"Netwerk van beheerovereenkomsten boekt betere resultaten"

Via beheerovereenkomsten waken landbouwers mee over de kwaliteit van de Vlaamse natuur en landschappen. In het Dijleland doen ze dat niet elk apart maar in een netwerk: “Door maatregelen te combineren en op elkaar af te stemmen, behalen we betere resultaten.”

Beheerovereenkomsten worden in heel Vlaanderen ingezet om natuur- en omgevingsdoelen te realiseren in landbouwgebied. Afhankelijk van de gekozen maatregelen krijgen landbouwers jaarlijks een beheervergoeding uitbetaald. Landbouwbedrijven beslissen zelf of ze in een beheerovereenkomst willen stappen, na advies door een bedrijfsplanner van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). “Door maatregelen op elkaar af te stemmen, behalen we betere resultaten”, legt bedrijfsplanner Rauwerd Roosen uit.

“Eén locatie is vaak geschikt om meerdere doelen te realiseren. Zo kunnen maatregelen tegen erosie en maatregelen voor akkervogelbescherming op dezelfde plaats met dezelfde graskruidenstroken gerealiseerd worden. Omgekeerd kunnen we verschillende maatregelen tegen erosie combineren om betere resultaten voor akkervogels te behalen.”

Niet zomaar een grasstrook

Rauwerd brengt de theorie in de praktijk in het Dijleland tussen Brussel en Leuven. Die regio wordt gekenmerkt door uitgestrekte landbouwlandschappen, veel reliëf en veel kleine landschapselementen zoals holle wegen en houtkanten. “In grote lijnen sluiten we in het Dijleland beheerovereenkomsten in functie van drie doelen”, aldus Rauwerd. “We nemen maatregelen tegen erosie, we geven akkervogels meer kansen en we beschermen kwetsbare elementen zoals holle wegen of waterlopen tegen de impact van landbouwactiviteiten.”

“Veel van die maatregelen kunnen op dezelfde oppervlakte gerealiseerd worden. Als een landbouwer onderaan een helling bijvoorbeeld grasstroken aanlegt om erosie tegen te gaan en modder op te vangen, kan hij die stroken ook inzaaien met een gevarieerd gras- en kruidenmengsel. Via een aangepast maaibeheer bieden de stroken nest- en schuilplaatsen en insecten voor akkervogels. Dezelfde aanpak is mogelijk op bufferstroken naast waterlopen en holle wegen, waar geen meststoffen of gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden.”

Geïntegreerde aanpak

Hoewel beheerovereenkomsten vrijwillige maatregelen zijn, streeft de VLM naar een overkoepelende, gebiedsgerichte aanpak. In het Dijleland hebben al heel wat landbouwers zich geëngageerd, aldus Rauwerd Roosen. “Een mooi voorbeeld van zo’n samenwerking vinden we in Bertem. Daar legde de gemeente een paar jaar geleden een erosiebekken aan: een laagte in het landschap, gecombineerd met een dijk, waar water en modder worden tegengehouden. Om te vermijden dat de gemeente het bekken om de haverklap moet ruimen, hebben verschillende landbouwers bovenstrooms graskruidenstroken aangelegd. Zo blijft de waardevolle landbouwgrond op de akkers en vloeit er minder modder naar het erosiebekken.”

“Aanvankelijk ging het om klassieke grasstroken die gewoon gemaaid en bemest mochten worden. Intussen zijn bijna alle beheerovereenkomsten geëvolueerd naar gras- en kruidenstroken met een ecologisch beheer, waarbij het maaien gefaseerd gebeurt. Zo richten we extra leefgebied in voor akkervogels en andere soorten. De combinatie van geïntegreerde maatregelen en samenwerking tussen landbouwers is een succes gebleken: de akkervogelpopulatie heeft betere overlevingskansen en het erosiebekken moet minder vaak geruimd worden.”

Bron: Buitenkans - december 2019