Meer investeringssteun voor jonge boeren

Jonge landbouwers kunnen voortaan rekenen op een jongerenbonus van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) voor de meest duurzame investeringen in hun bedrijf. Dat heeft Vlaams minister van Landbouw en Voeding Hilde Crevits (CD&V) aangekondigd. 17 procent van onze landbouwers behoort tot de groep jonge landbouwers. Ook de totale omvang van investeringen, waarvoor landbouwbedrijven financiële ondersteuning kunnen krijgen, wordt verhoogd van 1 miljoen euro naar 1,35 miljoen euro voor de periode 2015-2022. De beslissingen passen in de versterking van het VLIF voor de volgende 2 jaar.

n het kader van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) stimuleert het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) duurzame investeringen in de land- en tuinbouw en verzekert het de rendabiliteit van onze land- en tuinbouwbedrijven.

De huidige GLB-programmaperiode liep eind 2020 af. Door een overgangsregeling start de nieuwe periode pas begin 2023. Om de goede werking van het VLIF tijdens die overgangsperiode in 2021 en 2022 te garanderen en in tussentijd onze boeren te stimuleren om te blijven investeren in innovatie wordt de regelgeving op een aantal punten aangepast.

“Landbouwers die investeren in duurzaamheid kunnen op steun rekenen”, aldus minister Crevits. “Dat kan gaan over aanpassingen aan het bedrijf om met korte keten te starten, investeren op vlak van automatisatie of het gebruik van sensoren die meten hoeveel water een plant op welk moment nodig heeft. We maken het huidige systeem eenvoudiger, voorzien in hogere steunplafonds en hebben vooral oog voor onze jonge boeren. Zij moeten kansen krijgen om investeringen te doen die goed zijn voor de toekomst van hun bedrijf en onze samenleving."

Wat is nieuw?

Jonge boeren (jonger dan 40 jaar) die duurzaam investeren, kunnen rekenen op 10 procent meer subsidies. Deze keuze sluit aan bij wat de Europese Unie in het nieuwe GLB voorstelt, namelijk jonge landbouwers ondersteunen om onze land- en tuinbouw in Vlaanderen op lange termijn te vrijwaren. Het aantal jonge professionele landbouwers in Vlaanderen ligt met 3.175 op 17 procent. “In de loop van de jaren is dat percentage lichtjes gedaald”, duidt Crevits. “Het is noodzakelijk om jongeren aan te trekken voor de land- en tuinbouw, want slechts 13 procent van de bedrijfsleiders ouder dan 50 jaar heeft een opvolger.”

Een tweede algemene maatregel gaat over het maximale investeringsbedrag waarvoor landbouwbedrijven financiële ondersteuning kunnen vragen. Dat bedrag wordt opgetrokken van 1 miljoen naar 1.350.000 euro voor de volledige programmaperiode 2015-2022. Verder moet de begunstigde bewijzen dat hij/zij binnen vijf maanden na de selectie van zijn/haar investering gestart is met de uitvoering ervan. Zo kan het VLIF-budget beter worden aangewend.

“We investeren ook in de land- en tuinbouwsector in innovatie, rendabiliteit en klimaat”, vertelt Crevits. “Met het optrekken van het steunpercentage worden jonge bedrijven, die nog een hele toekomst in de sector voor zich hebben, extra gestimuleerd om duurzaam te investeren.”

Tot slot worden er nog enkele praktische en formele verbeteringen doorgevoerd, zoals de afschaffing van de in onbruik geraakte rentesubsidie.

Bron: Vilt, 27 januari 2020