PDPO II: Goed voor boer, milieu en platteland

Het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling PDPO II liep eind 2015 af. Externe evaluatoren beoordeelden de impact in een ex post-evaluatie. Hierbij onderscheidden ze vijf impactgebieden. 

Milieu en klimaat

PDPO II heeft een positieve invloed gehad op de milieu- en klimaatprestaties van de Vlaamse landbouw. Dankzij de agromilieuverbintenissen verminderden de stikstofresidu’s en de dierlijke stikstofinput. Ook het gewasbeschermingsmiddelengebruik daalde en het bodemverlies werd gereduceerd. De VLIF-investeringssteun heeft geleid tot een reductie van het water- en energiegebruik, de ammoniak- en broeikasgasemissies en de geurhinder. Bovendien werd er, voornamelijk in de glastuinbouwsector, geïnvesteerd in de productie en het gebruik van hernieuwbare energie.

Economie

Vooral de steun voor diversificatie-investeringen bleek een positieve impact te hebben op de bedrijfsresultaten. Ook steun voor structurele investeringen had een positief bedrijfseconomisch effect, vooral bij investeringen in machines en installaties. De impact van vestigingssteun voor jonge landbouwers kon echter niet vastgesteld worden. De investeringssteun onder PDPO II leidde indirect ook tot het behoud van tewerkstelling en toegevoegde waarde in aanverwante sectoren als de bouwsector en de machinebouw.

Innovatie

Investeringssteun voor innovatieve technieken en producten op land- en tuinbouwbedrijven was zeer belangrijk in PDPO II. Een derde van de totale overheidssteun ging naar innovatieve investeringen. Opleidingen, demoprojecten en bedrijfsadvies vormden een belangrijke ondersteuning voor landbouwers om op de hoogte te blijven van de hoge kwaliteitsnormen, milieuvereisten en beleidswijzigingen en om bewustere keuzes te kunnen maken in de bedrijfsvoering.

Biodiversiteit

De impact van PDPO II op biodiversiteit werd onderzocht aan de hand van twee indicatoren: het voorkomen van akker- en weidevogels en de oppervlakte landbouwgrond met hoge natuurwaarde. Voor de akker- en weidevogels werd geen wijziging in voorkomen vastgesteld sinds de vorige programmaperiode (PDPO I). De onderzochte agromilieumaatregelen bleken vooral effect te hebben op de aantallen vogels wanneer de oppervlakte van de verbintenissen groot genoeg was.

Leefkwaliteit

Zowel As 3 als LEADER bleken in de eerste plaats een groot effect te hebben op de gemeenschapsvoorzieningen op het platteland. LEADER zorgde ook voor een institutionalisering van  lokale  netwerken, wat  een positieve invloed had op het bestuur van de streek.

De ex post-evaluatie van PDPO II vindt u op: http://www.ruraalnetwerk.be/publicaties/andere-relevante-publicaties/ex-post-evaluatie-pdpo-ii.