Zot van (‘t) Boeren – artikelenreeks 3 – najaar 2017 – artikel "Had ik het moeten doen"

Had ik het moeten doen?

Nancy zit toch wat gespannen aan de keukentafel. Geen wonder. Ik vraag haar hoe ze de zelfdoding van haar broer verwerkt heeft. Nog niet, zegt ze. Ik heb wel enkele verklaringen op een rijtje gezet, maar ik kan niet aanvaarden wat Koen gedaan heeft. We waren als twee handen op één buik, mijn broer en ik. We waren altijd dicht bij mekaar. Ik herinner mij goed dat hij het er moeilijk mee had toen ik hem zei dat ik ging trouwen met mijn lief. Hij verweet me dat ik hem in de steek liet.
Neen, dat is natuurlijk niet de reden waarom hij nu zijn brute beslissing nam. Maar je gaat wel je verleden na. Je zoekt ongedurig wat je hem zou misdaan hebben of verkeerd gezegd hebben. Het is vermoeiend, die zoektocht. En je vind het niet. Wat had ik moeten doen om hem te overtuigen om het niet te doen.

Het is een feit geworden.
Ik denk natuurlijk nog dagelijks aan wat er zo’n twee jaar geleden, zo onverwachts gebeurd is. Maar ik kan het niet anders dan het te verwerken als een gebeurtenis heel ver weg hier vandaan. Mijn emoties kunnen het niet aan. Ik schakel ze uit. Ik bijt op mijn tanden. Sommigen uit mijn vriendenkring zeggen dat ze dat ook werkelijk aan mij kunnen zien.  

Wat had ik kunnen doen?
Ik weet het niet. Had ik meer contact moeten opnemen, ook al kreeg ik geen antwoord meer? Dagelijks bellen in plaats van wekelijks? Wekelijks langs gaan in plaats van om de veertien dagen? Mijn schoonzus wijzen op haar verantwoordelijkheid? Naar zijn dokter lopen? Naar een andere dokter lopen? Wie zal het zeggen.

Wat zou geholpen hebben?

Ik heb meer gedaan dan ik kon. Ik kijk toch naar zijn huisarts. Vooral die had toch hulpverlening moeten inschakelen. Die zag toch de signalen, niet? Broer was de laatste tijd zo erg vermagerd. De dokter zag het, maar neen, een pleister, een zalfje, een pilletje. Meer niet en dat was het.  Mijn schoonzus kon de evolutie ook niet meer keren. Praten is zo nodig, zeker als koppel. Maar dat ging ook niet meer. Hij bouwde een muur om zich heen. Hij was nochtans niet slecht in zijn vak. Hij wilde de beste en de eerste zijn. Hij was het ook. Ze leidden samen een topbedrijf. Iedereen keek er naar op. Maar hij kon niet overweg met tegenslag. Nancy zegt dat haar broer op de duur niet meer voor rede en redelijkheid vatbaar was. Het is toch niet zijn schuld dat het slecht weer is. Het is niet zijn schuld dat de prijzen dalen. Hij zat niet te sakkeren. Hij zweeg en deed voort. “En de boer, hij ploegde voort” is een mooi gezegde, maar het is verkeerd. Even stilstaan om te praten is zo nodig. Wie leert een koppel terug te praten als ze het zo moe is?

Verenigingsleven.
Nancy is ervan overtuigd dat de vakvereniging een grote verantwoordelijkheid draagt. Het is hen toch bekend dat een bedrijf leiden heel wat vaardigheden vraagt. Eén ervan is kunnen praten met mekaar over moeilijke kwesties. Verschil in mening eindigt al te dikwijls met een vlucht naar stal of naar papieren. Vrouwen praten met mekaar. Mannen stoefen onder mekaar. Nancy is hard in haar analyse. Ze geeft daarna wel toe dat het juiste beeld genuanceerder is. Ze herhaalt dat er nog veel werk aan de winkel is om partners te helpen om in alle rust en kalmte verschil in visies op te lossen. Maar wie helpt? De vakvereniging benadert vooral het economische van het bedrijf. Niet dat dat niet nodig is, maar er is meer nodig. Mensen weerbaar maken tegen stress, tegen onrechtvaardigheden, tegen de stoutste wezels die altijd de beste eieren zuipen, tegen zichzelf.

Goed advies.
Wie heeft en geeft dat? Velen hebben hùn goed advies. Wie geeft neutraal en objectief advies? Wie helpt de drie kanten van de medaille te zien? Wie leert een mens weerbaarder te maken in die ingewikkelde wereld van reglementen en verborgen agenda’s?

Campagnes over zelfmoordpreventie?

Ja, dat zijn mooie initiatieven. Campagnes als “4 voor 12” zijn nodig. Het komt er inderdaad op aan de signalen te zien: verandering in gedrag, verandering in emoties, vereenzamen en zeggen dat het niet goed gaat. Ik zag ze bij mijn broer. Maar hoe begin je dan te helpen? Er over praten zegt de campagne en samen op zoek gaan naar hulp. Hoe ga je het gesprek aan? Leer het. We moeten terug leren praten. In de ledenvereniging, in de hobbyclub, onder lotgenoten.
Nancy is opgelucht. Zij kon erover praten. Voor haar broer was het jammer genoeg te laat.