LEADER-project in de kijker: C-klimaat Haspengouw

Vier Limburgse landbouwers nemen sinds november 2019 deel aan het LEADER-project ‘C-klimaat Haspengouw’. Met technieken uit de precisielandbouw brengen ze de verschillende bodemeigenschappen van hun perceel in kaart. Op die manier kunnen ze de variaties plaatsspecifiek wegwerken en willen ze de kwaliteit van hun bodem verbeteren. “In de praktijk blijkt dat er nood is aan meer onderzoek en veldproeven op de toepasbare precisielandbouwtechnieken”, zegt Femke Moors, onderzoeker akkerbouw aan PIBO-Campus. “Met de resultaten van dit project kunnen we meteen aan de slag om landbouwers te informeren.”

Sinds de jaren ’90 is er een globale daling van het organische koolstofgehalte van de landbouwgrond in Vlaanderen. “Ook op de Haspengouwse akkerbouwpercelen heeft dezelfde trend zich voorgedaan”, vertelt Femke Moors. “Organische koolstof speelt voor zowel bodem- als waterbeheer een belangrijke rol. Komt daarbij dat ruilverkavelingen, samengevoegde percelen en hellingen kunnen leiden tot grote verschillen in bodemorganische stof binnen eenzelfde perceel. Met precisielandbouwtechnieken kunnen we onder andere deze variaties binnen een perceel vastleggen en aanpakken.”

Dat is meteen de focus van het project in Haspengouw, dat zich voornamelijk toespitst op droogtegevoelige teelten, zoals aardappelen. Vooral het organische stofgehalte krijgt extra aandacht.

Bodem in kaart

De vier betrokken landbouwers voorzien tijdens de looptijd van het project de rotatie aardappelen – wintertarwe. Voor het poten van de aardappelen werd aan de hand van de Veris MSP3 bodemscanner een kaart opgemaakt. Vanwege de klimaatsveranderingen worden er drogere omstandigheden verwacht met intensieve regenbuien. De vochtreserve kan daardoor in gedrang komen met meer kans op stress en lagere opbrengsten, voornamelijk bij droogtegevoelige teelten. Aangezien organische stof een belangrijke invloed heeft op de bodemkwaliteit, de infiltratiesnelheid en het waterleverend vermogen, wordt in 2020 de gewasgroei en opbrengst nagegaan in verschillende zones die we kunnen onderscheiden in de desbetreffende percelen.

Op basis van de bodemscan wordt er eveneens een plaatsspecifiek advies voor de toediening van compost opgesteld. Dit zal toegepast worden na de oogst van de aardappelen en voor het inzaaien van de wintertarwe met een variabele compoststrooier om zo de variaties binnen het perceel weg te werken. Wat het effect van deze toepassing is op de wintertarwe zal in het tweede proefjaar onderzocht worden.

De proefresultaten zullen gedurende het project stelselmatig bekendgemaakt worden tijdens demonstraties en vergaderingen. Op de website van PIBO-Campus vindt u een overzicht van de vergaderingen en rondgangen.

Bron: Vilt, 9 juli 2020