Ook in 2019 mooie groeicijfers voor biolandbouw

Op tien jaar tijd is het aantal biologische landbouwers in Vlaanderen verdubbeld tot 562, het bioareaal verdrievoudigde bijna in diezelfde periode. Afgelopen jaar groeide het aantal bioboeren met 9 procent, het areaal steeg met 10 procent in vergelijking met 2018. Ook de biologische veestapel groeit verder aan. De bioconsumptie ging met vijf procent naar omhoog. Vlaams landbouwminister Hilde Crevits (CD&V) is bijzonder tevreden over de groei van de biosector, maar benadrukt dat de groei in evenwicht moet zijn met de vraag naar bioproducten. Dat zei ze bij de voorstelling van het jaarlijkse biorapport bij vzw De Lochting in Roeselare.

Sinds de start van het eerste Actieplan Biologische Landbouw in 2008 brengt de Vlaamse landbouwadministratie een jaarlijks biorapport uit dat de evolutie van de biologische landbouw in Vlaanderen monitort. Dit actieplan was er gekomen na de vaststelling dat nog steeds meer dan 40 procent van de bioproducten in ons land moest ingevoerd worden. Met dit strategisch plan wilde toenmalig landbouwminister Kris Peeters (CD&V) een aantal structurele maatregelen nemen om de Vlaamse biologische productie op te vijzelen. 

Groei zet zich door

Het plan lijkt zijn vruchten af te werpen. Jaar na jaar groeit zowel het aantal biolandbouwers, het bioareaal als het aantal dieren dat volgens de biologische productiemethoden wordt gehouden. Ook voor 2019 was een positieve evolutie merkbaar. “Het biorapport 2019 toont een gunstige ontwikkeling van de hele biologische keten in Vlaanderen”, zegt ook minister Crevits. Het aantal Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die biologisch produceren, is aangegroeid tot 562, een stijging van 9 procent in vergelijking met 2018. Twee derde van deze bedrijven is volledig biologisch, één derde combineert biologisch met gangbare landbouw.

Ook voor de bedrijven die biologische producten verwerken of invoeren, is een groei merkbaar. Er zijn 11 procent meer bedrijven actief als verdeler, bereider, verkooppunt, importeur en/of exporteur van biologische producten. In totaal zijn ze met 1.221 bedrijven. Vier op de tien van deze ondernemingen combineert meerdere biologische activiteiten. De meest voorkomende activiteit is de bereiding van bioproducten.

Biologische veestapel groeit stevig

De biologische veestapel toont opnieuw stevige groeicijfers. 160 van de 562 Vlaamse biobedrijven houdt dieren volgens het biologisch lastenboek. Het gaat om een stijging van 14 bedrijven tegenover 2018 (+9%). Het totaal aantal biodieren is in diezelfde periode gestegen met 13 procent. De grootste groeier is de biologische pluimveehouderij. Sinds 2015 is het aantal bedrijven dat biologisch pluimvee houdt, gestegen met 30 procent. Vlaanderen telt nu 61 bedrijven met minstens 50 stuks biopluimvee. Naast de pluimveehouderij tonen ook de varkenshouderij (+25%) en schapenhouderij (+24%) mooie groeicijfers.

Er wordt in Vlaanderen 8.677 hectare gebruikt voor biologische landbouw. Dat is een stijging van 10 procent tegenover 2018. “Vandaag is ongeveer 1,4 procent van de totale Vlaamse landbouwoppervlakte in biologisch gebruik. Ondanks de groeicijfers van de laatste jaren blijft de biosector dus een relatief kleine sector”, beseft Crevits. De provincies waar de biologische oppervlakte het sterkst is toegenomen, zijn Vlaams-Brabant (+32%) en Limburg (+12%). Bijna twee derde van de Vlaamse bio-oppervlakte bestaat uit grasland en voedergewassen. De oppervlakte die gebruikt wordt voor biofruit is met een kwart gegroeid, tot 773 hectare in 2019.

De helft van de Vlaamse biobedrijven zijn bedrijven met een beperkt biologisch bedrijfsareaal. Zij bewerken maximaal 5 hectare biologisch. Deze 50 procent beschikt samen slechts over 6 procent van het totale Vlaamse bioareaal. Aan de andere kant van het spectrum zien we dat 8 procent van de Vlaamse bioproducenten meer dan 50 hectare in handen heeft. Deze 45 grootste bioproducenten bezitten samen ongeveer 48 procent van het totale biologisch areaal. De gemiddeld grootste biobedrijven op vlak van areaal liggen in de provincie Limburg, de gemiddeld kleinste in Vlaams-Brabant.

Biologische consumptie

“Er is een groeiende interesse in biologische verse voeding”, zegt de minister. In 2019 gaven de Vlamingen 5 procent meer uit aan biologische voeding dan in 2018, goed voor een totaal van 200 miljoen euro. Vooral biologische aardappelen, groenten en fruit worden gekocht en geconsumeerd.  Hierin blijft Vlaanderen wel achter op Wallonië: de Walen besteden in totaal 255 miljoen euro aan biologische voeding en dranken. De minister vindt het belangrijk verder te onderzoeken waarom daar meer bioproducten worden gekocht. “De aandacht voor ‘produit du terroir’ en het chauvinisme in Wallonië spelen daarin wellicht een rol”, klinkt het.

Negen op de tien Vlaamse consumenten kopen op jaarbasis minstens eenmaal een vers bioproduct. Alleenstaanden zijn verhoudingsgewijs de grootste kopers van bio. Gezinnen met kinderen met een beperkt inkomen geven het minste uit aan biovoeding, hoewel hun aandeel wel verdubbeld is sinds 2010 (1,6%). De klassieke supermarkt blijft het belangrijkste verkoopkanaal van bioproducten met een marktaandeel van 39 procent. De hoevewinkel en de boerenmarkt zijn de kanalen met het hoogste percentage aan biologische producten in het assortiment.

Volgens de minister blijft Vlaanderen investeren in biologische landbouw. “Zowel op het vlak van productie als op het vlak van onderzoek en innovatie en consumptie”, stelt Crevits. In 2019 werd ruim 4,74 miljoen euro aan Vlaamse en Europese middelen uitgetrokken voor uitgaven specifiek gericht op de biosector. Dat gaat vooral naar financiële stimulansen voor biologische productie. Er gaat ook budget naar de biohectaresteun, een subsidie die bioboeren jaarlijks ontvangen per hectare landbouwteelt: in 2019 werd 1,47 miljoen euro uitgekeerd aan 448 landbouwers voor 6.452 hectare.

De overheidsuitgaven voor bio-onderzoek, voorlichting en kennisuitwisseling zijn toegenomen tot 1,36 miljoen. “Dat is nodig want opleidingen en advies inwinnen over biologische productiemethodes blijft populair. Meer dan de helft van de financiële steun voor bio-onderzoek werd besteed aan onderzoeksprojecten gericht op gewasbescherming”, legt Crevits uit.

“Maar we gaan ook verder dan ondersteuningen op vlak van productie en onderzoek. Ook de consumenten worden gesensibiliseerd en gestimuleerd om bio te kopen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) via spotjes op radio en TV. Dit jaar bedraagt het promotiebudget voor bio 1,37 miljoen euro. Dat is bijna het dubbele van het budget van vorig jaar”, klinkt het.

De minister is ook positief over de toekomst. “De coronacrisis heeft echt voor een positieve hefboom gezorgd voor lokale aankopen en aankopen bij de boer. We moeten die interesse verder kunnen vasthouden. Ik verwacht dan ook dat ik volgend jaar een biorapport zal kunnen voorstellen met nog spectaculairdere cijfers”, aldus Crevits.  

Meer informatie: De biologische landbouw in 2019

Bron: Vilt, 1 juni 2020