Wat houtkant voor akkerbouwer kan betekenen? Snippers!

In Zuid-Limburg vormen het steeds dalende koolstofgehalte en de hoge erosiegevoeligheid van de glooiende leemgronden een probleem. Soms kan je het ene probleem met het andere – achterstallig beheer van houtkanten op het platteland – oplossen. Agrobeheercentrum Eco² en de Bodemkundige Dienst van België kwamen namelijk op het idee om het restafval van houtkantenbeheer, het takkenhout, te versnipperen en als bron van organisch materiaal onder te werken op de akkers. De vermeende positieve effecten (o.a. bodemvruchtbaarheid en -structuur) zijn niet min, en in demoproeven maken de houtsnippers dat meteen ook waar.

In het kader van het PDPO-Leaderproject ‘Koester de Koolstof’ onderzochten de Bodemkundige Dienst van België (BDB) en Agrobeheercentrum Eco² de effecten van de toediening van takkenhoutsnippers op akkers. Bij de start van het project in 2016 hoopten ze op volgende positieve effecten: verhoogde en versnelde organische-stofopbouw, stimulatie van het bodemleven, verbetering van de bodemstructuur, vermindering van de nitraatresidu's, … Bovendien draagt de techniek bij tot een maximale valorisatie van biomassa uit het landschap. Redenen genoeg om de techniek ook in Vlaanderen eens in de praktijk te testen en te demonstreren.

In demoproeven te Tongeren, Hoeselt, Gingelom en Voeren werden takkenhoutsnippers afkomstig van houtkantenbeheer in het najaar oppervlakkig ingewerkt in de bodem. Dat gebeurde met grote dosissen houtsnippers van 80 of 150 m³ per hectare. Daarna werden verschillende vlinderbloemige en niet-vlinderbloemige groenbedekkers ingezaaid, gevolgd door een niet-kerende grondbewerking en een voorjaarsteelt: suikerbieten, cichorei of maïs. Zowel bodem- als gewaskenmerken werden intensief opgevolgd om eventuele (gunstige en ongunstige) effecten in kaart te brengen.

Drie van de vier demopercelen vertoonden al na twee jaar een zichtbare trend naar een hoger organische-stofgehalte in de stroken waar houtsnippers werden toegediend. Andere positieve effecten die de onderzoekers opmerkten, hebben te maken met de bodemstructuur en -waterhuishouding en de erosiegevoeligheid. Ondanks een (beperkte) afname van de minerale stikstof in het eerste groeiseizoen na toediening werden geen negatieve effecten op de gewasopkomst en -opbrengst vastgesteld. Meer nog, de tijdelijke immobilisatie van stikstof had als positief effect een lager nitraatresidu in het eerste jaar na toediening. Als indicator voor het bodemleven werden regenwormen gebruikt. Hun aantal was significant toegenomen in de perceelstroken met houtsnippers.

Voor de landbouwers die nu zelf aan de slag willen gaan met houtsnippers, merken Mia Tits (BDB) en Leen Vervoort (ABC Eco²) op dat enkel bedrijfseigen houtsnippers en houtsnippers van duurzaam beheerde houtkanten toegediend mogen worden op landbouwpercelen. Het versnipperd snoeiafval dat je op ieder containerpark vindt, voldoet niet aan deze voorwaarden. Een landbouwer mag het daar niet gaan halen want het wordt als afval beschouwd en vereist daarom een grondstoffenverklaring. Toedienen van houtsnippers gebeurt bij voorkeur in het najaar, gevolgd door een oppervlakkige niet-kerende bodembewerking en het inzaaien van een groenbedekker. Qua dosering wordt eenmalig 150 m³ per hectare voorgesteld. Naargelang het droge-stofgehalte is dat zo’n 40 ton. Na drie à vier jaar kunnen er opnieuw houtsnippers op het perceel gebracht worden aan een lagere dosering.

Bron: Vilt, 21 februari 2019