Zorgmobiel

Categorieën

Thema

Leefbaarheid

Jaar

2011

Provincie

Limburg

Locatie

Haspengouw

Assen

As 4

Projectgegevens

Promotor

vzw Groep MSI

Duurtijd

01/05/2011 - 31/04/2014

Situering

 

Relatief meer zorgbehoevende ouderen verblijven in Limburg in de thuisomgeving. Een aanvaardbaar comfortniveau zowel voor de zorgbehoevende als zijn omgeving ( familie en mantelzorg ) kan maar gerealiseerd worden als er op verschillende momenten tijdens de dag maar ook voor langere periodes in deze zorgcontext voor een ontlasting van die zorg voor de directe omgeving kan gezorgd worden of als er oplossingen kunnen geboden worden voor directe mobiliteitsproblemen, tenminste als die oplossingen ook rekening houden met de zorgcontext van deze personen. Langer thuisblijven is maar mogelijk als er voor de zorgbehoevende aangepaste mogelijkheden van mobiliteit voorzien worden.

 

Om een zeker comfortniveau in de zorg te kunnen garanderen is er immers een grote nood aan zeer kleinschalige en specifieke mobiliteit, die het openbaar vervoer en de klassieke vervoersmiddelen onvoldoende kunnen bieden. Het betreft hier behoeften zoals:

 

  • vervoer van en naar het dagzorgcentrum / sociaal restaurant
  • aangepast rolstoelvervoer
  • vervoer van en naar de dokter/ziekenhuis/rustoord
  • vervoer van en naar de winkel/vrienden/gezelschap

 

Bovendien kunnen ook de intramurale en extramurale sector en de publieke sector (OCMW’s) deze mobiliteitsvraag in het kader van hun eigen opdracht niet of onvoldoende realiseren. Zij zoeken naar oplossingen voor deze kleinschalige mobiliteitsvraag, nl. van bij de zorgbehoevende thuis tot op de plaats van bestemming, van welke aard ook. Het probleem waarom deze mobiliteitsbehoefte niet opgelost wordt is omdat zij zich te kleinschalig formuleert. De publieke markt en de instellingen of kleinere OCMW’s ieder apart zijn niet bij machte om dit op een financieel verantwoorde wijze te kunnen organiseren.

 

Anderzijds is deze mobiliteitsbehoefte van zorgbehoevende personen te weinig uitgewerkt in het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse Regering. Zo biedt ook het openbaar vervoer geen aangepast antwoord aan deze specifieke behoefte.

 

De verschillende stadia in het project zullen moeten aantonen of de nieuw ontwikkelde dienst Zorgmobiel voldoende bekendheid zal genereren en de kaap van de rendabiliteit kan halen in de projectperiode en zo een langetermijn perspectief te kunnen bieden voor de mensen in het Leadergebied, maar nadien ook misschien daarbuiten, eventueel rekening houdende dat deze dienst ook decretaal zou kunnen ingeschreven worden in een woon-en zorgbeleidscontext of een mobiliteitsbeleidcontext van de Vlaamse Regering, de Provincie Limburg of andere overheden op lokaal vlak, zoals gemeente en OCMW.

 

Hierna worden de verschillende fasen van het project besproken:

 

Analyse en preoperationele fase:

 

  • Analyse van het ontbrekende mobiliteitsaanbod
  • Inventaris van de institutionele gebruikers
  • Inventaris van de tweede- en derdebetalers
  • Oefening voor elk van de plaatsen, waar een decentrale unit wordt opgestart: de twee Leadergebieden in Limburg
  • Uitwerken van een tarievenplan en voorbereiding van de exploitatie, m.i.v. van de coördinatie, de dispatching, nodige vergunningen etc…

 

 

 

Operationele fase:

 

Eerste fase:

 

  • Bepaling van twee à drie depots per Leadergebied, van waaruit de busjes vertrekken
  • Opstart vanuit één of twee depots per Leadergebied, van waaruit de aangepaste busjes vertrekken
  • Opzet van een kleinschalige investering in 4 à 5 plaatsen in de twee Leadergebieden, met een minibusje voor aangepast personenvervoer, in combinatie met het gecontracteerd taxivervoer vanuit de mutualiteit
  • Promotie van het aanbod
  • Goede registratie van trajecten en permanente bijsturing van het aanbod in functie van de vraag

 

 

 

Tweede fase:

 

  • Progressieve inschakeling van de mobiliteitsvraag van de institutionelen in het vervoersaanbod
  • Uitwerken van tarievenplannen
  • Combinatie met het goederenvervoer optimaliseren ( rentabiliteit verhogen )
  • Voorbereiding van de post-experiment-status van het project
  • Analyse van de hobbels en eventuele hiaten, die een reguliere verankering nog zouden kunnen bijbrengen, vb. in het woon-zorgdecreet, in de provinciale doelstellingen van het provinciebestuur

 

 

 

Men voorziet in een periode van drie projectjaren waarbij in het eerste jaar de behoeften juist geïnventariseerd worden in het doelgbied en de mogelijke actoren waarmee samengewerkt kan worden goed in beeld gebracht worden. Deze voorbereiding kan mee ondersteund worden door de verkeers- en mobiliteitsdeskundigheid van de UHasselt mee in te schakelen in de voorbereiding van de exploitatie. Eerdere behoeftenonderzoeken, onder meer van de Universiteit Antwerpen, maar ook andere, hebben reeds voldoende aangetoond dat mobiliteit één van de belangrijkste onvervulde behoeften in de thuiszorg is. De familie en mantelzorg kunnen deze vraag niet altijd beantwoorden en professionele diensten ontbreken vaak of zijn te duur voor de doelgroep.

 

Het project start na de inventarisatieperiode, die maximaal één jaar duurt, in een progressieve go in concern, waardoor het na de proefperiode met reële activiteit, kan beoordeeld worden op zijn kans van slagen in een groter geheel. Dit is noodzakelijk omdat studies tot op heden niet aantonen wat gebruikers bereid zijn te betalen voor een dergelijke dienst. Wellicht zal dat ongeveer een tarief zijn, dat vergelijkbaar is met openbaar vervoer, maar wat is dan de referentie, als gebruikers al gewoon zijn van gratis openbaar vervoer te hebben. Uiteraard zal de vraag naar deze dienst exponentieel toenemen, gelet op de vergrijzingfactor van de provincie Limburg.

 

De exploitatiefase start ten laatste in jaar 2 en loopt over twee jaren, jaar 2 en jaar 3. Uiteraard ligt dan vooral de klemtoon op de uitbouw en de optimalisatie van de exploitatie. In die periode is uiteraard veel budget voorzien in de leasing van de Zorgmobiel, de uitbouw van het busjespark (Zorgmobiel) en de nodige personeelsomkadering. Ook de dispatching en de promotie zullen in deze periode van groot belang zijn. Immers het cliënteel voor een tot op heden onbestaande dienst moet nog opgebouwd worden.

 

De continuïteit wordt verzekerd omdat de initiatiefnemers erop mikken om na twee jaar een duidelijk kostenplaat en inkomstenplaat in beeld te kunnen brengen, wat institutionelen bereid zijn te betalen voor deze dienst, in plaats van daar zelf in te investeren vanuit de eigen dienst. Ook de OCMW’s zal gevraagd worden wat hun mogelijke bijdrage is als compensatie voor een bedrijfszekere back-up voor de MMC. De kost na aftrek van deze derdebetalers moet een “normaal” gebruikerstarief opleveren. En juist dit laatste zal de haalbaarheid van het project bepalen. Het is immers onmogelijk om op voorhand deze inbreng in te schatten. Er zullen daarvoor kostenmodellen moeten ontwikkeld worden, die overheden en diensten ertoe aanzetten mee te stappen in deze collectief uitgebouwde Zorgmobiel. Tevens kan in de betrokken projectperiode veder onderzocht worden of het bestaande openbaar vervoer aanvullend ook een aantal taken tot zich kan rekenen in deze zorgcontext gebonden mobiliteitsvraag.

 

Een gelijkaardig project wordt ook aangemeld bij het Leader-gebied-Haspengouw en kan in combinatie gelijktijdig of consecutief uitgebouwd worden. De reden daarvoor is dat kostenbesparing net te vinden is in de schaalgrootte. Op deze manier kan men beschikken over een full-time coördinator, i.p.v. een halftijdse medewerker. Een andere reden waarom men gelijktijdig wil indienen voor de twee gebieden is dat men wil weten of er verschillen zijn in de plattelandsgebieden in het gebruik maken van nieuwe voorzieningen. Haspengouw, met een grotere zorgbehoevendheid en vergrijzing, wordt immers gekenmerkt door een lager gebruik van de voorzieningen door de doelgroep. Men wil dit ook aan de hand van dit project toetsen.

 

De sturing van het project wordt begeleid door een stuurgroep bestaande uit verantwoordelijken van de organisaties, die in het kader van dit project Zorgmobiel met elkaar samenwerken, en contracten afsluiten voor het gebruik van de Zorgmobiel. Zij zijn verantwoordelijk in samenspraak met de contactpersoon voor de aansturing en voortgang van het project en rapporteren aan de Raad van Bestuur van de vzw MSI, die uiteindelijk de beslissingen neemt met inbegrip van de financiële verantwoordelijkheid.

 

Daarnaast wordt er nog een adviesgroep van gebruikers opgericht worden, die de projectverantwoordelijken adviseren en die representatief is voor de doelgroep van de gebruikers in het betrokken Leader gebied. Zij kunnen advies geven voor het gebruik en de uitbouw van de dienst, en kunnen tevens een belangrijke rol spelen in het promotionele aspect van de uitbouw. Dit wil zeggen dat de dienst Zorgmobiel voldoende moet bekend worden bij de potentiële gebruikers. Uiteraard kunnen in deze adviesgroep leden deelnemen die komen uit OCMW’s, minder mobiele centrale, dagzorgcentra, institutionele gebruikers. De bedoeling van de adviesgroep is zoveel mogelijk draagvlak uit te bouwen voor de ontwikkeling en het gebruik van de Zorgmobiel. Er zal een model van convenanten moeten ontwikkeld worden om tweede en derde betalers te interesseren voor het gebruik van de Zorgmobiel. De sectoren van de thuiszorg en de woon-en zorgcentra kunnen ook participeren in de adviesgroep. De bekendmaking van de dienst wordt in overleg met de adviesraad gepland. Uiteraard zal de sector van de thuiszorg en de woon-en zorgcentra, zowelpubliek als privé, een belangrijke stem hebben in deze fasering aangezien zij wellicht grote gebruikers worden.

 

Doelstellingen

De uiteindelijke doelstelling van het project wordt als volgt geformuleerd:

Door een dergelijk aanbod van mobiliteitsmogelijkheden te creëren voor zorgbehoeftige bewoners van het gebied deze mensen langer in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen en het platteland niet verlaten. Dit zal zeker zijn effect hebben op het welzijn van de mensen zelf, die hun vertrouwde omgeving, familie en kennissenkring niet hoeven te verlaten, maar zal ook zijn effect hebben in het bestedingspatroon van mensen in eigen omgeving en verhoogt aldus de leefbaarheid van het plattelandsgebied.

Uitvoering

vzw Groep MSI (Medisch Sociale Initiatieven)

Contactpersoon

Patrick Carnotensis
Prins Bisschopssingel 75
3500 Hasselt
011/28 05 05