Haspengouw sensibiliseert boeren rond gewasbescherming

Efficiënt gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat hoog op de agenda van de Plaatselijke Groep Haspengouw. “Het toepassen van nieuwe technieken en inzichten levert ons milieu maar ook de landbouwer voordeel op”, benadrukt gedeputeerde Inge Moors. “Die zal bij minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heel wat kunnen besparen”. Dit project is een van de vijf investeringsprojecten voor het platteland die samen goed zijn voor een half miljoen euro.

In het project ‘Minder gewasbeschermingsmiddelen in de beek? Het kan.’ wil Proefcentrum Fruitteelt de problematiek rond gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater aanpakken. Het project richt zich specifiek op lokale puntvervuiling en spuitdrift. Met het project wordt 230.000 euro, waarvan 149.000 euro cofinanciering, geïnvesteerd om de waterkwaliteit te verbeteren. Via demonstraties van onder andere de biofilter en een mobiele vul- en spoelplaats worden fruitboeren en akkerbouwers geïnformeerd en gesensibiliseerd. Verder wordt het een efficiënter gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het verminderen van driftreductie door geavanceerd boomgaardspuiten behandeld. Ook de mate waarin voorbehandeling van de spuitoplossing, de efficiëntie kan verbeteren wordt onderzocht. “Het toepassen van nieuwe technieken en inzichten levert ons milieu maar ook de landbouwer voordeel op. Die zal bij minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heel wat kunnen besparen”, benadrukt gedeputeerde Inge Moors. De andere vier projecten draaien rond waterbeheer, een belevingsvol buurtplein, een educatief project rond fruit en bodembeheer. Zo zal het Limburgse praktijkcentrum voor de akkerbouw PIBO-campus in het project C-klimaat landbouwers dan weer sensibiliseren rond een goed bodembeheer. Het project, goed voor 106.000 euro investeringen waarvan 69.000 euro cofinanciering, reikt hiervoor technieken rond precisielandbouw aan en technieken die bijdragen aan het behalen en het behoud van een goed koolstofgehalte. Eén daarvan is het variabel toedienen van compost rekening houdend met de variatie in organische stof binnen een perceel. Hiervoor worden verschillende demopercelen aangelegd zodat landbouwers met eigen ogen de resultaten hiervan zien en deze technieken kunnen beoordelen. “Bodems met een goede bodemkwaliteit zijn veerkrachtiger en beter bestand tegen klimaatverandering, nutriëntenverliezen, ...”, aldus Moors. “Het belang van een goed bodembeheer en een goed koolstofgehalte beperken zich dus niet tot de landbouw”.

Bron: VILT