Wie zoekt die vindt. Proactief onderbescherming bestrijden via mobiele sociaal infopunten

Categorieën

Jaar

2017

Provincie

Antwerpen

Projectgegevens

Projectkost

69 363,00 euro

Promotor

Thomas More Kempen

Duurtijd

01/01/2017 - 30/06/2018

Maatregel

  • LEADER
  • Armoede en kwetsbaarheid

Plaatselijke Groep

PG Kempen-Oost

Situering

‘Wie zoekt die vindt’ zet in op het bestrijden van onderbescherming, immers heel wat mensen in armoede en andere kwetsbare groepen (mensen met een handicap, ouderen,…) krijgen niet de gepaste hulpverlening of niet de financiële tegemoetkomingen waarop ze recht hebben. Om hieraan te verhelpen trekken maatschappelijk werkers/opbouwwerkers van het OCMW van Balen naar de plaats waar onderbeschermde personen en gezinnen wonen, meer in het bijzonder naar aandachtswijken in hun gemeente (dit zijn wijken die een groot aantal kwetsbare gezinnen tellen, de wijken worden afgebakend in een project van Streekplatform Kempen). Outreachend werken is geen eenvoudige klus, het vraagt 1) dat je aansluiting zoekt bij de leefwereld van kwetsbare gezinnen, 2) dat je zo veel mogelijk contactkanalen gebruikt om hen –meermaals- persoonlijk aan te spreken, 3) dat je beschikt over goede instrumenten om te kunnen checken waarop mensen recht hebben en om te kunnen weten naar wie je moet doorverwijzen als je zelf niet kan helpen. Via een mobiel sociaal infopunt willen we naar de meest kwetsbare mensen in Balen toestappen en ervoor zorgen dat ze aan hun rechten komen en/of doorverwezen worden naar de juiste zorg- en hulpverlening, in een aantal gevallen zullen we ook echt de voordeur moeten helpen openzetten en bij mensen op huisbezoek gaan. De ontwikkelde instrumenten, methodieken en het aangekochte materiaal worden na afloop van het project ter beschikking gesteld aan de 27 Kempense OCMW’s.

Doelstellingen

In dit project wensen we vier grote doelstellingen te realiseren.

  1. In de aandachtswijk worden potentiële hulpvragers maximaal bereikt
    Mensen slagen er niet altijd in hun rechten te verwezenlijken omwille van verschillende redenen: men is niet op de hoogte van het bestaan ervan, men kiest er bewust voor om een tegemoetkoming/hulpverlening niet aan te vragen, men denkt dat men er niet voor in aanmerking komt, men vertrouwt de hulpverlener niet of men zette het hulpverleningstraject vroegtijdig stop. De hulpverlening zal zelf, proactief, voldoende aansluiting moeten zoeken bij de leefwereld van deze mensen om hen te kunnen bereiken. In dit project zullen maatschappelijk werkers via een mobiel sociaal infopunt op een aanklampende manier, met respect voor de eigenwaarden connectie maken met de meest kwetsbare mensen. De bekendmaking van de komst en de aanwezigheid van dit infopunt in de wijk zal de aandacht trekken van de meest kwetsbaren. Uit onderzoek weten we dat het herhaaldelijk (persoonlijk) aanklampen van deze mensen via verschillende kanalen door betrokken, empathische hulpverleners de meeste kansen geeft op succes. Daarom zullen ook huisbezoeken van maatschappelijk werkers/opbouwwerkers moeten worden gekoppeld aan de aanwezigheid van het sociaal infopunt in de wijk. 
  2. De rechten van onderbeschermde burgers worden volledig uitgeput
    De niet-opname van sociale voordelen in ons land ligt zeer hoog. Ze bedraagt 40% voor algemene sociale tegemoetkomingen en 60% voor het leefloon. Het is de ambitie van dit project om zoveel mogelijk rechten van onderbeschermde burgers uit te putten. Hiervoor zal een beroep worden gedaan op een degelijk kennissysteem dat zowel binnen als buiten (bv. bij mensen thuis) het mobiele sociale infopunt raadpleegbaar is. 
  3. Kwetsbare burgers worden gericht doorverwezen naar de juiste welzijns-engezondheidsvoorzieningen
    Dankzij het mobiele sociaal infopunt vinden personen in armoede gemakkelijk en zonder vrees voor stigmatisering hun weg naar de bestaande hulp-en diensverlening. Zij worden in het mobiele infopunt op een vriendelijke manier onthaald en gericht doorverwezen naar de juiste hulpverlening. Ingeval er moet worden doorverwezen naar meerdere hulpverleningsorganisaties, zal een partner de regierol opnemen om te voorkomen dat er naast elkaar wordt gewerkt of de mensen heel vaak hun verhaal moeten doen. Om tot een goede samenwerking te kunnen komen en concrete afspraken te kunnen maken is een gedeeld en voor iedereen verstaanbaar begrippenkader noodzakelijk. Daarnaast moeten er afspraken worden gemaakt over het delen van de gegevens, zonder dat de privacy van de persoon ongewild wordt geschaad. Omdat welzijn- en gezondheidsproblemen nauw met elkaar zijn verbonden is multidisciplinair samenwerken een belangrijke uitdaging in dit project. Een methodiek om dit concreet en met succes te doen zal worden uitgewerkt. Hiervoor zal op zoek worden gegaan naar bestaande goede praktijken elders. 
  4. De leefomstandigheden en de zelfredzaamheid van kwetsbare burgers in de aandachtswijk is sterk verbeterd. De verbetering van de leefomstandigheden van kwetsbare gezinnen met het oog op volwaardige maatschappelijke participatie is het finale doel van dit project. Hoewel het tijdsverloop tekort is om volledig zicht te kunnen hebben op het effect van de interventie, zal toch worden gewerkt met een T0 en T1 meting. Waarbij T0 zal gebeuren op het tijdstip van de eerste aanmelding en T1 minstens 3 maanden later zal plaatsvinden. Voor deze metingen zal een geschikt instrument worden uitgewerkt. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de zelfredzaamheidsradar, die op de twee tijdstippen de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers op verschillende domeinen meet.

Uitvoering

Thomas More Kempen

Contactpersoon

Bérénice Storms
Kleinhoefstraat 4
2440 Geel
014 56 23 10

Locatie