Spieken in buurlanden in functie van agromilieubeleid

Ter verfijning van de milieu- en klimaatinspanningen door Vlaamse boeren zocht de studiedienst van de Vlaamse landbouwadministratie uit welke maatregelen in de ons omringende landen in zwang zijn. Ook al kan je het verbeterde waterbeheer uit Nederland en de herintroductie van oude veerassen zoals het in Schotland en Frankrijk gebeurt niet zomaar kopiëren in Vlaanderen , er valt altijd iets uit te leren. “In veel gevallen werkt een maatregel door op diverse prioriteiten. Met inspanningen die landbouwers doen voor waterbeheer spelen buitenlandse beleidsmakers vaak ook proactief in op de gevolgen van de klimaatwijziging”, luidt één van de conclusies van het onderzoek.

Het Departement Landbouw en Visserij screende de agromilieu- en klimaatmaatregelen die landbouwers in enkele naburige Europese landen of regio’s uitvoeren. De studiegebieden zijn Nederland, Wallonië, Nedersaksen (Duitsland), Nord-Pas de Calais (Frankrijk), Schotland (Verenigd Koninkrijk) en Denemarken. Als basis voor de studie werd het plattelandsontwikkelingsprogramma gebruikt waarover elke lidstaat beschikt.

Sommige nationale of regionale maatregelen zijn voor Vlaanderen niet direct van toepassing, maar kunnen door aanpassing wel hun nut bewijzen. De studiedienst van de landbouwadministratie geeft een aantal voorbeelden. Vlaanderen heeft bijvoorbeeld geen rijstvelden die onder water gezet kunnen worden zoals dat in Frankrijk gebeurt. Maar de techniek om strategisch bepaalde gewassen – zoals riet of wilgen – middels irrigatie te telen, kan nuttig zijn om tegelijk andere doelstellingen te dienen zoals koolstofvastlegging en vernatting.

Evenzeer kan de maatregel om meer silicium in de bodem te brengen door rijststro buiten de rijstvelden aan te brengen inspireren, omdat het idee om het gehalte van bepaalde nuttige elementen in de bodem te verhogen evenzeer van toepassing kan zijn op andere mineralen of sporenelementen. En ook de Franse maatregel om middels strategische periodieke irrigatie, drooglegging of een vals zaaibed onkruiden in rijstvelden te bestrijden, kan inspirerend werken. Volgens de onderzoekers is het voorkomen van akkerdistel in Vlaanderen vaak een gevolg van een te droge of te warme bodem tijdens de winter. “Een hogere grondwaterstand tijdens de winter kan in valleigebieden bepaalde ongewenste planten helpen weren”, klinkt het.

Sommige buitenlandse regionale veerassen maken geen deel uit van bedreigd Vlaams levend erfgoed. Maar het idee dat schuilt achter de inzet van bedreigde veerassen reikt verder dan alleen hun instandhouding. In de Franse regio Nord-Pas-de-Calais mikt het beleid met het inkruisen van oude veerassen in moderne en hoogproductieve rassen op een veestapel die beter aangepast is aan de klimaatverandering. De Schotten zetten nog om een andere reden in op oude veerassen, met name vanwege het ruiger of natter worden van graslanden in functie van agromilieu- en klimaatmaatregelen.

Vlaanderen subsidieert reeds kleine landschapselementen. In Wallonië gebeurt dat ook met dat verschil dat hagen en houtkanten er strategisch ingezet worden tegen bodemerosie. De link met biodiversiteit is ook nooit veraf in het Waalse agromilieubeleid. De maatregelen van de Duitse deelstaat Nedersaksen staan veelal in het teken van de bodemkwaliteit. Water beter ophouden en de waterkwaliteit verbeteren, is iets waar alle bestudeerde regio’s sterk op inzetten. Veel aandacht gaat naar een proactieve en integrale aanpak, bijvoorbeeld in het geval van erosie.

Nedersaksen moedigt het gebruik van de Cultan-bemestingsmethode aan, die als techniek in Vlaanderen nog weinig bekend is. De filosofie van de Duitse professor Karl Sommer is dat je beter eenmalig een vloeibare stikstofmeststof kan injecteren dan gespreid in de tijd te bemesten met een korrelmeststof. Vooral als er direct in de stoppel wordt gezaaid heeft worteldominante bemesting het voordeel dat de bodemtemperatuur geen storende factor meer is, zoals bij bladdominante bemesting het geval is.

Ook de door de Fransen toegepaste mechanische verwijdering van opslag van vorige teelten in een nieuwe hoofdteelt kan Vlaanderen kopiëren. Denemarken ziet bijzondere uitdagingen in getijdegebieden. De Deense aanpak is inzake aantal maatregelen beperkt en zet vooral in op een betere protectie van waterrijke gebieden tegen verdroging, vermesting of uitstoot van broeikasgassen. Naast de klemtoon op waterbeheer ijvert Schotland ook voor de verweving tussen biobedrijven en natuur door natuurlijke processen maximaal te betrekken bij de bedrijfsvoering.

Bron: Vilt, 1 september 2017