Landbouwdialoog met Hogan over ecologie én economie

In de publieksraadpleging over het toekomstig landbouwbeleid gaven landbouwers voor het eerst zelf het signaal dat ze meer inspanningen willen doen voor de milieukwaliteit. Dat verraste EU-commissaris Phil Hogan aangenaam, want publieke diensten zijn voor hem dé rechtvaardiging van het landbouwbudget. Het duurde even vooraleer ook de economische pijler van het landbouwbeleid ter sprake kwam op de burgerdialoog met Hogan in Wuustwezel. “Nochtans moet je op drie poten kunnen zitten om rechtop te blijven”, verwees Boerenbond-hoofdbestuurslid Pieter Verhelst naar de drie pijlers van duurzaamheid.

Van 2014 tot 2020 besteedt de EU in totaal 408 miljard euro aan landbouw en plattelandsontwikkeling. Bijna 309 miljard euro is bestemd voor inkomenssteun aan landbouwers en marktmaatregelen. De totale begroting voor rechtstreekse betalingen is bij de vorige hervormingsronde met 3,2 procent verlaagd. Voor de periode na 2020 is de budgettaire context zo mogelijk nog moeilijker en de druk op het landbouwbudget nog groter.

Een redelijke levensstandaard voor landbouwers blijft de eerste verantwoording voor de Europese landbouwsubsidies want in veel deelsectoren lukt het niet om een volwaardig inkomen uit de markt te halen. Hoe langer hoe meer wordt daaraan een discours van ‘publiek geld voor publieke diensten’ gekoppeld. Enkel voedselproductie lijkt als publieke dienst niet te volstaan. Ook EU-commissaris Phil Hogan zit op dat denkspoor zodat landbouwers zich mogelijk nog meer moeten inspannen om hun inkomenssteun in de toekomst te verdienen.

Hogan liet een aantal verklaringen in die zin optekenen tijdens een burgerdialoog in Wuustwezel. De organisatie daarvan was in handen van Europa Direct en de provincie Antwerpen en kaderde in de campagne ‘Pop up Europa’ die de Unie dichter bij de mensen brengt. In het panel was de natuurbeweging vertegenwoordigd door Natuurmonumenten uit Nederland. Woordvoerder Kirsten Haanraads stelde zich constructief op – “plattelandsnatuur in boerenhanden is in goede handen” – maar vraagt om binnen het landbouwbeleid meer oog te hebben voor klimaat, natuur en water bijvoorbeeld.

Wat zou helpen volgens Pieter Verhelst van Boerenbond is dat ‘boerennatuur’ niet geclaimd wordt door derden, maar onlosmakelijk deel blijft uitmaken van het landbouwgebied. Ook Verhelst merkt dat de Europese Commissie steeds verder gaat in het koppelen van voorwaarden aan de inkomenssteun. “Voor steeds minder geld moeten boeren almaar grotere inspanningen doen. Zij botsen op hun economische en sociale grenzen. Het landbouwbeleid mag geen veredeld milieu- en klimaatbeleid worden”, bepleit hij.

Met de focus nu op de economische duurzaamheid van landbouw wou Europees parlementslid Tom Vandekendelaere (CD&V) van de EU-commissaris weten hoe je kan vermijden dat landbouw telkens weer als pasmunt gebruikt wordt in handelsakkoorden. Meer vrijhandel met het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur is volgens hem een slechte zaak voor de vleesveehouderij. “We doen ons best om de landbouwbelangen goed te verdedigen”, zegt Hogan, die de bangmakerij rond handelsakkoorden betreurt. “Over de goede uitkomsten van de verdragen met Canada en Japan hoor je niets, ook met Mexico sloten we een goede deal. Toch gaat het steeds over een akkoord dat nog niet afgesloten is.”

Met een verwijzing naar een overschot van bijna 20 miljard euro op de handelsbalans van de agrovoedingsindustrie maakt Hogan duidelijk dat export belangrijk is voor de sector. En hij voegt er aan toe dat de Europese landbouw competitief is op de wereldmarkt. Het vertrouwen van de EU-commissaris staat in schril contrast met de zorgen die boeren en hun belangenorganisaties zich maken omtrent Mercosur. Joris Relaes van landbouwonderzoeksinstituut ILVO kan dat verklaren: “De Europese Commissie bekijkt landbouw macro-economisch, en dan doet de sector het goed want de prijs van onze landbouwproducten is concurrentieel op de wereldmarkt.” Dat neemt niet weg dat er volgens Relaes problemen kunnen zijn op het niveau van de bedrijven, micro-economisch dus. “Die moeten de lidstaten voornamelijk zelf oplossen. De Commissie reikt enkel de instrumenten aan.”

Producentenorganisaties zijn één van de tools waarmee nationale en regionale overheden, maar vooral de sector zelf, aan de slag moeten gaan. Dat gebeurt ook, maar in Wuustwezel lieten Tom Mertens (VPOV, producentenorganisatie van varkenshouders) en Gaston Opdekamp (tuinbouwveiling Coöperatie Hoogstraten) verstaan dat de ondersteuning vanuit de EU beter kan. Mertens en zijn collega-varkenshouders ondervinden dat de mededingingswetgeving dwars durft liggen, terwijl de tuinders uit de Noorderkempen willen samenwerken met hun collega’s van BelOrta en met telersvereniging Prince de Bretagne. “Zo’n transnationale producentenorganisatie verdient meer steun”, vindt Opdekamp. Als het van Hogan alleen zou afhangen, dan komt die er ook maar meer marktmacht voor PO’s is binnen de Europese Commissie een continue strijd tussen het directoraat-generaal voor Landbouw en dat voor Mededinging.

Wanneer landbouwers zich verenigen in een producentenorganisatie hebben ze meer marktmacht. Al is dat relatief omdat de concentratie in de retail veel groter is. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, herinnert aan het Veerman-rapport waarin haarfijn wordt uitgelegd welke disfuncties er in de voedselketen zijn door de ongelijke machtsverhoudingen. “Ik kijk met veel belangstelling uit naar sturend optreden door Hogan”, verwijst Vandamme naar de regulering die de EU-commissaris in het vooruitzicht stelt. Op 12 april lanceert hij zijn voorstel. De verwachtingen zijn zo hoog gespannen dat Hogan te kennen geeft dat Europa niet alles kan oplossen. Over de inhoud van zijn voorstel zei hij enkel: “Wie niets misdoet, heeft niets te vrezen.”

Bron: Vilt, 28 maart 2018