"Innovatie kan toekomst bedreigde teelten verzekeren"

Onlangs liet REO Veiling weten te vrezen voor het voortbestaan van een aantal vollegrondsgroenteteelten, waaronder die van prei. Dit is een gevolg van de strengere regelgeving over het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. “Een verdere verduurzaming van de intensieve groenteteelt is absoluut nodig, maar ik zal er wel over waken dat dit haalbaar en betaalbaar blijft voor onze boeren”, aldus landbouwminister Hilde Crevits die in de Commissie Landbouw ook aangaf dat beide domeinen niet meteen haar bevoegdheid zijn.

Bij de voorstelling van zijn jaarcijfers - die zeer positief waren - had de Roeselaarse veiling een oproep gedaan naar de overheid om in gesprek te gaan over de toekomst van een aantal teelten. Vooral de teelt van prei, de groente die bij REO de tweede grootste omzet haalt, zou onder druk komen te staan door onder meer het nieuwe mestactieplan (MAP6) en de strengere regels rond het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In dat kader doet REO intussen ook al een aantal nieuwe technieken, waaronder bijvoorbeeld hydrocultuur in de preiteelt.

De waarschuwing van REO Veiling is bij Vlaams Parlementslid Emmily Talpen (Open Vld) niet in dovemansoren gevallen. In de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement ondervroeg zij Hilde Crevits, Vlaams minister bevoegd voor Landbouw over deze thematiek. De minister zei op de hoogte te zijn van deze problemen, maar wees erop dat zowel gewasbescherming (bevoegdheid van federaal minister Denis Ducarme) als bemesting (bevoegdheid van Vlaams omgevingsminister Zuhal Demir) niet haar bevoegdheden zijn.

Toch wil Crevits vanuit haar bevoegdheid het nodige doen om de sector te helpen deze verduurzaming door te voeren. “Vanuit het beleidsdomein Landbouw ondersteunen we onderzoeks- en demonstratieprojecten die zich richten op de verduurzaming van de groenteteelt”, stelt ze. “En bij Inagro en het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt (PCG) in Kruisem wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van hydrocultuur voor de teelt van prei”, benadrukt de minister.

Volgens haar bestaat het voordeel van het telen van groenten in een recirculerend en gesloten hydrocultuursysteem erin dat het verlies van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving zo goed als voorkomen kan worden. “Maar uiteraard moeten alle voor- en nadelen grondig in kaart worden gebracht en moet ook met andere aspecten zoals ruimtelijke ordening, consumentenvoorkeuren en rendabiliteit, rekening gehouden worden”, klinkt het.

Volgens haar investeert ook de sector zelf in heel wat innovatief onderzoek. “Het is zo dat het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT), dat de belangen behartigt van de Belgische afzetcoöperaties van groenten en fruit, berokken is bij tal van onderzoeksprojecten die gesteund worden door het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). Maar ook de Logistieke en Administratieve Veilingassociatie (LAVA) bepaalt jaarlijks een aantal thema’s voor toegepast en praktijkgericht onderzoek”, aldus Crevits. Daarnaast participeren de producentenorganisaties ook in tal van onderzoeksprojecten en waarnemings- en waarschuwingsdiensten.

“Om een aantal voorbeelden van onderzoeksprojecten mee te geven: druppelirrigatie in groenten en fruit, het hergebruik van drainwater, bemesting van groenten, innovatieve spuittechnieken zoals precisiebespuiting en driftreductie, de ontwikkeling van een app voor advisering van telers over gewasbescherming en bemesting, enz.”, stelt de minister, die volgens commissievoorzitter Bart Dochy met enige verwondering lijkt te kijken naar de verregaande innovatie “in de wondere wereld van land- en tuinbouw”.

In haar antwoord wijst Hilde Crevits er bovendien op dat er tal van ondersteuningsmechanismen bestaan voor dit onderzoek. Zo kunnen veilingen als producentenorganisaties rekenen op middelen uit de Europese Gemeenschappelijke Marktordening (GMO). In 2019 werd op die manier vier miljoen euro besteed aan onderzoek en innovatie in de fruit- en groentesector. Daarnaast zijn er ook operationele groepen van Europese Innovatiepartnerschappen (EIP’s) die werken van een bottom-upaanpak. “En tot slot is er ook ILVO dat als partner optreedt in heel wat VLAIO-, EIP- en demonstratieprojecten”, besluit de minister.

Bron: Vilt, 23 januari 2020