Boslandbouw, een groeiende trend in Vlaanderen

Meer en meer landbouwers gaan aan de slag met agroforestry of boslandbouw. Dat is het terug integreren van bomen en struiken op landbouwpercelen. Melkveehouder Nico Vandervelpen uit Bekkevoort plantte notelaars en hazelaars aan.

Samen met twintig andere Vlaamse landbouwers ging Vandervelpen deze winter aan de slag met agroforestry. Vandervelpen en Ann Distelmans runnen samen een melkvee- en akkerbouwbedrijf waar ze ambachtelijk roomijs verkopen en een hoeveterras uitbaten. “We zoeken voortdurend naar nieuwe technieken die een meerwaarde voor het bedrijf betekenen. Via de website en enkele evenementen van het Consortium Agroforestry Vlaanderen ben ik overtuigd om te starten met agroforestry”, vertelde Vandervelpen, “Het vergt extra werk en is een investering maar levert ook veel voordelen op. De bomen zorgen voor een betere appreciatie door de klanten van ons bedrijf. Maar eigenlijk doe ik dit vooral voor mijn koeien. In de zomer vanaf 20°C en bij een hogere relatieve luchtvochtigheid ondervinden koeien hittestress. Ze hebben dan minder eetlust en gaan minder melk geven, binnenkort kunnen ze afkoelen in de schaduw van de bomen.”

Bert Reubens (ILVO en coördinator van het Consortium Agroforestry Vlaanderen) vertelde over de herontdekking van agroforestry in Vlaanderen: “In wezen is het een eeuwenoude techniek. Denk aan de hoogstamboorgaarden in het land van Herve. In Vlaanderen zijn nu al een honderdtal landbouwers de voorbije 10 jaar terug aan de slag gegaan met boslandbouw of agroforestry. Meer en meer wordt agroforestry gezien als een robuuste en duurzame vorm van landbouw die kan helpen om de klimaatuitdagingen van vandaag en morgen aan te pakken en om voor een stuk tegemoet te komen aan de maatschappelijke verwachtingen over landschap en biodiversiteit.”

Silvopastoraal

Bij Vandervelpen gaat het over een silvopastorale aanplant, dat wil zeggen dat er bomen komen op permanent grasland waar vee graast. Reubens: “Dat is de meest laagdrempelige vorm om met agroforestry te beginnen, maar we hebben ook al heel veel andere projecten begeleid. Ook voor kippen en varkens geniet een uitloopweide met bomen steeds meer aandacht, maar het kan zelfs op langs akkerbouwpercelen.”

Omdat de keuzes van vandaag het succes op (middel)lange termijn bepalen, helpt het Consortium Agroforestry om de aanleg goed voor te bereiden. Bij een juiste uitwerking kan het de landbouwer veel opleveren, maar er zijn verschillende factoren die de uiteindelijke effectiviteit en rendabiliteit kunnen beïnvloeden. Joost-Pim Balis van Boerennatuur Vlaanderen duidt de keuzes die bij Vandervelpen gemaakt zijn: “Het agroforestry-perceel van Nico is 4,34 ha groot en er werden meer dan 200 bomen op aangeplant, 174 hazelaars en 68 notelaars. We hebben veel aandacht besteed aan de juiste plantafstand en de soortenkeuze. Voor een goede ontwikkeling van de boomkruinen, maar ook voor de doorgang van de machines zijn afstanden belangrijk. Een voordeel van walnoten is dat deze boomsoort zeer laat in blad komt, namelijk rond mei en sommige cultivars zelfs maar in juni. In het voorjaar krijgt het gras nog het volle licht en kan er nog een vroege snede gras geoogst worden.”

Binnen drie jaar kunnen normaal de eerste hazelnoten al geoogst worden. Voor de walnoten duurt het nog minstens vijftien jaar eer ze in productie gaan.

Meer agroforestry in Vlaanderen

Boerenbond-voorzitster Sonja De Becker zag ook mogelijkheden om boslandbouw beter te stimuleren: “Belangrijk is dat er beleidsmatig verder wordt onderzocht om het wettelijk kader coherent en stimulerend te maken, ook hier is het ordewoord rechtszekerheid. Enkele versoepelingen in de subsidievoorwaarden rond aanplantdensiteit en meer mogelijkheden voor fruitbomen zijn alvast een stap in de goeie richting. Wij investeren ook mee in het VLAIO-project “Agroforestry 2025” omdat we naast het spoor van de ecosysteemdiensten ook willen kijken hoe agroforestry economisch zijn meerwaarde kan hebben voor de ondernemer.”

Vlaams minister van Landbouw en Voeding Hilde Crevits (CD&V) zag nog veel potentieel. Van de 222 hectare agroforestry die met steun is aangelegd, kwam bijna een derde er bij in de laatste twee jaar. Crevits: “Agroforestry kan op ecologisch én economisch vlak een meerwaarde betekenen voor zowel boer als natuur. We stimuleren landbouwers dan ook financieel om hiermee aan de slag te gaan door tot 80% tussen te komen in de aanlegkosten van agroforestry. In het kader van het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid zullen we de aanplant van vanuit de VLIF-steun voor Niet-productieve Investeringen ondersteunen en voorzien we de mogelijkheid om het onderhoud via een agro-milieu maatregel te ondersteunen. Via het Consortium Agroforestry zet Vlaanderen maximaal in op praktische begeleiding, advisering en vorming van de landbouwers die met agroforestry aan de slag gaan. Praktijkvoorbeelden zoals bij Nico Vandervelpen zijn bijzonder waardevol om op het terrein ervaring op te doen.”

Bron: Vilt, 6 april 2022