Leader-steun voor nabijheidseducatie op het platteland

De plaatselijke groep Kempen-Maasland heeft reeds 20 succesvolle Leader-projecten gerealiseerd. Daar komen nog twee projecten bij die inzetten op actieve natuur- en landschapszorg en het verkleinen van de kloof tussen landbouwer en plattelandsgebruiker. Nabijheidsboerderijen worden nog beter ondersteund, het Plattelandscentrum wordt verder uitgebreid en er komt een regionaal overlegplatform voor de bestrijding van exoten.

 

Leader maakt deel uit van het Europees landbouwbeleid en staat dankzij de bottom-up-werking dichtbij lokale plattelandsactoren. “Leader investeert via twee nieuwe projecten een bedrag van 599.000 euro op een totale projectkost van 921.000 euro”, zegt Marc Vandeput, gedeputeerde van Landbouw en plattelandsontwikkeling in Limburg. “De provincie neemt het grootste deel van de steun, namelijk 220.000 euro, voor zijn rekening. De overige steun is Vlaamse en Europese cofinanciering.”

Cofinanciering ter waarde van 301.000 euro gaat naar het Plattelandseducatief Netwerk Kempen&Maasland. Het project wil het brede publiek de kans bieden om via persoonlijk contact kennis te maken met de hedendaagse landbouwpraktijk. Het Plattelandseducatief Netwerk zet volop in op nabijheidseducatie. Scholen krijgen de kans om een bezoek te brengen aan één van de 45 nabijheidsboerderijen. De ontwikkeling van een pret- en leerpakket moet dit aantal nog doen toenemen.

De begeleiding van zowel landbouwers als leerkrachten maakt ook deel uit van het project. De bestaande plattelandspaden worden verder gepromoot en ook het Plattelandscentrum wordt verder uitgebouwd door onder meer educatieve initiatieven en workshops te organiseren en de tentoonstelling ‘Bazaar Kastaar’ uit te breiden.

Ook de bestrijding van uitheemse planten en dieren kan op 298.000 euro cofinanciering rekenen. Bestaande initiatieven staan los van elkaar zodat de bestrijding geen blijvend gevolg kent. De oprichting van een regionaal overlegplatform moet dit verhelpen. Naast bestrijding is ook nazorg een belangrijk luik binnen het project. Daarom worden na de bestrijding inheemse soorten aangeplant. Tot slot wil dit project ook omwonenden en belangengroepen sensibiliseren door kennis uit te dragen tijdens leermomenten.

Bron: Vilt, 7 juni 2012