Meer dan miljoen euro voor Limburgs plattelandsbeleid

In het kader van het Europees plattelandsprogramma Leader werden acht Limburgse projecten goedgekeurd, goed voor een totale projectinvestering van 1.179.600 euro. Daarvan neemt de provincie 268.900 euro voor haar rekening, de rest van het geld komt uit de Vlaamse en Europese portefeuilles en is onder meer bestemd voor een hoevezuivelcoöperatie en een knuffelboerderij.

De provincie Limburg investeert meer dan een miljoen euro in acht Limburgse Leader-projecten. De Europese subsidie is bestemd voor de groep Kempen en Maasland, dat 11 Limburgse gemeenten omvat en brengt plattelandsactoren uit de publieke en private sector samen. Via de Leader-subsidies worden projecten beloond die een duurzame en kwalitatieve inspanning leveren om het Limburgse platteland te versterken.

"De acht nieuwe projecten spelen in op alle domeinen die vandaag prioritair zijn binnen een moderne plattelandsvisie. Ze slaan een brug tussen natuur, toerisme, cultuurhistorisch erfgoed, landbouwverbreding, streekproducten, landbouweducatie en sociale voorzieningen. Dat deze projecten van onderuit, door lokale mensen, gelanceerd worden is een meerwaarde: het zorgt voor maatschappelijk gedragen en waardevolle projecten", aldus gedeputeerde Inge Moors.

De goedkeuring van deze acht nieuwe projecten brengt het totaal aantal Leader-projecten binnen de groep Kempen-Maasland op 31. Alle projecten moeten aan vier criteria voldoen: ze moeten zorgen voor actieve natuur- en landschapszorg en ontsluiting, duurzame ontwikkeling van de regio door het verkleinen van de kloof tussen landbouw en plattelandsgebruikers, het verhogen en versterken van de sociale leefbaarheid op het platteland en het stimuleren van duurzaam toerisme.

Welke projectvoorstellen kunnen rekenen op Leader-centen? Het uitbouwen van de Stermolensite en het herinrichten van het Hoksentkapelpad in Hechtel-Eksel; het herwaarderen van het houtkantbeheer in de Lage Kempen; het opstarten van een hoevezuivelcoöperatie om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar hoeve- en streekproducten; het digitaliseren van de educatie rond groenten en rundvee; de realisatie van een knuffelboerderij met moestuin; een activiteitenboerderij voor mensen met een beperking en kansengroepen; en het promoten van de toeristische landschapswaarde.

 

Bron: Vilt, 28 oktober 2013