VLM blikt terug op beheerovereenkomsten tijdens PDPO II

Anno 2013 hebben 3.855 landbouwers één of meerdere beheerovereenkomsten lopen bij de Vlaamse Landmaatschappij. De voornaamste inspanningen die zij in dat kader doen, zijn een verminderde bemesting op bijna 15.500 hectare en niet-kerende grondbewerking op 4.190 hectare. Beheerovereenkomsten zorgen ook voor de aanleg of het beheer van 1.137 hectare perceelranden natuur, 939 poelen en 459 km hagen.

In een voortgangsrapport dat rijkelijk gestoffeerd is met cijfers, beeldmateriaal en interviews met de plaatselijke betrokkenen, blikt de Vlaamse Landmaatschappij terug op de beheerovereenkomsten tijdens de tweede programmaperiode voor plattelandsontwikkeling (2007-2013).

Sinds 2000 kunnen landbouwers beheerovereenkomsten sluiten met VLM. In ruil voor een financiële vergoeding leveren zij op die manier vrijwillig extra inspanningen voor de kwaliteit van natuur, landschap en milieu. In april 2013 werd een totaal bedrag van 12 miljoen euro aan vergoedingen uitbetaald. Meer dan de helft van dit bedrag (54,1%) werd besteed aan de beheerovereenkomst water. Het budget ging verder vooral naar persceelrandenbeheer (14,9%), kleine landschapselementen zoals poelen en hagen, erosiebestrijding en soortenbescherming.

Een vrijwillige gebiedsgerichte aanpak en een integrale benadering van de beheerovereenkomsten zijn uitermate belangrijk. Dat illustreert het rapport aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden, waaronder een akkervogelproject in Zuid-Hageland en een weidevogelproject in de vallei van de Zwarte Beek. Samenwerking en vertrouwen, zowel met partners als tussen landbouwers onderling, zijn sleutelwoorden. Dat blijkt ook uit het praktijkvoorbeeld over het onderhoud van kleine landschapselementen door de Agrobeheersgroep Dijleland.

Voorts worden in het rapport de resultaten toegelicht van een bevraging van landbouwers over beheerovereenkomsten. Daaruit blijkt duidelijk dat landbouwers de dienstverlening aangeboden door de bedrijfsplanners van de VLM sterk op prijs stellen. Begeleiding van landbouwers bij de uitvoering van hun beheerovereenkomst draagt bovendien bij tot betere resultaten op het terrein.

De negatieve perceptie in landbouwkringen dat boeren die beheerovereenkomsten sluiten 'te groen' zijn, is aan het veranderen. Nog altijd actueel, hoewel de bevraging van de zomer van 2010 dateert, is het zeer grote belang dat landbouwers aan rechtszekerheid hechten. Twijfel over een eventuele bestemmingswijziging van gronden doet landbouwers er soms voor terugdeinzen om een beheerovereenkomst te sluiten. Ook de financiële vergoeding - beheerovereenkomsten zijn een vast onderdeel van het inkomen - is van doorslaggevend belang om landbouwers te overtuigen.

Het project SOLABIO (SOorten en LAndschappen als dragers van BIOdiversiteit), uitgevoerd in 2009-2011, komt verder in het rapport aan bod. In dat project stonden het experimenteren met en het evalueren van de huidige beheerovereenkomsten centraal. Samen met de bedrijfsplanners van VLM voerden meer dan 30 landbouwers experimenten uit op het terrein. Dat waren pioniers, mensen waarvan de VLM op voorhand weet dat ze ervoor openstaan, maar via demonstraties bereikte men ook anderen. Dat bleek heel duidelijk uit de interesse die plots groeide voor bloemenrijke akkerranden.

 

Bron: Vilt, 29 januari 2014