BO Soortenbescherming

Overal in Europa is er een sterke achteruitgang merkbaar van traditionele vogelsoorten uit landbouwgebieden. De intensifiëring van de landbouw is hier niet vreemd aan. Efficiënter oogsten zorgt er bijvoorbeeld voor dat er minder oogstresten op de velden blijven liggen waardoor het voedselaanbod voor de akkervogels, zoals een veldleeuwerik of patrijs, kleiner wordt. Het gebruik van herbiciden en insecticiden zorgt er zowel onrechtstreeks als rechtstreeks voor dat insecten verdwijnen en ook hierdoor wordt aan de voedselvoorraad van de vogels geraakt.

Weidevogels, zoals de grutto en tureluur, slagen er steeds minder in om hun legsels met succes uit te broeden en om vliegvlugge jongen voort te brengen. Dit heeft o.a. te maken met het gebrek aan voedsel maar ook met het verlies van hun broedareaal door dat bv. grasland wordt omgezet in akkerland.

Een andere diersoort op onze akkers die de voorbije decennia sterk achteruitging, is de hamster.

In de periode 1998-2002 waren er in Vlaanderen maar vier relatief geïsoleerde gebieden waar men de hamster kon terugvinden. De maatregelen die moeten worden genomen om dit knaagdier terug op onze akkers te krijgen, zijn enerzijds het voorzien in voldoende voedsel en anderzijds ervoor zorgen dat de hamsters voldoende dekking hebben en dat hun burchten niet vernield worden door landbewerkingen.

Zowel voor akkervogels, weidevogels als voor hamsters wordt er met pakketten gewerkt die verschillend zijn voor akkerland en grasland. De steunbedragen zijn pakketafhankelijk.

Contact:
Vlaamse Landmaatschappij, Afdeling Platteland
Gulden-Vlieslaan 72, 1060 Brussel
Tel. 02 543 72 62
e-mail: liesbeth.dhont@vlm.be