Landbouwers helpen zeldzame knoflookpad heropleven

In enkele poelen in Peer gaat het iets beter met de zeer zeldzame knoflookpad. Dat doen recente waarnemingen van vele larven vermoeden. “De heropleving van de knoflookpad is te danken aan de inspanningen van de lokale landbouwers”, zegt de Vlaamse Landmaatschappij. “Zij houden de poelen open, zaaien speciale grasmengsels in op de percelen rond de poelen en maaien enkel in periodes dat de knoflookpad onder de grond zit.” Ook maatregelen uitgevoerd binnen de VLM-beheerovereenkomsten dragen bij tot betere overlevingskansen van de knoflookpad.
 

De knoflookpad is een van de meest bedreigde amfibiesoorten in ons land. Ze komt momenteel nog maar op twee plaatsen voor in de provincie Limburg, waaronder Peer. Ze planten zich voort in iets diepere en voedselrijkere poelen, gaan op zoek naar insecten in de omgeving van de poel en graven zich in in omgewoelde akkers en groentetuinen. “Om de populatie knoflookpad in Peer te behouden is de samenwerking met de Peerse landbouwers noodzakelijk”, klinkt het.

Met de hulp van de landbouwers kunnen de knoflookpadden zich voortplanten, vinden ze voedsel en kunnen ze zich ingraven en ongestoord overwinteren. De stad Peer, de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Agentschap voor Natuur en Bos, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en enkele lokale natuurliefhebbers ondersteunen de landbouwers die de knoflookpad een handje willen helpen. Ook andere amfibiën van de inspanningen die landbouwers leveren. “We telden ook veel larven van de rugsstreeppad, de alpenwatersalamander en de kleine watersalamander”, laat VLM weten.

Maatregelen binnen beheerovereenkomsten voor een specifieke soort zijn dus ook goed voor andere soorten. “Landbouwers kunnen met ons een beheerovereenkomst sluiten voor de teelt van een zaadleverend voedselgewas”, zegt VLM. “Naast de zaden van bijvoorbeeldtarwe of boekweit, trekt de variatie aan andere kruiden in het grasmengsel veel insecten aan. Deze insecten zijn het voedsel voor akkervogels, muizen én de knofloopad.”

Bron: Vilt, 13 juli 2018