckaert (Vlakwa)

Vlakwa zetelt ook in het Interreg-project van Ardo, en het is een non-profitorganisatie die opgericht is in 2010. Vlakwa biedt vraaggestuurde oplossingen voor waterproblemen en voldoet zo aan toekomstige behoeften.

Vlakwa wil mee helpen zoeken naar oplossingen voor waterproblemen in Vlaanderen. Het gaat over water in de brede context van het woord: grondwater, oppervlaktewater, proceswater, afvalwater, drinkwater.  De taak van Vlakwa is vooral om innovatie te stimuleren, om te komen tot demonstratieprojecten in Vlaanderen, om zaken in de praktijk uit te testen en om te zorgen dat innovaties effectief geïmplementeerd worden door bedrijven, door landbouwers, door de overheid. Vlakwa doet dat vooral door samenwerking te stimuleren tussen onderzoekers, ondernemers en overheid door die partijen met mekaar in contact te brengen.

Vlakwa heeft een heel aantal leden, vaak gaat het om belangrijke wateractoren van Vlaanderen. Zo zijn onder andere onderzoeksinstellingen en proefcentra, de federatie van watertechnologieleveranciers, de belangrijkste federaties, de watersector zelf, watergerelateerde overheidsorganisaties en de overheid zelf lid van Vlakwa.

De taken van Vlakwa zijn:

  • nodendetectie

  • vraaggedreven innovatie

  • demonstratie

  • valorisatie

  • kennisverspreiding

  • strategische adviesondersteuning

  • Europese netwerken

Op de website vind je ook een waterdatabank: http://www.vlakwa.be/waterdatabank/

Het beeldverslag vindt u hier.

Waterkwantiteit in de Vlaamse landbouwsector

Actieplan Water – Bart Debussche (Departement Landbouw en Visserij)

Het Actieplan Water van de Vlaamse overheid wordt toegelicht. Half november 2018 stelde minister van Landbouw en Visserij Joke Schauvliege het actieplan voor. Op het moment van de studiedag zat de opmaak van het plan in een eindfase.

Oorsprong van het actieplan is de droogte van 2017. Sinds de droogte van 2017 kwamen de actoren uit land- en tuinbouw twee keer per jaar samen en gaandeweg kwam het voorstel om een aantal acties op te stellen voor een aantal maatregelen. Het was de bedoeling te kijken hoe we de land- en tuinbouwsector bewuster kunnen maken van de extreme droogte.

Bedoeling van het plan is de droogteproblematiek in de land- en tuinbouwsector te gaan remediëren en te gaan voorkomen. Dit door een beleidsmatige proactieve aanpak te realiseren op korte en middellange termijn, binnen dit en 5 jaar.

Het beeldverslag vindt u hier.

Droogte-indicator ‘Standard Precipitation and Evapotranspiration Index’ (SPEI) – Tom De Swaef (ILVO)

Tom De Swaef van ILVO vertelde dat de bestaande landbouwkundige indicator voor de droogte onvoldoende was geworden. De meest gebruikte indicator wereldwijd is de Standard Precipitation Index. Maar voor de plantaardige productie, miste deze indicator iets. Want hier wordt enkel rekening gehouden met neerslag. En bij landbouw is het belangrijk ook de evapotranspiratie in rekening te brengen. Dat is het gebruik van water door het gewas, dat wordt sterk beïnvloed door de temperatuur, door windsnelheden, door de relatieve vochtigheid.

Vandaar de ontwikkeling van een nieuwe absolute droogte-indicator SPEI (Standard Precipitation and Evapotranspiration Index). Deze indicator houdt ook rekening met de evapotranspiratie, wat een beter inschatting geeft op basis van gewasmodellering.

Het beeldverslag vindt u hier.

Waterkwantiteit in Vlaamse landbouwsector: praktisch

Maatregelen m.b.t. waterkwantiteit in kader van het derde Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO III )

KRATOS: module 7B (water – KRW) – Maxime Bolle (Departement Landbouw en Visserij)

Via Kratos kunnen actieve GLB-landbouwers concreet en gratis advies op maat van hun bedrijf aanvragen. Aan het advies zijn geen voorwaarden zoals bv. bedrijfsomvang of inkomen verbonden. Er zijn verschillende modules waarover advies kan gevraagd worden. Maxime Bolle licht de module 7B ‘kaderrichtlijn water’ toe.  

VLIF-steun

  • investeringssteun (opvang van regenwater) – Kevin Delvaux (Departement Landbouw en Visserij)

Kevin Delvaux lichtte de specifieke voorwaarden en de procedure toe voor landbouwers om investeringssteun aan te vragen. Hij somt ook de subsidiabele investeringen op in het kader van waterkwantiteit en waterbeheer. Hij geeft ook nog mee dat deze investeringen vooraan staan in de rangschikking en vaak geselecteerd worden. De steunintensiteit bedraagt 30% en de steun heeft de vorm van een kapitaalpremie.

Projectsteun innovatie (in juni 2018 drie projecten geselecteerd – zie Actieplan Water) – Kevin Delvaux (Departement Landbouw en Visserij)

Tijdens de toelichting van de projectsteun voor innovaties in de landbouw werden enkele concrete voorbeelden gegeven van steun in het kader van water. Zo is er steun verleend voor een druppelirrigatiesysteem op een aardappelperceel, gebruik makende van regenwater (waterbassin). Ook een nieuw type waterzuiveringsinstallatie voor het vuil proceswater in de tomatenteelt kreeg steun.

  • Niet-productieve investeringen – Kevin Delvaux (Departement Landbouw en Visserij)

Er werd ook meer uitleg gegeven bij de niet-productieve investeringen, met de klemtoon op het thema water. Een landbouwer kan ervoor kiezen om investeringen te doen die bijdragen tot een verbeterde biodiversiteit, landschap, bodem- of waterkwaliteit … Het gaat vooral om investeringen rond natuur- en landschapsbeheer die aan de landbouwer wel inspanningen vragen maar op geen enkele manier inkomsten opleveren. Ook investeringen rond erosiebestrijding en waterbeheer komen in aanmerking, omdat niet zozeer de individuele landbouwers, maar eerder de buurtbewoners, de maatschappij of het ecosysteem er de vruchten van plukken. Om landbouwers aan te moedigen toch de stap te zetten, wordt steun geboden.

Demonstratieprojecten met betrekking tot waterkwantiteit (-en kwaliteit) – Els Lapage

De demonstratieprojecten hebben als doel om de landbouwers te sensibiliseren om bewezen duurzame methoden en technieken toe te passen op hun bedrijf. De projecten worden uitgevoerd door centra erkend voor sensibilisering van duurzame landbouw. Er is een jaarlijkse oproep.

In 2017 was er een oproep rond het thema ‘Waterkwaliteit en duurzaam watergebruik’. Er zijn 4 projecten gesubsidieerd in het kader van ‘Duurzaam beheer van watervoorraden – alternatieve waterbronnen en slim watergebruik’:

  • Demonstratie van druppelirrigatie in groenten en fruit

  • Beredeneerd beregenen van openluchtgroenten en aardappelen

  • Praktijkhaalbare opvang en hergebruik van water op trayvelden aardbei zonder milieu belastende lozing

  • Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf

Het beeldverslag vindt u hier.

Beheerovereenkomst waterkwaliteit (VLM) – Luc Gallopyn (Vlaamse Landmaatschappij)

De studiedag ging vooral over waterkwantiteit, maar het thema waterkwaliteit werd ook heel even aangesneden door Luc Gallopyn. Hij gaf meer uitleg over de beheerovereenkomst Waterkwaliteit die als doel heeft de waterkwaliteit te verbeteren in specifieke beheergebieden door:

  • Aanmoedigen verbouwen laag risico teelten

  • Bodemanalyse – organische stof en pH

  • Nitraatresidu (resultaat indicator)

Hij lichtte ook de voorwaarden toe en vertelde dat de landbouwers die de maatregelen goed toepassen beter scoren op het vlak van nitraatresidu.
Verder somde hij ook nog even de andere beheerovereenkomsten op die bijdragen tot water- en bodemkwaliteit.

Het beeldverslag vindt u hier.

Stand van zaken projectoproep ‘Water-Land-Schap’ – Patrick Verstegen (Vlaamse Landmaatschappij)

Patrick Verstegen had het over het concept, de doelstellingen, de procedure, de stand van zaken, de gekozen initiatieven en de verdere stappen van de projectoproep ‘Water-Land-Schap’.

In Water-Land-Schap staan drie thema’s centraal: robuust waterbeheer, duurzame landbouw en aantrekkelijke landschap. Het programma werd in oktober 2017 gelanceerd en werd begin 2018 goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

Meer informatie vindt u op de pagina van het programma op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij.
Momenteel loopt er een oproep met subsidiemogelijkheden om watergebonden uitdagingen samen aan te pakken. Landbouwers, bedrijven, dorpsbewoners, water- en landschapsbeheerders die de handen in elkaar willen slaan, kunnen een projectvoorstel indienen om samen uitdagingen zoals droogte, overstromingen, waterkwaliteit en verzilting efficiënter aanpakken. Jouw voorstel kan je indienen tot en met 1 maart 2019.

Het programma Water-Land-Schap brengt de ingediende initiatieven gebiedsgericht samen en ondersteunt ze met kennis en financiële middelen. De tien meest beloftevolle initiatieven in heel Vlaanderen worden gebundeld tot een landinrichtingsproject Water-Land-Schap. Dat beoogt een klimaatrobuuste landbouw, een duurzame watervoorraad, een goede waterkwaliteit, een opvang van teveel aan water zowel in bebouwde omgeving als in openruimtegebieden, en mooiere landschappen.

Het beeldverslag vindt u hier.

Praktijkgetuigenis landbouwer – Andreas Rijckaert

Het akkerbouwbedrijf van vader en zoon Dirk en Andreas Ryckaert situeert zich in Assenede in het noorden van Oost-Vlaanderen. Het bedrijf specialiseert zich in de pootgoedteelt en het heeft met VLIF-steun op de aardappelpercelen een druppelirrigatiesysteem geïnstalleerd op basis van hemelwater.

Het beeldverslag vindt u hier.  

Vragenronde

  • Kunnen de gegevens van de droogteschade-dossiers gebundeld worden zodat er een gebiedsscan is en zodat we weten waar in Vlaanderen de droogte zich voordoet en waar we ons prioritair moeten gaan concentreren op het vlak van droogte en waterschaarste?

    • Bart Debussche: Momenteel worden die data niet op die manier verwerkt. Maar dit is wel een goede suggestie.

  • In het actieplan water is een van de puntjes ‘stimuleren van landbouwers’. Is er al een idee hoe je dat wil doen?

    • Bart Debussche: Er is een financiële stimulans voor bepaalde maatregelen.

  • Is het economisch toelaatbaar om zeewater te ontzilten en het in het drinkwatercircuit op te nemen, dan is water beschikbaar voor iedereen, kostprijs?

    • Charlotte Boeckaert van VLAKWA: Technisch is dit mogelijk maar als je op jaarbasis kijkt, is België nog altijd een land met neerslag, maar het valt niet op het juiste moment. Ik denk dat we globaal wel voldoende water hebben op een jaar, maar op momenten van overschot zouden we water moeten kunnen stockeren, zodanig dat we op momenten van droogte de voorraad kunnen aanspreken.

    • Charlotte Boeckaert: Ik geloof veel meer in grondwatervoorraden terug aanvullen, dat is een gratis buffer. 

    • Charlotte Boeckaert: Zeewater ontzilten kost veel energie.

  • Opmerking: Om de afstroom van water te beperken: in Nederland wordt bij de aanleg van grachten voorzien dat de afvoerbuizen nooit op de bodem van de gracht of de beek gelegd worden zodanig dat er in de grachten of beken altijd een waterbuffer aanwezig blijft. Hier in Vlaanderen zie ik dat (nog) niet, ook niet bij een nieuwe aanleg door Aquafin. Hier ligt de afvoerbuis op de bodem van de gracht/beek. En nu zie ik overal heel dure stuwen opduiken. Waarom is hier een beleidsrichtlijn dat de afvoerbuis altijd op de bodem van de gracht wordt gelegd? Dit is belangrijk in functie van de biodiversiteit. Kan Vlakwa die studie eens doen, waarom ze bv. dat in Nederland totaal anders toepassen?

  • Opmerking van iemand van VMM: minister Bourgeois heeft in zijn septemberverklaring melding gemaakt dat er een actieplan moet komen voor droogte en overstromingen, minister Schauvliege heeft 4 miljoen vrijgemaakt voor een oproep, dus wij als Vlaamse Milieumaatschappij zijn dus ook aan het werken om een oproep te doen naar concrete projecten. De modaliteiten zullen de eerstkomende weken bekend gemaakt worden. Dus misschien de nieuwsbrief in het oog houden van de Commissie Integraal Waterbeleid. Kan aanvullend zijn op de instrumenten die hier naar voor gebracht zijn.

Verplaatsing en bezoek Interreg-project F2AGRI: irrigatie d.m.v. gezuiverd afvalwater (locatie: Ardo) – Ignace Kint (Ardo)

www.grensregio.eu/nieuws/2018/f2agri-water-voor-de-agrovoeding in Ardooie, West-Vlaanderen

Er is een coöperatie (Inero) opgericht van Ardo en telers die met gezuiverd afvalwater (nu waterbassin 150.000 m³ met pompsysteem) willen irrigeren. De coöperatie bouwt en exploiteert het irrigatienetwerk.

Dit irrigatieproject is volop in uitvoering en de bedoeling is dat het netwerk tegen volgend irrigatieseizoen (mei 2019) voor meer dan de helft operationeel is. De installatie werkt volledig autonoom. Er kan 24u/24u water afgenomen worden.

Er zijn 25 km aan leidingen (water onder druk) die omliggend gebied kunnen voorzien van irrigatie. Het waterbassin is 9 meter diep (4,5 meter onder het maaiveld, 4,5 boven het maaiveld).

Momenteel zijn het bekken en het pomphuis klaar en is men bezig met de 25 km aan leidingen te leggen. Een leiding ligt 1 meter onder het maaiveld. Het zijn overal hogedrukleidingen met op ieder aftakpunt de juiste druk. De leidingen lopen grotendeels over privégronden, hier en daar kruisen ze de openbare weg, maar dat gebeurde via een gestructureerd plan.

Het betonnen gebouw dient voor 2/3e voor de zandvang: het zand en de bezinkels dat met het zuiveringswater meekomen, wordt daarin opgevangen en na x aantal jaar moet de opvang schoongemaakt worden en niet het hele bekken. In 1/3e van het gebouw is het pompstation gebouwd met 6 hogedrukpompen van 100 kubiek en van daaruit vertrekt een ondergronds leidingnetwerk. 6 pompen, dus 600 kubiek tegelijk. En er is nog plaats om in de toekomst 2 pompen bij te bouwen.

Vanuit het pomplokaal vertrekken 2 circuits, circuit noord en circuit zuid, in totaal 25 km leidingen, naar 500 ha landbouwgrond rond de fabriek, met 150 aftakpunten.

De coöperatieve telt 51 landbouwers. Elke landbouwer heeft gemiddeld 10 ha en er zijn gemiddeld 3 aftakpunten per landbouwer voorzien.

Verdeelstrategie en prijs

Hoe werkt de verdeelstrategie? Als landbouwer moet je voor 21 april intekenen en doorgeven aan de coöperatieve hoeveel ha je in het seizoen wil gaan beregenen, intensief of extensief, en op basis daarvan kun je een hoeveelheid water reserveren. Er wordt 150.000 kubiek verdeeld onder de coöperanten die water gereserveerd hebben. Coöperanten die niet voor 21 april gereserveerd hebben, hebben tot 1 augustus geen recht op water. Het is een vraag gestuurde irrigatie: landbouwers die reserveren, zijn niet verplicht om water af te nemen. Ze betalen een reservatieprijs en dan betalen ze een prijs per kuub afname, maar enkel wie gereserveerd heeft, kan aanspraak maken op gereserveerd water. Water vooraf reserveren is goedkoper dan achteraf water af te nemen. Na 1 augustus is er bonuswater.

Bonuswater: In het productieseizoen van de fabriek kunnen coöperanten zeker 1000 kubiek per dag extra bij pompen. Per maand komt er dus 30.000 kubiek water bij en Ardo noemt dat bonuswater. Dat bonuswater wordt apart gemeten, alle leden gaan dan toegang krijgen en ze gaan bonuswater kunnen reserveren vanaf 1 augustus. Iedereen die dan lid is van de coöperatie krijgt daar toegang toe. Dit is wel een eindige hoeveelheid water.

Het doel van de coöperatie is om kostenneutraal te werken, met een beetje reserve. De hoofd-financierders zijn Europa (Interreg) en Vlaanderen, aangevuld met geld van de provincie en een deel van een privésponsor. De rest werd geleend bij de bank.

Het bekken is eigendom van Ardo, het pomphuis en het leidingnetwerk zijn van de coöperatie Inero. De vaste kosten dienen voor de terugbetaling van de lening, met een looptijd van 20 jaar. De landbouwers die ingestapt zijn, zijn eigenaar van een netwerk dat over 20 jaar afbetaald is, dan zal de kostprijs voor water ook lager liggen.

Waterprijs

De grootteorde van de waterprijs is afhankelijk van periodes waar er veel beregening nodig is, en niet veel beregening nodig is. Gemiddeld denkt Ardo aan 0.8 euro per kubiek geleverd op 10 bar op het veld. Ter vergelijking: als een landbouwer water moet gaan halen, zijn tractor moet doen draaien, zijn haspel klaarleggen, gaat hij niet met 2 euro per liter toekomen. Bovendien wordt dit water onder druk geleverd. 

Het water zelf is grotendeels gezuiverd effluent van de Ardo-waterzuivering, hetgeen ze vroeger loosden in de Velbeek. Er is ook water bij van de dieptedrainage en water van de indamper van de biogascentrale (per jaar 50 à 60.000 kubiek). Het aangeboden water is dus een mengeling van drie stromen water.

Drijvende zonnepanelen en applicatie

Ardo denkt ook nog aan een bijkomende investering, betaald door Ardo zelf. Op het bekken zouden 6.600 drijvende zonnepanelen komen, goed voor 2900 watt uur. Op die manier wordt de ruimte optimaal benut en is er minder verdamping bij warm weer.

Er komt ook nog een webapplicatie ontworpen door Inagro, waar coöperanten hun water zullen moeten boeken, met een tijdsslot. En als het tijdsslot vol zit, moeten ze een ander moment kiezen (er kan 24u op 24u water afgenomen worden). Aan de hydrantenput is een debietmeter die meet hoeveel water landbouwers afgenomen hebben, en dat wordt bijgehouden in de app. Op basis daarvan zal de afrekening gemaakt worden. In de put komt ook een metertje die de flow meet, om te kijken of er geen afname is terwijl er geen afname was geboekt of voorzien was.