Zot van (‘t) Boeren – artikelenreeks 3 – najaar 2017 – artikel “Doe je mee”

Van 1 tot 10 oktober vindt de tiendaagse van de geestelijke gezondheid plaats.
De Vlaamse overheid neemt het voortouw en ze nodigt iedere Vlaming uit om mee te doen.

We vroegen Jan of hij wou meedoen.

Zeg Jan, doe je mee?

Waarom zou ik? Ik heb het al druk genoeg om mij nog eens met zo’n prutsen bezig te houden. Trouwens, wat is dat eigenlijk “geestelijk” gezond zijn? Is het niet voldoende misschien om te zorgen dat ik gewoon gezond ben. Dat mijn lijf en leden meekunnen op de momenten dat ik het wil. En als er iets scheelt, dan zal ik wel wat op mijn tanden bijten. De pijn zal wel overgaan. Pil pakken. En in hoogste nood zal ik naar de dokter gaan. Of nog beter, ik bel hem op dat hij zelf komt. ’t Wordt toch allemaal terugbetaald. Daarvoor dienen toch die sociale bijdragen, niet?

Zeg het mij, wat is dat “geestelijk” gezond zijn?

Is dat misschien zorgen dat je ze alle vijf op een rij hebt? Buur Vic zit nog altijd vast in zijn hoofd. Dat duurt nu een jaar en hij geraakt er niet uit. Hij beslist niet en niets. Zijn vrouw mag het bekopen. Hoe is dat toch allemaal zo ver kunnen komen? Ook Nick is zo iemand. Als het bij hem mis gaat, dan is het altijd de schuld van een ander. Nick is niet in staat te denken dat het misschien wel aan zichzelf kan liggen. Maar eerlijk, soms heeft hij wel gelijk, in de boerenstiel ben je serieus afhankelijk van dingen die je niet in de hand hebt. Ligt het niet aan ’t weer dan zijn het de prijzen. Maar dat is het leven toch, niet? Geestelijk gezond zijn en blijven is niet anders dan wél kunnen leven met de stress en de beslommeringen. Het is niet anders dan niet jaloers zijn op de stoutste wezels die de beste eieren zuipen. Je kent ze wel, die mannen die de mythe in stand houden dat de boer boven wet en reglement staat. Ze stoefen dat zij mogen doen wat ze willen maar ze zeggen achteraf niet hoeveel boete ze betaald hebben. Maar alle gekheid op een stokje, geestelijk gezond blijven. Laat het ons eens tien dagen proberen.

Zondag 1 oktober

’t is zondag! Ik haal eens van die lekkere pistolets van bij bakkerin Katrien. En weet je wat? Ik ga er eens om met de fiets. Zo ’s morgens om 8 uur. Dan snuif ik bij het fietsen die frisse lucht op. Ik kan ondertussen de maïs van de buur bewonderen. Dikke kolven! Hij heeft geluk gehad. Ik niet. Niet getreurd, volgende keer is het andersom. Aan het ontbijt blijf ik eens een kwartuurtje langer keuvelen met Anneke. Ja, ik zeg ze eigenlijk veel te weinig dat ik ze graag bij mij heb.

Maandag 2 oktober
“Vandaag ben ik weer een dag jonger dan morgen” zei Karel Jonckheere, de schrijver. Ja, hij heeft gelijk. Misschien moet ik met deze blijde boodschap alle tegenslagjes van vandaag proberen te verwerken.

Dinsdag 3 oktober

Weet je wat? Ik begin eraan. Ik had al lang moeten beginnen aan een maandelijks overzicht van inkomsten en uitgaven. Zo zal ik langer op voorhand de problemen zien komen. Zo zal ik langer op voorhand ook een oplossing zien te verzinnen. Een halfuurtje langer blijf ik aan mijn bureau, meer niet.

Woensdag 4 oktober
Ik zal zeker bellen naar Pol, mijn adviseur. Ja, ik doe het. Ik zal proberen zijn insteek te snappen. Ik weet dat hij een aantal verrassende scenario’s zal voorstellen over de richting die ons bedrijf zou kunnen volgen. Maar ikzelf durf er niet aan te denken. Hij heeft veel ervaring. Hij zal zeker oplossingen voorstellen die ik niet verwacht maar ik hoop dat het een pak van mijn hart zal zijn. Alles op een rij. Dat is nodig. Dan kan ik met frisse moed de andere uitdagingen aan.

Donderdag 5 oktober
Ik zie veel koppels sukkelen. Ik zou graag helpen. Maar je kunt niet alles ter harte nemen. Maar vandaag zal ik met opzet eens passeren bij Ria en Dirk. Ik zal “ja” zeggen als ze vragen of ik een koffie wil drinken, ook al weet ik dat er betere koffie bestaat. Ik zal tijd maken om te luisteren. Meer kan ik niet doen. Zij zullen er deugd aan beleven en ik krijg er een goed gevoel bij.

Vrijdag 6 oktober
Ja, ik ga dan toch naar de vergadering. Ze doen soms zo moeilijk en ze maken het soms zo ingewikkeld. Maar dit mag mij niet tegenhouden om te gaan. Ik ga om Piet, Marc en Klein Lowietje te zien. Dat zijn nog mannen met een frisse kop. Ik kan er veel van leren.

Zaterdag 7 oktober
Een dag om op te kuisen. Ik zal ook Anneke helpen om die verlepte bloemen uit de potten te halen. Ik wil niet dat een toevallige bezoeker moet denken dat we geen tijd hebben om ons bedrijf proper te houden. Het is bovendien iets anders dan altijd de stallen uit te kuisen. Het is leuk wat anders te doen. Het frist op. Weet je wat, als dat gedaan is gaan we samen pannenkoeken eten. En jij nu?

Zondag 8 oktober
Terug ochtendpistolets?
Nee, we rijden deze keer naar de kust. Ik trek mij niets aan van wat de buren zeggen. Ik hoor het al “Zijn die alweer weg?”. Het kan mij niet schelen. De zeelucht doet deugd. Niemand pakt mij dat af.

Maandag 9 oktober
Vanavond zal ik eindelijk eens proberen om me voor te bereiden op een goeie slaap. De laatste maanden zit ik veel te veel en veel te laat te zoeken naar alle nodige informatie om de puzzel samen te leggen. Ik word daar zo zenuwachtig en onrustig van. Ik leg mij in bed en een half uur later moet ik er terug uit. Ik las laatst dat je je hersenen niet moet overladen voor je naar bed gaat. Ik zal het nu zeker proberen om goed te slapen.

Dinsdag 10 oktober
Fel Femke, de charmante vertegenwoordiger van de voederfirma komt langs. Neen, beste Femke, je moet niet aandringen. Ik zal niet ingaan op je aanbod voor een nieuwe stal. Ik ga me niet nog méér uit de naad werken. We gaan dimmen. Ik stel me tevreden met wat ik heb. Neen, je moet niet wijzen naar mijn buur die wél een stal zal zetten. Neen dank u!

Jan Pietlut.