Akkervogels varen wel bij beheerovereenkomsten

Voor een vette hap zijn veldleeuwerik, gele kwikstaart en andere akkervogels in de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) aan het goede adres. In tegenstelling tot de gangbare landbouwteelten worden er in de graskruidenstroken, vogelakkers en kruidenrijke graslanden namelijk nog wel veel sprinkhanen, kevers en andere voedselbronnen aangetroffen. Dat bewijzen de eerste resultaten van een studie van de Universiteit Hasselt in samenwerking met de Limburgse Koepel voor Natuurstudie (LIKONA).

Door het sluiten van een beheerovereenkomst met VLM creëren landbouwers in ruil voor een jaarlijkse vergoeding een natuurvriendelijker landbouwlandschap. De maatregelen die ze uitvoeren dragen onder meer bij aan erosiebestrijding, de bescherming van akker- en weidevogels en de buffering van kwetsbare landschapselementen.

Om de effectiviteit van deze beheerovereenkomsten voor akkervogels aan te tonen, liet de VLM de Universiteit Hasselt en LIKONA een onderzoek uitvoeren. Gedurende drie broedseizoenen (2018 tot 2020) brachten ze in Leefdaal (Vlaams-Brabant) en De Moeren (West-Vlaanderen) de voedselvoorziening en de nestgelegenheid voor vier akkervogelsoorten in kaart: de veldleeuwerik, de gele kwikstaart, de geelgors en de patrijs.

Uit dat onderzoek blijkt nu dat zowel de diversiteit aan insecten als de aantallen hoger zijn in de beheerovereenkomsten dan in andere gewassen. In sommige gewassen zoals graan, grasklaver en raaigras wordt dan wel bijna dezelfde hoeveelheid insecten aangetroffen, maar het gaat dan om kleine insecten die vermoedelijk geen deel uitmaken van het akkervogeldieet, zoals vliegjes en muggen. Voor larven, rupsen, sprinkhanen, kevers en spinnen moeten akkervogels foerageren in de beheerovereenkomsten, zo toont de studie aan. Ook uit observaties en camerabeelden bleek dat veldleeuweriken en gele kwikstaarten de voorkeur geven aan dit ‘stapelvoedsel’.

Het vaakst blijken akkervogels op zoek te gaan naar voedsel in beheerovereenkomsten met een minder dichte vegetatie en meer open structuur. Vooral gele kwikstaarten en veldleeuweriken kunnen zich daarin beter verplaatsen. Nestelen doen ze dan weer voornamelijk in wintertarwe- en aardappelvelden. Vervolglegsels worden ook in beheerovereenkomsten, zoals grasstroken en zomergranen gevonden.

De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat beheerovereenkomsten voor akkervogels lonen. In goed gekozen gebieden streeft VLM er naar om 8 tot 10 procent van de landbouwoppervlakte akkervogelvriendelijk aan te leggen met behulp van beheerovereenkomsten. Het soortenbeschermingsplan grauwe kiekendief heeft bijzondere aandacht voor gebiedscoördinatie, met ruimte voor het motiveren en enthousiasmeren van landbouwers, vernieuwende opvolgings- en monitoringstechnieken en het verkennen van nieuwe maatregelen. Die aanpak stemt volgens VLM hoopvol en is ook voor andere akkervogels interessant.

Tegelijk wijst het onderzoek van UHasselt en LIKONA erop dat beheerovereenkomsten alleen niet zullen volstaan om de afname van de akkervogelpopulatie in Vlaanderen te stoppen. Ook de landbouwpraktijk zelf en permanente structuren in het landschap zoals heggen, houtkanten en zandwegen spelen een belangrijke rol.

Meer dan 3.800 landbouwers hebben vandaag een of meerdere beheerovereenkomsten met VLM lopen, goed voor ruim 12.000 hectare landbouwgrond. Vooral de akkervogelmaatregelen worden breed ingezet en omvatten 4.000 hectare. Dat is nodig want de populatie akkervogels is de laatste decennia sterk afgenomen.

Bron: VILT, 25 mei 2020