VLM staat stil bij correct uitvoeren beheerovereenkomst

Landbouwers lopen al eens vergoedingen voor beheerovereenkomsten mis door het verkeerd invullen van hun aanvraag of door het onvolledig of niet correct opvolgen van de maatregelen van de beheerovereenkomst. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) staat stil bij de meest voorkomende onjuistheden die gesignaleerd worden via terreincontroles. Dit moet landbouwers in staat stellen om fouten te vermijden.

Door administratieve controles en terreincontroles zorgt de Vlaamse overheid ervoor dat aan alle voorwaarden van de beheerovereenkomst wordt voldaan. Op die manier worden niet alleen de natuur- en milieudoelstellingen van de beheerovereenkomst gehaald, maar krijgt de landbouwer ook de vergoeding waar hij werkelijk recht op heeft.

Landbouwers die een beheerovereenkomst hebben gesloten, kunnen geselecteerd worden voor een terreincontrole. 268 landbouwers die een beheerovereenkomst sloten met VLM, werden in 2010 gecontroleerd op het terrein. Bij ongeveer 40 procent van de landbouwers met een overeenkomst gesloten tussen 2000 en 2006 werd vastgesteld dat niet aan alle contractvoorwaarden werd voldaan. Voor de landbouwers met een overeenkomst gesloten vanaf 2008 is dit circa 34 procent.

Het niet of niet correct bijhouden van de bemestingsregisters bij de beheerovereenkomst Water is één van de meest voorkomende onjuistheden. Het bemestingsregister is een hulpmiddel om zicht te krijgen op de invloed van de uitgevoerde bemesting op het nitraatresidu dat zich in de bodem bevindt in het najaar. Het bemestingsregister laat eveneens toe na te gaan of de verminderde bemesting, overeengekomen in de beheerovereenkomst, niet overschreden wordt.  Het register moet op elk moment kunnen voorgelegd worden bij een terreincontrole.

De totale oppervlakte onder beheerovereenkomst Water bedraagt ongeveer 29.000 ha. In de loop van 2010 werd voor een oppervlakte van bijna 3.600 ha nagegaan of de voorwaarden overeengekomen in de beheerovereenkomsten werden nageleefd (ongeveer 12,5% van de totale oppervlakte). Tien procent van de gecontroleerde oppervlakte werd niet uitbetaald omwille van onjuistheden (of 1,3% van de totale oppervlakte onder beheerovereenkomst).

In de beheerovereenkomst wordt bepaald voor welke oppervlakte het beheerpakket toegepast zal worden. Door middel van een terreincontrole gaat men na of het object beantwoordt aan de opgegeven oppervlakte. Percelen waarvan blijkt dat de intekening niet overeenstemt met de reële situatie, worden  na de terreincontrole doorgegeven aan het Agentschap voor Landbouw en Visserij om op te meten. Om sancties of kortingen te vermijden, is het dus van belang om de overeengekomen afmetingen of oppervlaktes in de beheerovereenkomst te respecteren. Landbouwers kunnen steeds terecht bij de VLM-bedrijfsplanners met vragen rond de praktische uitvoering van de beheerovereenkomst.

Voor bepaalde beheerpakketten – andere dan de beheerovereenkomst water - worden specifieke voorschriften overeengekomen die een bepaalde milieu- of natuurdoelstelling ondersteunen. Niet alle landbouwers hebben in 2010 de beheervoorschriften nageleefd. Zo mag de perceelsrand pas gemaaid worden vanaf 16 juni of het maaisel moet binnen de 15 dagen afgevoerd worden. De randen moeten voor de volledige duur van de beheerovereenkomst (vijf jaar) aanwezig zijn.

Een perceel met beheerovereenkomst Weidevogelbeheer mag niet begraasd of gemaaid worden tussen 1 april en 15 juni. Kleine landschapselementen moeten correct beheerd worden: een poel mag niet dichtgroeien, gaten in heggen of hagen moeten gedicht worden. Aanplantingen van kleine landschapselementen dienen tijdig te gebeuren.

Het totaal aantal objecten waarvoor een vaste beheerovereenkomst soortenbescherming, perceelsrandenbeheer, erosiebestrijding, beheer van kleine landschapselementen of botanisch beheer werd gesloten, bedraagt momenteel ongeveer 15.000. In de loop van 2010 werd voor bijna 1.450 vaste beheerovereenkomsten nagegaan of de afspraken werden nagekomen (9%). In 196 gevallen werd vastgesteld dat de overeengekomen afspraken niet werden nageleefd (dat is 13,7% van het aantal gecontroleerde objecten of 1,3% van het totaal aantal vaste objecten).

Bron: Vlaams infocentrum land- en tuinbouw