Succesverhaal van diepvriesgroenten uit West-Vlaanderen

De diepvriesgroente-industrie is een jonge bedrijfstak die in België vanaf de jaren '70 een spectaculaire ontwikkeling kende. "Een nauwe wisselwerking tussen landbouw, groentegroothandel en industrie is het concept voor een ongeziene economische dominantie", schrijft Brecht Demasure van het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) in 'Het Virtuele Land', de erfgoedbank voor landbouw, platteland en voeding.

 

Door de crisis in de vlasnijverheid vanaf 1955 vervingen boeren in Midden-West-Vlaanderen vlas en andere nijverheidsteelten door intensieve groenteteelt en champignonkweek. Vanaf het midden van de jaren '60 waagden de eerste West-Vlaamse ondernemers zich op de diepvriesgroentemarkt. André Dejonghe richtte in 1965 samen met zijn broers Georges en Frans in Westrozebeke Pinguïn op.

Spoedig ontstonden nog andere familiale diepvriesbedrijven in Roeselare, Ardooie, Staden, Westrozebeke, enz. De meeste hadden al ervaring in de groentegroothandel of conservenindustrie. In 1975 waren er vier diepvriesbedrijven, in 1980 negen en in 1985 al 14. Tegenwoordig zijn er in de regio zo’n tiental bedrijven actief. De sector is bijna volledig in handen van enkele families uit de plattelandsregio rond Roeselare.

Amper een tiental jaren na het ontstaan van deze nieuwe industrietak, domineerde West-Vlaanderen de hele sector. In 1984 werd meer dan 85 procent van de Belgische productie gerealiseerd in de kustprovincie. Met een totale productie van 123.000 ton en een omzet van 2,6 miljard Belgische frank (65 miljoen euro) waren de West-Vlaamse producenten toen samen even groot als tweederde van de totale Franse productie.

In 2005 verwerkten de diepvriesondernemingen groenten afkomstig van meer dan 50.000 hectare landbouwgrond. Hiervan was meer dan 35.000 hectare afkomstig uit België, waarvan de helft uit West-Vlaanderen. De teelten die uit het buitenland komen, zijn hoofdzakelijk erwten (7.500 hectare) en bonen (3.500 hectare) uit Frankrijk en wortelen (1.000 hectare) uit Nederland. Ook de verwerkte aardappelen zijn afkomstig van landbouwbedrijven uit de streek.

Omdat de binnenlandse markt voor diepvriesgroenten heel bescheiden is, moet de Belgische diepvriesindustrie haar producten in het buitenland slijten. Het exportvolume steeg van 294.300 ton in 1990 naar 987.300 ton in 2005 (of zo’n 235%). De uitvoer had een waarde van ongeveer 788 miljoen euro. Meer dan 90 procent wordt binnen de Europese Unie afgezet.

Bron: Vilt, 21 mei 2012

Klik hier om het artikel te raadplegen op Vilt.