Door bijscholing buigt boer problemen om in uitdagingen

De vele veranderingen die de landbouwsector in 2015 ietwat lijdzaam onderging, doen zich ook in 2016 nog voelen. We hebben het dan over de implementatie van een nieuw Europees landbouwbeleid, het vijfde mestactieplan, de erosiewetgeving, de vergunningenproblematiek die volgt uit de voor natuur schadelijke ammoniakemissie uit veestallen, enz. Stuk voor stuk grote uitdagingen maar de Vlaamse land- en tuinbouwers staan er niet alleen voor. Het Departement Landbouw en Visserij rolt een voorlichtingsplan uit dat naast de actuele thema’s ook zwaar inzet op het verbeteren van de economische weerbaarheid van bedrijven. Voorlichting vloeit voort uit wetenschappelijk onderzoek zodat ILVO op zijn beurt een overzicht geeft van wat er in 2016 op stapel staat. Moet een landbouwer dat bij het begin van het jaar allemaal in zijn hoofd steken? Nee, maar laat het een aanmoediging zijn om in 2016 tijd te maken voor studiedagen, infoavonden, demonstraties, … of om zelf deel te nemen aan een onderzoeksproject.

Op de Sint-Jozefhoeve in Balen werd het voorlichtingsplan van het Departement Landbouw en Visserij voorgesteld. Per subsector van de land- en tuinbouw geeft het plan een overzicht van de voornaamste uitdagingen en de manier waarop de Vlaamse overheid mee zoekt naar oplossingen, namelijk via studiedagen, demonstraties, leerrijke bedrijfsbezoeken, publicaties, enz. Alvorens dieper in te gaan op het voorlichtingsplan vertellen we graag iets meer over de Sint-Jozefhoeve. Waar kan je beter in de verf zetten dat landbouw een voortdurende zoektocht naar verbetering en vernieuwing is, dan op de boerderij van Luc Nouwen en Marina Geuens? Zij hebben hun melkveebedrijf in Balen uitgebouwd op een manier die getuigt van een heel open geest. En laat een landbouwer dat nu net nodig hebben om toekomstgerichte keuzes te kunnen maken.

Jules Van Liefferinge, secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij, verklaarde dat er opportuniteiten zullen blijven voor landbouw in Vlaanderen op twee voorwaarden. Bedrijven moeten professioneel uitgebaat worden en de bedrijfsleiders moeten met één oog naar de markt en met één oog naar de maatschappij kijken. Vertalen we dat naar de Sint-Jozefhoeve, dan valt op dat de bedrijfsleiders de infrastructuur voorzien hebben op een uitbreiding van de veestapel zonder zelf die weg in te slaan. In de wetenschap dat er bij de kinderen geen kandidaat-overnemer klaarstaat, is het belangrijk om een toekomstgericht bedrijf uit te baten dat aantrekkelijk is voor overname. Moet je daarom per se zelf meer koeien gaan melken? Nee, want Marina en Luc bewijzen dat verbreding een economisch aantrekkelijk alternatief kan zijn. De Sint-Jozefhoeve ontvangt jaarlijks 5.000 bezoekers voor teambuilding, een originele vergaderlocatie of een bedrijfsrondleiding met bijbehorende landbouweducatie.

Na spontane interesse van grote bedrijven als LU en Nike hebben zij het organiseren van teambuildings verder uitgewerkt tot een professionele nevenactiviteit. Een creatieve geest ontwikkelde voor hen acht unieke landbouwspelen. Wat hebben spelletjes met leuke namen als ‘koeien knallen’, ‘schapen gapen’ en ‘vallende appels’ met elkaar gemeen? Plezier, landbouw én samenwerking als voorwaarde voor succes. Toen Luc en Marina in de gaten kregen dat je de denkers, de doeners en de leidersfiguren er zo uithaalt, kwamen ze op het idee om aan het aangename iets nuttig te koppelen voor de bedrijven. Het koppel volgde een cursus leiderschap en coaching en zal vanaf 2016 de samenwerking binnen een team van collega’s in een ontspannen sfeer naar een hoger niveau tillen.

Als het er nu op lijkt dat Luc en Marina de succesvolle verbredingsactiviteiten in hun schoot geworpen kregen, dan is dat omdat we niet het ganse verhaal vertelden. We lieten onder meer weg dat Luc maanden heeft moeten wachten op een bouwvergunning voor de boerderijspelen, veel moeite heeft moeten doen om de bank te overtuigen van zijn wilde plannen ten tijde van de vorige zuivelcrisis en de investering van 100.000 euro een dooddoener zou zijn geweest ware het niet dat plattelandssubsidies (LEADER) een uitkomst boden. Kortom, als landbouwer mag je je niet laten afschrikken door de eerste de beste tegenslag, en ook niet door een tweede tegenslag en zelfs niet door een derde, … Een landbouwer die dat in zijn oren knoopt, begrijpt dat sakkeren om onheilspellende drieletterwoorden als MAP, PAS en IPM geen zoden aan de dijk brengt. Bijscholen om alle uitdagingen het hoofd te bieden en voorbij alle problemen de kansen te zien, is de boodschap.

Daarmee zijn we aangekomen bij de plannen van de Vlaamse overheid op vlak van voorlichting en onderzoek. Dat zijn taken die gezamenlijk waargenomen worden door het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de praktijkcentra. Ze doen dat ieder vanuit de eigen specialisatie, niet vanuit een ivoren toren maar in goede verstandhouding met de beleidsmakers en de landbouwsector. Volgens Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, is landbouwonderzoek geen eenrichtingsverkeer. Hij rekent op de voorlichters die met hun twee benen in de praktijk staan om de vragen en problemen van landbouwers door te spelen richting onderzoekers. Jules Van Liefferinge, leidend ambtenaar van de landbouwadministratie, hecht op zijn beurt belang aan het “helikopterzicht” op de sector dat zijn voorlichters en de medewerkers van de praktijkcentra hebben.

In een periode dat het land- en tuinbouwers financieel niet voor de wind gaat, kiest het voorlichtingsplan voor ‘economische weerbaarheid’ als rode draad. De aandacht voor het bedrijfseconomische is niet nieuw maar in het verleden lag het accent daarbij op kostenefficiëntie. Zowel het Departement Landbouw en Visserij als ILVO zien dat nu breder en plaatsen er thema’s zoals marktinzicht en toegevoegde waarde naast. “Waar kan een landbouwer geld mee verdienen, die vraag moeten we in het achterhoofd houden”, zegt Relaes. Samenwerking is nog zo’n thema dat in 2016 op het voorplan treedt. “We gaan samenwerkingsverbanden ondersteunen tussen landbouwers en onderzoekers, de zogenaamde operationele groepen”, verklapt Van Liefferinge. “En we willen dat onderzoeksresultaten nog sneller ingang vinden in de praktijk.” De operationale groepen passen in een groter, Europees verhaal: de European Innovation Partnerships die de interactie tussen onderzoek en praktijk stimuleren. Nieuw in het Vlaamse programma voor plattelandsontwikkeling is ook de projectsteun voor innovaties door (groepen van) landbouwers. Een goed idee hoeft immers niet noodzakelijk van een onderzoeker te komen.

Uit de actualiteit gegrepen, zijn thema’s zoals erosie, MAP, IPM, GLB en PAS. Door de bijsturing van de erosieregelgeving kan een landbouwer kiezen uit maatregelenpakketten. Hij krijgt meer vrijheid maar tegelijk ook meer verantwoordelijkheid. Aangezien dat meer vakkennis vergt, zal in de voorlichting extra aandacht uitgaan naar de teelttechniek op hellende percelen. Bijna hetzelfde kan je zeggen over de voorlichting omtrent het mestactieplan. Via een gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak tracht MAP5 de achterstand in het goedmaken van de waterkwaliteit weg te werken. Tegen 2018 mogen maar vijf procent van de meetpunten in landbouwgebied de nitraatnorm overschrijden. Er is een dalende trend maar de weg lijkt lang en de deadline kort. Voor fosfaat is het probleem nog nijpender aangezien er van een dalende trend voorlopig geen sprake is en de norm zwaar overschreden wordt. Door strenge bemestingsnormen en strenge controles te combineren met een mestbalans op bedrijfsniveau krijgt een teler op perceelsniveau toch wat vrijheid om tot het beste opbrengstresultaat te komen met zo weinig mogelijk nutriënten die achterblijven in de bodem. Net zoals bij erosiebestrijding is de boer aan zet en staan de onderzoekers en voorlichters van de overheid klaar om daarbij te helpen.

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) is verplicht sedert 2014 maar vergt nog meer bewustmaking bij de telers. De implementatie van de drie vergroeningsmaatregelen die Europa oplegde in ruil voor inkomenssteun heet nu al geslaagd in Vlaanderen. Toch waarschuwt ILVO-onderzoeker Alex De Vliegher dat de komende jaren bepalend worden voor de herintroductie van teelten zoals erwten, veldbonen, luzerne en klaver. In 2015 zijn een aantal van die teelten mislukt, door de weersomstandigheden of omdat landbouwers de nieuwe teelt nog niet in de vingers hebben. Voorlichter Geert Rombouts (Departement Landbouw en Visserij) vreest dat veel landbouwers zich zullen laten afschrikken door één mislukt experiment met een teelt als luzerne. Het bijspijkeren van de teeltkennis van de landbouwers moet met andere woorden gelijke tred houden met de introductie van nieuwe teelten.

Wat de programmatische aanpak stikstof (PAS) betreft, verduidelijkt Els Lapage dat het Departement Landbouw en Visserij vooral de ammoniakemissie reducerende technieken op de PAS-lijst wil toelichten. Ook voor ILVO is er in het PAS-verhaal een belangrijke taak weggelegd. “We beschikken over een referentielaboratorium voor luchtemissies van de veehouderij”, vertelt woordvoerder Greet Riebbels. Dat stelt de onderzoeksinstelling in staat om commerciële firma’s te begeleiden bij de ontwikkeling van nieuwe staltechniek. Als een firma met iets voor de pinnen komt, dan onderscheidt ILVO de commerciële praatjes van de technieken met een bewezen werking. Die zekerheid moet een veehouder hebben vooraleer hij kan investeren in een meer milieuvriendelijke stal.

De algemene werkwijze van ILVO wordt door de administrateur-generaal omschreven als ‘onderzoek in de agrofood valley’. Daarin zit volgens Relaes een totaalaanpak van landbouw tot voedsel vervat, samenwerking met partners (bv. binnen Agrolink Vlaanderen) en de zoektocht naar meerwaarde die elke ‘valley’ typeert. Qua aanpak van de voorlichting verzoent het Departement Landbouw en Visserij de oude formule (voordrachten studiedagen, artikels in de vakpers) met digitale communicatie: uitgebreide praktijkgidsen die online beschikbaar zijn, filmpjes, een elektronische nieuwsflash, enz. Verder werkt de landbouwadministratie samen met twee actieve landbouwers van wie het bedrijf de status ‘proefboerderij’ kreeg. De ene proefboerderij is gelegen in Huldenberg, de andere in Nieuwenhoven. Gelet op de hete hangijzers van dit moment zullen de demonstraties en proefveldbezoeken die daar georganiseerd worden onder meer aandacht hebben voor IPM, erosiebestrijding, vergroeningsmaatregelen, de bestrijding van het vervelende onkruid knolcyperus en de teelt van eiwitrijke gewassen die in het rantsoen een alternatief kunnen zijn voor soja

Meer info: voorlichtingsplan Departement Landbouw en Visserij

Bron: VILT