Jonge producentenorganisaties genieten opstartsteun

Als het buiten de groente- en fruitsector ontbreekt aan een krachtenbundeling van landbouwers in producentenorganisaties, dan zal niemand dat de Vlaamse overheid kunnen verwijten. Die doet namelijk erg haar best om animo te creëren rond de zogenaamde PO’s. Minister van Landbouw Joke Schauvliege doet letterlijk een duit in het zakje door opstartsteun te verstrekken aan jonge producentenorganisaties. Zij lanceerde een eerste oproep waarop producentenorganisaties die erkend zijn na 1 januari 2014 kunnen intekenen. Opstartsteun loopt gedurende vijf opeenvolgende jaren na de erkenning en is één van de nieuwe maatregelen uit het Vlaamse plattelandsbeleid (PDPO III).

Door opstartsteun te geven aan producentenorganisaties beoogt de Vlaamse overheid een verbetering van de onderhandelingsmacht van landbouwers in de voedselketen. Als individu is de landbouwer namelijk een prijsnemer en heeft hij weinig inspraak omtrent de leveringsvoorwaarden. Door zich te groeperen in een producentenorganisatie (PO) kunnen landbouwers hun marktmacht verbeteren, wat in theorie zou moeten resulteren in betere prijzen en voorwaarden. Producentenorganisaties kunnen ook de verstandhouding tussen landbouwers en de andere schakels in de agrovoedingsketen verbeteren.

Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege nodigde eind vorige week jonge producentenorganisaties uit om opstartsteun aan te vragen. Een Ministerieel besluit bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waaraan een aanvraag om steun moet voldoen. De opstartsteun kan worden aangevraagd door PO’s die voldoen aan de definitie van een KMO en bestaan uit actieve landbouwers, die erkend zijn als PO na 1 januari 2014 en die minstens één van de doelstellingen uit de EU-verordening 1305/2013 nastreven.

Europa specifieert in die verordening dat een PO bedoeld kan zijn om de productie van de leden aan te passen aan de markteisen, of simpelweg om goederen gezamenlijk op de markt te brengen. Ook kan een PO informatie verstrekken over de productie of zich inlaten met andere activiteiten die met een voorbeeld beschreven worden: het ontwikkelen van ondernemers- en marketingvaardigheden bij de leden of de organisatie en bevordering van innovatieprocessen.

De opstartsteun loopt gedurende vijf opeenvolgende jaren na de erkenning als producentenorganisatie. Het steunbedrag is een percentage van de jaarlijks door de PO afgezette productie of, in het geval er collectief onderhandeld wordt maar het product niet gezamenlijk afgezet wordt, een percentage van de som van de productie van de individuele leden. Daarop staat een plafond van 30.000 euro per jaar.

Voor deze oproep is een totaalbudget van één miljoen euro beschikbaar. Indien de steunaanvragen het budget overschrijden, zullen selectiecriteria worden toegepast en komen enkel de meest gunstig gerangschikte aanvragen voor steun in aanmerking. Producentenorganisaties die groenten of fruit vermarkten, komen niet in aanmerking vanwege de specifieke middelen die voor hun sector beschikbaar zijn.

In het kader van de crisis in de varkenssector kondigde Schauvliege eind vorig jaar al tot 150.000 euro subsidies aan voor producentenorganisaties die de positie van de varkenshouders versterken. Intussen is de erkenning van een eerste PO in de varkenshouderij nakend. Ook de melkveehouderij mag zich aangesproken voelen door deze oproep want daar zijn twee producentenorganisaties actief bij evenveel zuivelverwerkers.

Aanvragen kunnen tot en met 31 oktober worden ingediend. Het aanvraagformulier en alle details omtrent de procedure vind je terug op de website van het Departement Landbouw en Visserij.